Posts filed under ‘Aan het woord…….’
Leerlingen verdienen goede leerkrachten en uitdagend onderwijs
Vaak wordt er gepraat en geschreven over het onderwijs, maar wordt er ook geluisterd naar de leerlingen?
Deze keer een gastblog van Klaas Kooistra, leerling VWO 6. Klaas schrijft over de tekortkomingen in het onderwijs. Dit doet hij aan de hand van een serie praktijkverhalen over het onderwijs genaamd: “Het onderwijs is verziekt, wat kunnen wij eraan doen?”. In de rubriek “aan het woord” bespreekt hij de hoofdpunten van deze serie die hij over dit onderwerp heeft geschreven. Wil je meer voorbeelden en verbeterpunten? Bezoek dan zijn eigen weblog waar hij naast het onderwijs ook columns schrijft over de actualiteiten.
Beren op de weg? Volg je hart, gebruik je hoofd!
In deze gastblog schrijft Directeur van Buiten, Anneke van Ooijen, werkzaam als Directeur Salto basisschool De Driesprong in Eindhoven, een prachtig persoonlijk verhaal over beren op de weg. Met trots presenteer ik deze gastblog: “Volg je hart, gebruik je hoofd! Directeur zijn is geen kunst(je)“.
De overblijfmoeders
Back2School staat ook open voor gastbloggers. Mensen, vanuit onderwijs sector (leerkrachten, beleidsmakers, adviseurs, innovators……..) die hun verhaal kunnen houden over de onderwijs praktijk. Ik stel ze enkele vragen en hun antwoorden worden gepubliceerd in de rubriek “Aan het woord…..”.
Ik heb Anneke van Ooijen leren kennen bij de opleiding “Directeur van Buiten”. Anneke werkt als waarnemend directeur op een basisschool in Noordbrabant. Haar school staat in een krachtwijk en valt onder de categorie “zwarte school”. De school zit in een Spilcentrum. In deze gastblog schrijft Anneke een verhaal uit de praktijk. Anneke is in 2002 als zij-instromer in het onderwijs terecht gekomen. Daarvoor had zij een leidinggevende functie in de verslavingszorg. Na enkele jaren voor de klas Anneke heeft Anneke toch weer voor het leiding geven gekozen.
Vanmorgen om 9.30 staat de conciërge in mijn kantoor. “Anneke, je moet maar even naar boven gaan. Het loopt boven totaal uit de hand.” “Boven” wil zeggen het lokaal waar de overblijfmoeders een cursus volgen.
Als ik de trap oploop, hoor ik de boze stemmen al. Vier moeders staan op de gang. “Ze kan kapot vallen,” schreeuwt een van de moeders. “Degenen die hier niets mee te maken hebben, kunnen terug de klas in of naar buiten gaan. De anderen kunnen op mijn kantoor komen uitleggen wat er aan de hand is, maar er wordt hier niet geschreeuwd en gescholden in de gang,” zeg ik rustig. Twee moeders besluiten om terug de klas in te gaan. De andere twee zijn zo boos dat ze weer beginnen te schreeuwen: “Ja maar, da wijf is hartstikke gek en zij hèt niet tege mij te zeggen da…” enzovoort, enzovoort. Ik zeg nog een keer heel stellig: “Of eruit of op mijn kantoor, aan jullie de keuze. Nogmaals, er zitten hier kinderen in de klassen en ik accepteer het niet als jullie hier staan te schreeuwen en te schelden, dus…” De dames besluiten om even naar buiten te gaan. Ze moeten even roken, letterlijk en figuurlijk stoom afblazen.
Na vijf minuten komen ze mijn kantoor binnen. Vol verwijten naar de docent en heel boos op een overblijfmoeder van een andere school die ook bij de cursus aanwezig was. De docent was die ochtend al chagrijnig binnengekomen. Ze had niet eens goedemorgen gezegd en hoe ze keek! Ze hadden heus wel gezien dat deze dame op hun neer keek. Bah, typisch weer zo’n dame die d’r vooroordeel al weer klaar had over mensen van het kamp. Nou, als zij geen respect had voor hun, hadden zij ook geen respect voor haar! Vervolgens had de lerares ook nog gezegd dat de moeders van deze school haar les vorige week niet serieus hadden genomen! Tjonge, je mag toch zeker wel lachen? En dan d’r bij, die anderen hadden ook mee gelachen, dus er werd weer eens onderscheid gemaakt. Toen had ze ook nog gezegd dat een van de moeders met papiertjes had gegooid. Nou, dat was al helemaal niet waar en als zo’n mens dan ook nog begint te liegen… Vervolgens bemoeide die moeder van die andere school zich er tegenaan en dat ging toch echt te ver. Die hadden ze eens flink de waarheid verteld. En toen had die docent gezegd dat ze moest gaan. Nou, die hadden ze dus ook nog maar eens flink de waarheid gezegd! Als die docent hun iets wilde zeggen, dan moest ze hun maar even apart nemen en het niet zeggen voor de hele groep. En wat ik er nu van vind?
Ik zeg ze dat het misschien wel klopt wat ze zien, maar dat de manier waarop ze er op reageren niet goed is. Ik leg ze nogmaals heel duidelijk uit dat schreeuwen en schelden in de school geen pas geeft, niet voor een ouder, maar zeker niet voor een overblijfouder! “Als het nog een keer gebeurt, wil ik je niet meer hier als overblijfmoeder”. Dat snappen ze. De zakdoeken komen tevoorschijn, ze moeten toch even huilen over zoveel onrechtvaardigheid. Ik spreek met ze af dat ze, als de docent er mee akkoord gaat, terug de les in kunnen en dat we daarna samen gaan praten. Dat vinden ze goed. “Maar je biedt wel eerst je excuus aan,” is mijn eis, “en je houdt het netjes.” Ze stemmen in.
Na de les heb ik een gesprek met de docent en de twee moeders. De moeders bieden keurig hun excuus aan. Daarna doet de docent haar verhaal. Ze had de les vorige week lastig gevonden: er was weinig orde en ze had er niets van durven zeggen. Het had haar de hele week beziggehouden en na overleg met collega-docenten was ze vanmorgen met lood in haar schoenen naar de les gegaan, bang als ze was om alsnog met haar kritiek te komen. Door al die angst was het allemaal nogal bits en stellig overgekomen. Het was absoluut niet haar bedoeling om onderscheid te maken en ze keek al helemaal niet neer op de moeders.
De moeders vertellen dat ze wel meer cursussen hebben gevolgd en dat er wel vaker wordt gelachen. Ze weten ook wel dat ze soms te ver gaan, maar dat kan die mevrouw dan toch gewoon zeggen! Gewoon, hun even apart nemen, niet voor een hele groep! Dat doe je met kinderen toch ook niet!
“Denken jullie dat we weer verder kunnen met elkaar?” vraagt de docent na afloop enigszins bibberend.
“Natuurlijk, het is nou toch uitgepraat?” reageren de moeders.
Volgende week gaan ze weer gewoon naar de les. Ze hebben beloofd dat ze zich zullen gedragen. Lachend lopen ze even later het schoolplein op. De docent geef ik nog maar even een kopje koffie. Ik hoop niet dat ze volgende week ziek is.
Moeten leraren tijdschrijven?
Back2School staat ook open voor gastbloggers. Mensen, vanuit onderwijs sector (leerkrachten, beleidsmakers, adviseurs, innovators……..) die hun pleidooi kunnen houden voor of tegen het onderwijs. Ik stel ze enkele vragen en hun antwoorden worden gepubliceerd in de rubriek “Aan het woord…..”.
Gaan we puzzelen, kiezen we één van beide oplossingen, of polderen we? Leo van de Vorst is de auteur van het boek “Sturing en ruimte”, en vind dat het tijd wordt om het poldermodel niet meer in elke situatie als het hoogste goed te beschouwen. Leo van de Vorst en mede auteur Henk Roelofs laten zien met een nieuw management concept hoe in de praktijk het leiderschap van het management kan worden versterkt door gebruik te maken van de kenmerken van de paradox. Bij leiderschap kunnen beide kanten van de paradox waar zijn. Zo kun je maximaal sturen op resultaat én maximaal ruimte geven aan mensen. Leo heeft in 2008 met dit nieuwe managementconcept de eerste prijs gewonnen in een wedstrijd van het Nederlands Centrum voor Sociale Innovatie. Ik heb Leo gevraagd om dit concept los te laten op de discussie omtrent tijdschrijven van leerkrachten. Aan het woord……..
De Onderwijsraad deed het voorstel voor het zogeheten tijdschrijven om meer inzicht te krijgen in de uren die in het onderwijs worden gemaakt. Een beter inzicht in hoeveel uren ze maken en wat ze daarin precies doen, kan volgens de Onderwijsraad leiden tot doelmatiger inzet van middelen binnen scholen. Tijdschrijven moet daarbij niet worden gezien als een controle-instrument. Maar het helpt wel als leraar en schoolleiding weten waar de tijd precies in gaat zitten.
De onderwijsbonden wijzen de aanbevelingen als absurd van de hand. ‘Nog meer controles en nog meer formulieren invullen. Wie zit daar in het onderwijs nu op te wachten? Dit leidt alleen maar tot extra bureaucratie.’ Ook Minister Plasterk voelde hier niets voor, omdat leraren volgens hem al genoeg te doen en daar moet wat hem betreft geen extra klus bijkomen.
Hoe logisch deze reactie ook lijkt, toch vind ik het voorstel van de Onderwijsraad helemaal niet zo gek. Onder het motto “Durf te meten” ben ik sterk voor het krijgen van beter inzicht waar de uren in gaan zitten. En de kramp van bureaucratie kan eenvoudig worden voorkomen door een simpel systeem met tijdschrijven op hoofdlijnen, waarbij het nauwelijks extra tijd kost om bij te houden. Maar de grootste denkfout zit mijns inziens in de gedachte dat meer sturing hier ten koste zou gaan van ruimte. Het voornaamste doel van tijdschrijven is dat schoolleiding en leraren zelf beter inzicht krijgen. Als de schoolleiding hier dus goed mee omgaat is het helemaal geen controle, maar juist een middel om samen te zoeken naar doelmatige inzet, bijvoorbeeld meer tijd kunnen besteden aan de primaire leertaken zelf. En het merendeel van de leraren is precies hiernaar op zoek!
Ik besef dat dit een standpunt is dat afwijkt van de gangbare mening. Ruimte voor de professional klinkt immers mooi en past ook in de tijdgeest. Maar meer sturing hoeft niet ten koste te gaan van deze ruimte. Een mooie ingezonden brief in de Volkskrant bevestigde mijn beeld. Een leraar gaf aan dat hij als talenmens samen met een collega die meer hield van rekenen gedurende zes weken minutieus hun tijd bijhielden. En dit leidde tot 2 eye-openers: ze gaven beiden minder les in de kernvakken dan ze dachten en besteden ook beiden meer tijd aan hun favoriete vak. Hij eindigt zijn betoog met de mededeling dat hij niet meer is gestopt met het bijhouden van de tijd en dat het nu een vanzelfsprekendheid is die weinig werk is en hem goed bij de les houdt.
Een reactie van een professional uit het veld die uit mijn hart is gegrepen. Een ware professional is trots op wat hij doet en durft hierin transparant te zijn. Een goede manager is hierbij ook een professional die kan helpen met enige sturing de juiste keuzes te maken. Geen blijk van controle en wantrouwen, maar elkaar in de waarde laten en samen streven naar een optimum van sturing en ruimte.
Lifehacking in het onderwijs
Back2School staat ook open voor gastbloggers. Mensen, vanuit onderwijs sector (leerkrachten, beleidsmakers, adviseurs, innovators……..) die hun pleidooi kunnen houden voor of tegen het onderwijs. Ik stel ze enkele vragen en hun antwoorden worden gepubliceerd in de rubriek “Aan het woord…..”.
Ik ben benaderd door Frederick van Gysel met het verzoek een blog te publiceren over Lifehacking in het onderwijs. Frederick studeerde in februari van dit jaar af als leerkracht Nederlands, geschiedenis en aardrijkskunde en is nu werkzaam in het Dominiek Savio Instituut in Gits, Vlaanderen.
Je wil ons graag iets vertellen over “Lifehacking in het onderwijs”, verklaar je nader?
Mijn eindwerk heb ik al een hele tijd geleden ingediend, Workflow en lifehacking in het secundair onderwijs. Lifehacking omvat alle hints, tips en trucs om dingen sneller te doen, beter te organiseren en alledaagse problemen op slimme, misschien niet zo voor de hand liggende manieren op te lossen. Mijn eindwerk was echter meer dan zomaar een opsomming van trucjes voor leerkrachten. Die lifehacks werden ingebed in een vloed van informatie over planlast, werkdruk in het onderwijs, over creativiteit en organisatie, enzovoort. “Big deal,” hoor ik je denken, “er is al zoveel geschreven over planlast.”
Sorry maar wat versta je onder planlast en wat betekent dat nu voor jou?
Planlast, kort, is al het papierwerk dat de schoolorganisatie met zich meebrengt. Planlast ontstaat wanneer de schriftelijke neerslag niet meer functioneel is en wordt ervaren als het louter vastleggen van ‘bewijsstukken’. Er is al veel over geschreven, maar echte oplossingen op individueel niveau worden nauwelijks aangereikt. Zulke oplossingen vind je nu op www.lifehackinginhetonderwijs.be, de online versie van mijn eindwerk. Leerkrachten die bereid zijn om hun eigen workflow in vraag te stellen, te verbeteren of helemaal te veranderen, die vinden er, onder andere, een volledige uitleg over de Getting Things Done-methode van David Allen, speciaal herwerkt voor leerkrachten.
Wat is de Getting Things Done methode voor leerkrachten?
De GTD-methode is een ondertussen wereldberoemde methodiek die vooral in de privésector, in zowel grote als kleine bedrijven, meer en meer aanhang vindt, een feilloos systeem dat toelaat dat je, ondanks hopen werk, je geest vrij kunt houden en vrij van stress kunt werken. Een ongewoon onderwerp voor een eindwerk in de lerarenopleiding, maar toch, er bleek heel wat interesse voor te bestaan.
Het maken ervan heeft me heel wat tijd en moeite gekost, wat normaal is voor het maken van een eindwerk, maar gelukkig kon ik rekenen op de welwillende medewerking van heel wat leerkrachten. Uit de gesprekken die ik met hen voerde, kon ik besluiten dat de combinaties van organisatiemiddelen en de toepassingen daarvan legio zijn. Iedereen werkt en organiseert zichzelf op een andere manier. Om organisatiesystemen op te bouwen, vertrekken mensen namelijk vanuit een bepaalde visie. Sommigen vinden gebruiksgemak belangrijk, anderen willen dat hun systeem extreem betrouwbaar is, nog anderen hebben er nog niet zo veel over nagedacht. Sommige leerkrachten beschouwen zichzelf als heel goed georganiseerd, maar hebben in de vakanties bijvoorbeeld helemaal geen nood aan een organisatie-instrument als een agenda. Daar is op zich geen bezwaar tegen, maar zo’n systeem lijkt voor anderen dan weer ondenkbaar. Bij de meeste mensen zijn die systemen gegroeid uit denk- en handelspatronen waar ze al heel hun leven mee vertrouwd zijn, in plaats van uit beredeneerde organisatieschema’s. Die systemen werden dan in de loop van de jaren aangepast aan de veranderende eisen van hun omgeving, maar dat maakt het nog geen ‘goede’, allesomvattende, sluitende methodieken.
In de afgelopen decennia wordt van werknemers, niet alleen van leerkrachten, steeds vaker verwacht dat ze meer taken op zich nemen. Gewoon taken uitvoeren is een zeldzaam iets geworden. In tijden waarin computers leerkrachten de mogelijkheid bieden om planlast de kop in te drukken, wordt zelforganisatie, niet alleen ver weg van, maar ook voor de computer, steeds belangrijker. Zulke zaken worden echter nauwelijks aangeleerd. In de lerarenopleiding kreeg ik weliswaar een goed idee van met welk administratief werk ik geconfronteerd zal worden, maar nergens, ook niet in het secundair onderwijs, heb ik geleerd hoe ik mezelf moet organiseren, hoe ik mijn agenda moet gebruiken om te plannen, hoe ik een archief maak, enzovoort. Een schoolagenda in het secundair onderwijs wordt bijvoorbeeld niet echt als een planinstrument gebruikt, maar eerder als een verslag-/verzamelinstrument. Toch wordt van iedereen verwacht dat ze kunnen plannen. Meestal wordt er pas gestructureerd lesgegeven over ‘hoe het moet’ wanneer de examens eraan komen of wanneer bepaalde leerlingen leermoeilijkheden hebben. Vaak beperkt zich dat dan tot het opstellen van een blokrooster. Iedereen redt zich nu wel, of dat lijkt toch zo, maar toch moet iedereen zelf uitdokteren hoe ze bijvoorbeeld het best een agenda gebruiken of hoe ze hun papierwerk moeten organiseren. Dat is echter allesbehalve vanzelfsprekend, als je het goed wil doen.
Je spreekt over “zelf organiseren” maar hoe verhoud dit dan tot timemanagement?
Jezelf organiseren heeft alles te maken met timemanagement. De meeste mensen proberen te werken volgens het principe ‘zoveel mogelijk gedaan krijgen met zo weinig mogelijk moeite’, i.e. in zo weinig mogelijk tijd. Om dat te doen, moet je plannen. Misschien is het wel een goede zaak dat er zoveel verschillende manieren zijn om te plannen. Iedere leerkracht kan zo een systeem uitbouwen dat perfect aansluit bij diens levensstijl. Individuele authenticiteit wordt niet alleen in het onderwijs, maar in heel onze maatschappij hoog in het vaandel gedragen. Toch geven alle geïnterviewden toe dat hun systeem niet sluitend is. Er kan altijd nog iets verbeterd worden.
Wat moet er volgens jou nu gebeuren? Moet er een vak “Lifehacking” komen in lerarenopleiding? of in VO onderwijs?
Een verplicht organisatiesysteem zou niet in goede aarde vallen. Er worden al zoveel eisen gesteld aan leerkrachten en vernieuwingsgezindheid is niet overal gemeengoed. Je kunt niemand dwingen om iets op een bepaalde manier te doen, maar het is wel degelijk belangrijk, vind ik, om na te denken over hoe je jezelf het best kunt organiseren, met of zonder computer. Het kan dus zeker geen kwaad om eens na te denken over je eigen organisatie en open te staan voor nieuwe ideeën. De GTD-methode kan daar als leidraad voor dienen. Bijna alle elementen die daarin aan bod komen, werden door de geïnterviewde leerkrachten vermeld, maar geen enkele leerkracht gaf te kennen een sluitend systeem te hebben om al die elementen aan elkaar te linken. Een vak ‘Lifehacking’ lijkt me geen goed idee. Een site voor geïnteresseerde leerkrachten die ervoor open staan, dat leek me wel een goed idee. Ik ben wel al een paar keer uitgenodigd om er hier en daar een woordje uitleg of een workshop over te geven, maar voorlopig houd ik de boot af. Het schooljaar is net begonnen – mijn eerste opdracht in het onderwijs – en daardoor heb ik het nu redelijk druk. Er moet zoveel gebeuren in die eerste weken.Voor het eerst word ik nu echt geconfronteerd met planlast, maar ik vind dat ik het er goed vanaf breng, vooral dankzij die Getting Things Done methode, denk ik. Werkdruk is er altijd, maar nu heb ik alles onder controle, zonder al te veel stress.
Je hebt de lifehacks op je website gezet, heb je al veel feedback of lifehacks van leerkrachten gekregen?
Behalve een klein aantal e-mails heb ik nog niet veel feedback en lifehacks van leerkrachten gekregen. De site staat dan ook nog niet zo lang online en voorlopig kunnen er nog geen reacties bij de blogteksten geplaatst worden. Een puur technisch probleem hoor, maar voorlopig heb ik nog lifehacks genoeg. De lifehacks op www.lifehackinginhetonderwijs.be zijn eigenlijk niet-noodzakelijke aanvullingen op de GTD-methode, maar wanneer je ze toepast, kunnen ze een wereld van verschil betekenen. Elke week mag je je verwachten aan nieuwe tips, hints en trucs om het jezelf gemakkelijker te maken. Bij deze nodig ik dan ook iedereen uit om zelf ook lifehacks door te sturen (funkyfre@gmail.com). Feedback is uiteraard altijd welkom.
Frederick bedankt!
Heb je vragen over “Lifehacking in het Onderwijs”, plaats een reactie en Frederick zal ze beantwoorden.
Aan het woord……..Lex Hupe
Back2School staat ook open voor gastbloggers. Mensen, vanuit onderwijs sector (leerkrachten, beleidsmakers, adviseurs, innovators……..) die hun pleidooi kunnen houden voor of tegen het onderwijs. Ik stel ze enkele vragen en hun antwoorden worden gepubliceerd in de rubriek “Aan het woord…..”.
Ik heb Lex leren kennen tijdens een TeachMeet, waar hij zonder voorbereiding spontaan zijn verhaal ging vertellen en was onder de indruk van zijn lef. Lex Hupe ontwikkelt lesmateriaal o.b.v. Nieuwe Media en is gastdocent Nieuwe Media aan de Weekendschool. Lex is momenteel bezig met opstarten van een eigen bedrijf.
Meer weten over Lex: LinkedIn en Education Autocatalysis of volg hem via Twitter
Hoe ziet het klaslokaal er uit in 2025?
Veel verschillende ruimtes. De school is een plek om te ontdekken, te leren, samen te werken. Er zijn aparte rustige hoekjes; zitjes om even te kletsen; speelplaatsen om lekker te bewegen; computerlokalen, leerrruimtes waar projectgroepen bezig zijn; maar ook echte klaslokalen voor de ‘harde’ vakken zoals rekenen en grammatica. Een leeshoek. Kinderen maken zelf de omgeving leuker door kunstwerkjes te maken en op te hangen. Er zijn practika-ruimtes waar kinderen praktische vaardigheden leren: koken, naaien, schei- en natuurkunde, een observatorium voor de sterrenhemel. De buurt houdt club-bijeenkomsten in het gebouw.
De uitstraling is er een van het absolute plezier in leren, en de kinderen voelen zich welkom en uitgenodigd om zichzelf te zijn. Het gebouw moet absoluut in de natuur staan, geen compromissen. Een park of landelijke omgeving is een must.
Er moet ook een (moes)tuin zijn, en kleine dieren. Ook de buurt mag het gebouw vaak bezoeken en met activiteiten meedoen. Kinderen moeten ook leren hoe je een vuurtje maakt bv. of een boomhut bouwt. Er is een zaal die voor allerlei creatieve uitingen als toneel, zang, dans geschikt is. Een deel van het terrein is voor nieuwe ideeën, die de kids zelf kunnen realiseren.
Hoe kunnen we onderwijs beter aansluiten op het bedrijfsleven van morgen?
Dat is broodnodig. Door ze elkaar te laten ontmoeten, letterlijk. Nodig mensen uit het bedrijfsleven en overheid uit om aan te geven wat ze graag willen zien van de nieuwkomers. En ik denk dat vooral de communicatieve vaardigheden erg belangrijk gevonden zullen worden, en zelfstandigheid en het durven nemen van initiatieven, bv. de buurt verbeteren etc. Ik zou wel eens willen weten hoe zwaar de zaakvakken daarin wegen! Ik vermoed minder zwaar dan we denken. Maar.. dan loop ik al op de zaak vooruit.
Het bedrijfsleven snapt heel goed dat ze ook een actieve rol daarin moeten vervullen, dat willen ze ook graag. Bv. korte cursussen en workshops. Of een rondleiding door je bedrijf, er is veel mogelijk.
Ook moeten we de kinderen leren zich goed voor te bereiden op hun toekomst door ze een adequater beeld te geven wat er eigenlijk verwacht wordt als je echt gaat werken. Perspectief op de beroepspraktijk al in de school opbouwen.
STELLING: ICT ondersteunt het leerproces optimaal
Niet per sé. Je kunt 2 kanten op: nog verder verfijnen van het ‘oude’ systeem door het nog efficiënter te maken, of juist gebruiken om zelfstandigheid, creativiteit en samenwerken te stimuleren. Wordt het een tool in handen van het reguliere onderwijs? Of geef je het mee aan de kinderen, zodat deze hun (lerende) leven meer handen en voeten kunnen geven?
Is de kennis over web2.0 voldoende aanwezig binnen het gehele onderwijs? Zo niet, wat zou er moeten gebeuren?
Naar mijn stellige indruk niet. Er is een enorme digi-kloof in het onderwijs. Afgezien van lokale, door enthousiaste leerkrachten opgezette, initiatieven. In feite is dit een keuze voor het ‘nieuwe’ onderwijs, het moet meer zijn dan een aanvulling op het huidige onderwijs.
Ze moeten eerst hun angst voor computers, web, wikipedia etc. overwinnen! Laat leerlingen de leraar maar eens leren hoe die nieuwe wereld in mekaar zit. Heel gezond!
Waarom zouden professionals te stap moeten maken van bedrijfsleven naar onderwijs?
Omdat deze 2 partijen in de samenleving elkaar enorm goed kunnen aanvullen……
Omdat dit een enorme maatschappelijke vooruitgang betekent….
Omdat ook veel specifieke kennis in het onderwijs vruchtbaar gebruikt kan worden….
Omdat het aan kinderen een veel adequatere overgang geeft van school naar werk….
Omdat dit halverwege je eigen carrière een mooie stap is als je een nieuwe impuls zoekt met een maatschappelijk tintje…..
Aan het woord……..Richard Kolster
Back2School staat ook open voor gastbloggers. Mensen, vanuit onderwijs sector (leerkrachten, beleidsmakers, adviseurs, innovators……..) die hun pleidooi kunnen houden voor of tegen het onderwijs. Ik stel ze enkele vragen en hun antwoorden worden gepubliceerd in de rubriek “Aan het woord…..”.
Richard Kolster is Senior Relatiemanager sector VO Kennisnet. Richard heeft 15 jaar werkervaring in diverse key account en business development & managementfuncties waarvan 10 jaar in de ict-sector. Richard heeft naast zijn werk diverse nevenfuncties vervuld in de non profit branche en heeft als senior accountmanager 4 jaar de centrale overheid bediend met e-learning projecten en learning consultancy.
Meer weten over Richard: LinkedIn
STELLING: ICT ondersteunt het leerproces optimaal
Wetenschappelijk onderzoek van Kennisnet wijst uit dat ICT een wezenlijke bijdrage kan leveren in het verhogen van het leerrendement van de leerling mits op een juiste manier ICT wordt toegepast. Uiteindelijk is het de leraar die het leerproces van een leerling optimaal kan ondersteunen met onder andere de inzet van ICT.
Is de kennis over web2.0 voldoende aanwezig binnen het gehele onderwijs? Zo niet, wat zou er moeten gebeuren?
Web 2.0 wordt nu al weer ingehaald door de eerste toepassingen van Web 3.0.
Uit de analyse methodiek van Kennisnet, 4 in balans, blijkt duidelijk dat het gaat om het bereiken van synergie en balans tussen kennis, vaardigheden, ict infrastructuur en digitaal leermateriaal om een stap voorwaarts met ict ontwikkeling in een schoolorganisatie. Het draait dus om de vertaalslag te maken van de onderwijskundige visie van een schoolorganisatie naar passend ict beleid. Web 2.0 is dan slechts een onderdeel. Web 3.0 overigens ook.
Heb je zelf een goed voorbeeld van gebruik web2.0 binnen onderwijs?
Ik kom wel web 2.0 tegen in het onderwijs. Of dit goede voorbeelden zijn is afhankelijk of het past binnen de onderwijskundige visie van de school.
STELLING: Het Onderwijs verkokerd, samenwerking tussen verschillende onderwijsinstellingen verloopt moeilijk.
Er zijn vele netwerkverbanden binnen het onderwijs. Ik merk dat scholen binnen deze verbanden actief op zoek naar de antwoorden en innovaties op de veranderende eisen die aan het onderwijs wordt gesteld. In de dialoog die ontstaat wordt echter zelden out of the box gedacht of geëxperimenteerd met alternatieven om innovaties te bewerkstelligen. Het stokt dan vaak op het delen of generen van antwoorden of processen die men vanuit de eigen vertrouwde omgeving kent. Het onderwijs is primair juist meer dan bereidt om samen te werken maar heeft of maakt onvoldoende gebruik van alternatieven om innovaties in de organisatieontwikkeling te bewerkstelligen. Dit leidt ertoe dat het lijkt of samenwerkingsverbanden moeizaam verlopen.
Hoe ziet het klaslokaal er uit in 2025?
Geen idee. De snelheid van ontwikkelingen is dermate dat dit op dit moment onmogelijk is te voorspellen.
Waarom zouden professionals te stap moeten maken van bedrijfsleven naar onderwijs?
In het onderwijs gaat het om de toekomst van kinderen en de maatschappij. Professionals uit het bedrijfsleven voegen waarde toe aan de ontwikkeling van schoolorganisaties omdat zij al gewend aan de continu veranderingen die worden doorgevoerd binnen een organisatie als gevolg van de snel veranderende wereld en concurrentie om zich heen. Leren en kennis delen op de werkvloer zijn belangrijke voorwaarden geworden om succesvol als organisatie te opereren en als individu te presteren. Professionals uit het bedrijfsleven kunnen schoolorganisaties bij uitstek helpen bij de cultuuromslag van schoolorganisaties in de zoektocht naar antwoorden op de veranderende rol van de school in de samenleving. Als je dat zinvol vindt zou dat een belangrijke overweging kunnen zijn om de overstap te maken. Processen ter ondersteuning van onderlinge samenwerking en kennisdeling tussen docenten zijn over het algemeen niet of nauwelijks aanwezig in schoolorganisaties. Primair staat de kennis van de individuele docent centraal en bepaalt dat de status (en prestatie) binnen de organisatie.
Aan het woord……..Hans van den Berg
Back2School staat ook open voor gastbloggers. Mensen, vanuit onderwijs sector (leerkrachten, beleidsmakers, adviseurs, innovators……..) die hun pleidooi kunnen houden voor of tegen het onderwijs. Ik stel ze enkele vragen en hun antwoorden worden gepubliceerd in de rubriek “Aan het woord…..”.
Hans van den Berg heeft na 10 jaar in het onderwijs werkzaam te zijn geweest als leerkracht en als schoolleider in 1999 het onderwijs verlaten. In diverse commerciële functies heeft hij een andere kant van het arbeidzame leven leren kennen, tot hij in 2003 weer terugkeerde. Van die periode tot en met 2008 is hij schoolleider geweest van een basisschool (650 leerlingen) in Noord Limburg. Vanaf 1 december 2008 is hij in dienst van de Algemene Vereniging Schoolleiders, als trainer/adviseur
Meer weten over Hans www.kijkoponderwijs.blogspot.com en LinkedIn
Wat zouden de gemeenschappelijke doelen moeten zijn voor onderwijs?
Samenhang. Verbindingen zoeken en vinden tussen alle maatschappelijke actoren die een wezenlijke en fundamentele rol spelen in de ontwikkeling van kinderen naar volwassendom.
Is de kennis over web2.0 voldoende aanwezig binnen het gehele onderwijs? Zo niet, wat zou er moeten gebeuren?
Nee en ik vraag me af of dit een prioriteit zou moeten hebben. We focussen te veel op de (hulp-)middelen en vergeten de doelen daarbij in het oog te houden. Sterker nog, nog voordat we de doelen in de gaten hebben, vragen we ons nog steeds niet af waarom dit werk (onderwijs) eigenlijk bestaansrecht zou hebben. Het vaststellen van gezamenlijke waarden, het hanteren van gedeelde normen en hoe richten wij dat dan in, is een discussie die voor alles gevoerd moet worden, volgens mij.
Hoe kunnen we onderwijs beter aansluiten op het bedrijfsleven van morgen?
En andersom. Het gat tussen bedrijfsleven en onderwijs is nog steeds erg groot. We hanteren nog steeds onderwijssystemen uit ver in voorgaande eeuwen, terwijl het proces van leren inmiddels aantoonbaar anders gaat dan wij veronderstellen. Het bedrijfsleven dat voortgestuwd wordt door economische (korte-)termijn belangen, lijkt huiverig om deze leerprocessen te adopteren. Hoewel onderzoek (Collins e.a.) aantoont dat juist bedrijven met kernwaarden, ideologieën, een vaste drive met vermogen flexibel te reageren, een lange levensvatbaarheid hebben, worden deze aannames nog steeds niet collectief gedeeld. Hierin zie ik echter wel een verbinding tussen onderwijs en bedrijfsleven, waar het gaat om visie en lange termijn effecten.
STELLING: In het onderwijs staat men over het algemeen positief tegenover het vernieuwen van werkprocessen
De stelling wordt ontkracht door ‘over het algemeen’. Het onderwijs heeft een collectief gevoel van overladen worden door alle wet- en regelgeving die van boven af ‘opgelegd’ wordt. Daar komt bij dat de professionaliseringscultuur, ofwel een ‘leven lang leren’, geen gemeengoed is, dus men veelal afwijzend staat tegenover de vernieuwingen. Als het adagium “het enige constante is de verandering”, meer grond onder de onderwijsvoeten zou krijgen, zou al een hele ontwikkelingsslag gemaakt kunnen worden.
Heerst er binnen onderwijs een ‘kennis = macht’-cultuur?
Nee. Ook in onderwijs draait alles om geld. Als straks de hele baby-boomergroep met pensioen zal gaan, zal er een verschuiving plaatsvinden in het denken hierover. Geld is macht, wie betaalt bepaalt. Dit economische gegeven is in ons onderwijs een net zo hard gegeven als in de profit sector.
De vraag die zich voordoet is, wat doen wij met het geld zodat iedereen er gelukkig van kan worden? Die vraag doet zeker sinds de invoering van lumpsum (v.a.2005 nu in álle onderwijssectoren) opgeld.
Waarom zouden professionals te stap moeten maken van bedrijfsleven naar onderwijs?
Als je het boek “Het generatiespel” van Gerda Hamann kent, zal dit misschien enig inzicht verschaffen. Het aloude principe van gezel naar meester doet steeds meer zijn intrede. We keren terug naar lang vervlogen waarden waarbij het leren van en met elkaar een kern is of zal zijn. Op gegeven moment kom je in een levensfase terecht waarbij het jou geleerde een bron van inspiratie kan zijn voor anderen (jongeren) om verder te leren. Onderwijs zou hiervoor een platform kunnen bieden, maar niet noodzakelijkerwijs.
Met wie zou ik verder moeten praten om overtuigd te worden voor stap vanuit bedrijfsleven naar onderwijs?
Ik wens iedereen, iedere onderwijsprofessional, een aantal jaren werken toe, buiten het onderwijs. Iemand die na zijn opleidingen kiest voor het onderwijs als werkterrein, zal zijn hele leven lang niets anders kennen. Dit leidt tot bedrijfsblindheid en vernauwing van de eigen ontwikkeling. Gebaseerd op mijn eigen ervaringen is de balans tussen werk in het onderwijs en werk in de commerciële dienstverlening, een geweldige inspiratie en motivator geweest om dat wat ik op dit moment weet, kan en wil door te zetten. Hierbij heb ik altijd mijn verwachtingen, ambitie en mogelijkheden scherp gehouden. Op zoek naar je zone van naaste ontwikkeling.
Aan het woord……..Jan Cees Rutgers
Back2School staat ook open voor gastbloggers. Mensen, vanuit onderwijs sector (leerkrachten, beleidsmakers, adviseurs, innovators……..) die hun pleidooi kunnen houden voor of tegen het onderwijs. Ik stel ze enkele vragen en hun antwoorden worden gepubliceerd in de rubriek “Aan het woord…..”. Ik ben bijzonder blij dat Jan Cees Rutgers de aftrap wil verrichten als eerste in hopelijk een lange reeks. Jan Cees, bedankt!
Jan Cees Rutgers, Hoofd Diensten bij het Vechtdal College en eindverantwoordelijk voor ICT, Facilitaire Zaken, Leerlingenadministratie en Bedrijfscommunicatie (PR). Tevens is Jan Cees voorzitter adviesgroep Kennisnet VO.
Meer weten over Jan Cees: www.jcrutgers.nl en http://www.linkedin.com/in/jcrutgers
Stelling: De strategie van OCW op onderwijs is zo duidelijk dat je daaruit kunt afleiden welke kennis en vaardigheden nodig is om die strategie te realiseren.
Ik zal eerlijk zijn: ik heb de strategie niet paraat. Dat zegt iets over mij, maar ook over OC&W. Ik heb dit dus maar eens opgezocht. Van hun site word je niet veel wijzer. Aan de ene kant het verhaal over onderwijstijd. Aan de andere kant meer vrijheid en ruimte voor de scholen. Hoe valt dat te rijmen? Je komt kreten tegen als “ambitie, betrokkenheid, duurzame basis, focus, leer- en werkplezier, ruimte krijgen en aangrijpen, samenwerken, talenten centraal, vertrouwen, waardering”.
In het algemeen geldt overigens dat je uit strategie niet direct kan afleiden wat dat concreet voor het primaire proces betekent
Wordt er in het onderwijs substantieel geïnvesteerd in innovatie?
Nee. Het grootste deel van het budget gaat naar de salarissen. Daarna naar de exploitatie. Een R&D afdeling met bijbehorend budget zal zeldzaam zijn in het VO. De noodzaak om je product te innoveren is ook niet zo aanwezig. Je kan de leerplicht vergelijken met gedwongen winkelnering. Wel zie ik meer aandacht voor innovatie in diverse initiatieven (bijvoorbeeld durven delen doen, maar ook een nieuwe opleiding ‘Master of Learning & Innovation Sustainable Educational Change’.
Is de kennis over web2.0 voldoende aanwezig binnen het gehele onderwijs?
Nee. Er is slechts een select gezelschap bezig met web 2.0. De meesten hebben geen flauw idee waar je het over hebt als je RSS, twitter of social bookmarking noemt.
Heb je zelf een goed voorbeeld van gebruik web2.0 binnen onderwijs?
http://europeinfuture.ning.com. In het kader van een internationaliseringsproject hebben we een Ning omgeving opgezet. Er zijn 250 leden uit Finland, Polen, Duitsland, Turkije en Nederland.
Hoe wordt functionele samenwerking met anderen binnen onderwijs sector gestimuleerd door OCW?
Ook hier komt er geen concreet voorbeeld bovendrijven. Ik zie wel regionale samenwerking, initiatieven via Kennisnet (ambassadeursprogramma) en op het gebied van digitalisering van leerstof.
Wordt er voldoende gezocht naar synergie (1+1=3)?
Ik geloof niet in synergie. In mijn ‘vorige leven’ heb ik een aantal overnames en fusies meegemaakt waar synergie een sleutelwoord was. Het sommetje 1+1=3 geldt wel voor de energie die dat kost. Ik geloof meer in participatie, delen en samenwerken. Wij kunnen hierbij nog veel leren van de ‘homo zappiens’, ‘generatie Y’ of ‘Einstein generatie’.
Waarom zouden professionals de stap moeten maken van bedrijfsleven naar onderwijs?
Op dit moment: baanzekerheid
Het is goed voor het onderwijs dat de gevestigde ‘betekeniseilanden’ eens flink worden opgeschud. En je leert er zelf ook veel van. Het vergroot de kansen en mogelijkheden voor delen en samenwerken met bedrijven en onderwijsinstellingen. Bovendien kunnen deze zijinstromers hierin een belangrijke rol spelen doordat ze hun ervaringen kunnen inbrengen.




