Posts filed under ‘De Nieuwe Schoolleider’
Paniekvoetbal in het onderwijs
Voetbal is in de loop der jaren veranderd. Vroeger was de voorzitter van de club, een man met een dikke sigaar. Hij leidde in zijn vrije tijd de club uit clubliefde.
Het voetbal is zakelijker geworden, de belangen zijn groter. Daarnaast is het speltempo veel hoger en worden de verschillen niet alleen meer gemaakt op techniek en tactiek maar ook op de fysieke en mentale conditie van de spelers.
Feyenoord is een club met een rijke historie waar men zich vast houdt aan het verleden, aan principes die nu niet meer werken.
(more…)
Beren op de weg? Volg je hart, gebruik je hoofd!
In deze gastblog schrijft Directeur van Buiten, Anneke van Ooijen, werkzaam als Directeur Salto basisschool De Driesprong in Eindhoven, een prachtig persoonlijk verhaal over beren op de weg. Met trots presenteer ik deze gastblog: “Volg je hart, gebruik je hoofd! Directeur zijn is geen kunst(je)“.
Inspiratie – Leiderschap
QUOTES
#Robert Kaplan & David Nortan
“Waarom mensen zo weinig met strategie doen? Omdat ze er te weinig op gestuurd worden. Ze vallen dan terug op de dagelijkse waan.”
#Johan Cruijff
“Een zeventje omringt zich met zesjes, want daar steekt hij gunstig bij af. Maar een negen zoekt altijd een tien. ‘Want die is niet bang. Die weet dat hij goed is, en wil alleen maar beter worden.”
#Marc Lammers
“Winnen is belangrijker dan deelnemen”
“Winnaars hebben een plan, verliezers hebben een excuus”
“Winnaars laten iets gebeuren, verliezers wachten tot iets gebeurd”
#Abraham Maslow
Je hebt de volgende keuze: maak een stap vooruit in groei, of doe een stap terug in veiligheid.
X-factor
Gemiddeld 1.55 miljoen kijkers hebben afgelopen jaar gekeken naar de X-factor. De kans is dus groot dat u bekend met het format.
Maar wat is de X-factor?
“Mensen leven te weinig bewust. Als ze gepensioneerd zijn, zeggen ze dat ze eigenlijk iets anders wilden worden. Durf het roer om te gooien en je passie te volgen. Bevrediging en waardering vinden is belangrijker dan veel geld te verdienen. En om bewust te leven is die X-factor zo belangrijk. De X-factor is door iedereen toe te passen. Je hoeft er niet voor in de spotlights te willen staan. Sterker nog: het maakt niet uit wat voor werk je doet. Het draait juist allemaal om authentiek blijven. Daar hebben mensen moeite mee. Ikzelf heb veel behoefte aan mensen om me heen die echt zijn, zichzelf zijn.” Henkjan Smits, bedenker van X-factor
Ja, dus de X-factor is door iedereen toe te passen, aldus Henk Jan Smits.
Dus ook op scholen?
Ja! Er zijn wel parallellen te trekken met X-factor en een sollicitatie proces op een basisschool ergens in Nederland.
De X-factor begint met een auditie. Kandidaten kunnen zich aanmelden en worden dan uitgenodigd om auditie te komen doen.
Het sollicitatie proces van een schoolleider begint met een vacature. Kandidaten kunnen zich dan aanmelden door het schrijven van een brief met hun motivatie. Na een screening van brieven worden er kandidaten uitgenodigd door een onafhankelijk voorzitter.
Tijdens de auditie van de X-factor moeten de kandidaten op de stip gaan staan en hun kunstje laten zien. De deskundige jury bepaald dan of de kandidaat doorgaat naar de volgende ronde.
De volgende stap in het sollicitatieproces is een uitvoerig kennismakingsgesprek met de onafhankelijke voorzitter. Hij bepaald dan welke kandidaten doorgaan naar de volgende ronde.
De kandidaten van de X-factor moeten zich elke week bewijzen met hun zang- en danstalenten. De jury geeft commentaar op de performance. Uiteindelijk blijven er twee acts over die in de finale de strijd aangaan met elkaar. De persoon die van de kijkers thuis de meeste stemmen krijgt is de winnaar.
De overgebleven kandidaten van het sollicitatieproces worden uitgenodigd voor de eerste echte ronde met de benoemingsadviescommissie (BAC). De BAC bestaat uit vertegenwoordigers van het MT, MR, bestuur en het team. Aan de hand van competentiegerichte (of criteriumgerichte) vragen worden de kandidaten door de BAC bevraagd.
De methode is ook wel bekend als de STAR-methode wat voor: Situatie, Taak, Actie en Resultaat. Het komt erop neer dat de kandidaat voorbeelden geeft van feitelijk gedrag dat te maken heeft met het functieprofiel. Daarmee toont de kandidaat aan dat hij/zij de functie goed zou kunnen vervullen. Tijdens deze ronde heeft de kandidaat ook de gelegenheid gekregen om een kwartier naar eigen inzicht met de BAC in gesprek te gaan.
Uiteindelijk vallen er na deze ronde weer kandidaten af en blijven er twee potentiële schoolleiders over die in de laatste ronde de strijd aangaan met elkaar. In deze ronde legt de commissie een aantal praktijk cases voor. De kandidaat vertelt dan hoe hij te werk zal gaan.
De persoon die van de commissie het meeste vertrouwen krijgt en waarvan de commissie denkt dat hij/zij de klus kan klaren, wordt voorgedragen aan het bestuur. Echter de kandidaten liggen zo dicht bij elkaar, of zijn juist zo complementair dat ze alle twee worden voorgedragen. De kaarten zijn geschud, het lot van de kandidaten ligt in de handen van het schoolbestuur.
En daar staan ze dan, wachten op de uitslag.
U kunt niet meer stemmen, de lijnen zijn gesloten………..
WORDT VERVOLGD………
Een goede directeur moet krijt aan zijn handen hebben?
Moet een directeur een onderwijsbevoegdheid zijn? Zo ja, waarom? Zo nee waarom niet?
In mijn reis richting het directeurschap van een basisschool loop ik telkens weer tegen besturen aan die niet alleen denken dat een schoolleider onderwijsbevoegd moet zijn maar ook hier naar handelen (sla de vacatures er maar op na) en dus ook geen ruimte bieden voor “nieuwe” schoolleiders. Ik snap hier helemaal niets van! Meer dan 50% van de huidige directeuren is met 3 jaar met pensioen. Hierbij gaat het om meer dan 3500 banen en dit zal door onderwijs sector zelf nooit kunnen alleen kunnen worden vervuld. Er tikt een tijdbom onder vele basisscholen, en wat gebeurd er als deze tijdbom af gaat?
Waarom is er weerstand? En waarom denken besturen en leerkrachten dat het onderwijs zo’n unieke sector is?
Ik heb dus de stelling “Een goede directeur moet krijt aan zijn handen hebben?” geplaatst op Winkwaves Schoolplein, LinkdIN PO Netwerk Groep en een aantal politici benaderd via twitter.
oud-staatssecretaris OCW Sharon Dijksma reageerde via Twitter: “Dat maakt een schooldirecteur niet op voorhand ‘n goed onderwijskundig leider. Maar passie voor onderwijs is wel noodzakelijk!”
Ineke Dezentjé Hamming – Bluemink, 2e Kamerlid voor de VVD, Portefeuille Onderwijs twitterde: “Niet noodzakelijkerwijs. En vergeet ook niet: niet iedere goede leraar is een goede schoolleider. Een leraar die carriere wil maken om ook wat meer te verdienen is vaak aangewezen op het schoolleiderschap. Ik vind: goede leraren mogen meer verdienen. Goede schoolleiders zijn belangrijk. Zij geven leraren de mogelijkheid hun vak goed uit te oefenen en te focussen op lesgeven”
De stelling leverde dus een boeiende discussie op met verschillende invalshoeken. Maar ja, hoe ga je meer dan 50 waardevolle reacties samenvatten?
Laat ik eerst terug gaan naar de vraag: “Wat is nu eigenlijk een goede schooldirecteur?”
Het NSA (Nederlandse Schoolleiders Academie) schrijft op haar website: ”Het professionele handelen van leidinggevenden in het primair onderwijs kent acht domeinen van bekwaamheid. Deze bekwaamheidseisen zijn gebaseerd op de kerncompetenties voor onderwijskundig leiderschap uit de NSA beroepsstandaard. Bij onderwijskundig leiderschap gaat het zowel om persoonlijke als om organisatie-effectiviteit.”
Schooldirecteuren kunnen zich laten opnemen in het NSA register. Deze RDO’ers (Register Directeur Onderwijs) zijn vakmensen, die hun eigen professionele ontwikkeling bijhouden en zich hiermee jaarlijks verantwoorden middels het register, ofwel continue bezig zijn zichzelf, de organisatie systematisch te verbeteren en structureel verder te ontwikkelen. Hiermee laten ze ook zien dat zij “schoolleider” een ander vak vinden dan leerkracht.
In 2008 was slechts 20% van alle directeuren en adjunct-directeuren die in het primair onderwijs werken ingeschreven bij de Nederlandse Schoolleiders Academie (NSA)!
In mijn ogen moet een goede schoolleider zorgen voor een omgeving waarin leerkrachten optimaal tot hun recht kunnen komen. De schoolleider speelt een sleutelrol bij het verbeteren van de kwaliteit en de opbrengsten van het onderwijs door de motivatie en capaciteiten van leerkrachten te beïnvloeden en de omgeving waarin leerkrachten te werken. De schoolleider is dienend, stelt zich bescheiden op, is authentiek en maar is ook leidend, inspirerend en durft beslissingen te nemen. Maar heb je hiervoor krijt aan je handen nodig?
NEE!
Een goede schoolleider is een PEOPLE Manager ofwel moet zich kunnen inleven in het werk van zijn team, de taal spreken van zijn team, hiervoor hoeft geen les te kunnen geven en dus niet onderwijsbevoegd te zijn! Sterker nog, ik vind dit ook weer diskwalificatie van het vak “leerkracht”.
Anne Jan Dool: “Ik durf de stelling wel aan dat een schoolleider met krijt aan de vingers (wat een ouderwets beeld van voor de klas staan roept dat trouwens op) de school een goede leerkracht ontneemt en er een -in eerste instantie- matige leider voor teruggeeft. Dat lijkt me een slechte ruil……”
En dan het verhaal van die rare mensen uit het bedrijfsleven die zo nodig het onderwijs in willen……..Wat drijft hen? Deze mensen zijn gedreven en maken een bewuste keuze om iets te doen voor het onderwijs. Hebben zij nu net niet die passie die zo hard nodig is in het onderwijs? Ook wordt er vaak voorbij gegaan aan de ervaring die men al heeft opgebouwd in het bedrijfsleven. Vaak hebben zij in verschillende sectoren gewerkt, diverse werkgevers gehad en dus te maken gehad met verschillende bedrijfsculturen.
En hebben zij wel de vaardigheden? Sterker nog, misschien zijn directeuren van buiten beter op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van opbrengst gericht werken, ontwikkelingsgericht werken, leiding geven aan een lerende organisatie en innoveren. Ik ben van mening dat ELKE directeur een opleiding moet volgen tot “Directeur Basisschool” en dus continu moet werken aan de kerncompetenties voor onderwijskundig leiderschap.
En hoe zit dit allemaal op een kleine school? Daar moet toch een directeur ook les kunnen geven voor het geval er plotseling een leerkracht uitvalt? ONZIN! Wat gebeurd er dan met de taken van de directeur als hij/zij moet invallen? Zijn die niet belangrijk voor een school? Kleine scholen zouden ook eens kunnen gaan denken aan andere oplossingen. Heeft een kleine school een directeur voor 5 dagen nodig? Misschien kunnen zij eens denken aan een klein management team samen met een andere school? Een mobiel management team dat 2 scholen runt……Het betekent dus gewoon anders organiseren! Ook dat is onderdeel van een lerende organisatie!
Tuurlijk kan het een keer fout gaan met directeuren van buiten maar hoeveel voormalige leerkrachten hebben de plank mis geslagen als directeur?
Kortom, een directeur heeft GEEN krijt aan zijn handen nodig!
Besturen open je deuren! Nieuwe Schoolleiders zijn hard nodig, ze zullen krijt meenemen!
(dank voor quote @handejonge en iedereen bedankt alle reacties op stelling!)
LEES ALLE REACTIES OP STELLING:
Winkwaves Schoolplein
LinkdIN PO Netwerk Groep
TIP: 25 Mei 2010 – Rondetafelgesprek ‘Tekort directeuren po biedt kansen voor excellent schoolleiderschap’ ….meer info
BRONNEN:
http://schoolleider.kennisnet.nl/hetvakschoolleider/publicaties
http://schoolleider.kennisnet.nl/hetvakschoolleider/professioneelleidinggeven
Doet uw bestuur ook aan blind daten?
Het tekort aan directeuren in het basisonderwijs wordt de komende jaren steeds nijpender.
Er ontstaan steeds meer vacatures als gevolg van de vergrijzing in het directeurs gilde. Er wordt de komende vijf jaar een verdubbeling van het aantal vacatures verwacht.
Wat ik me kan voorstellen is dat er bij een stichting een personeelsbeleid is. Hieruit kan men zien dat er naast leerkrachten ook een uittocht van directeuren gaat aankomen. Ze gaan vervolgens een dure advertentie plaatsen in een landelijk dagblad en hopen dan dat ze de geschikte kandidaat voor opvolging directeur gaan vinden.
Waarschijnlijk zitten ze daarna in een database te spitten, of brieven te lezen om tot een selectie van kandidaten te komen voor de functie “Directeur”.
Een lastige taak, want hoe haal je nu de juiste persoon eruit die dadelijk de klus kan gaan klaren?
Vele mensen zullen waarschijnlijk al afvallen vanuit een eerste screening op basis van hun brief en CV, maar hoe kun je mensen beoordelen op basis van papier?
Achter een CV en een brief zit een mens, ieder met een persoonlijk verhaal.
Maar ja, dat verhaal staat vaak niet in een CV.
En als je dan kandidaten heb gevonden en de eerste gesprekken vinden plaats dan heeft dit iets weg van een blind date. Maar hoeveel duurzame relaties zijn er ontstaan uit een blind date?
Het aanbod aan banen binnen het onderwijs is aan het stijgen. Als de banen voor het oprapen liggen dan zullen organisaties beter hun best moeten doen om de juiste mensen binnen te halen. Persoonlijk geloof ik niet meer in solliciteren en denk ik dat vacatures meer opgevuld gaan worden vanuit (sociale) netwerken, het is maatwerk!
Beste schoolbesturen, als jullie op zoek ben naar een nieuwe directeur neus eens wat rond op het internet, volg discussies op sociale media, lees de persoonlijke verhalen en ga actief op zoek naar de jullie ideale directeur en misschien vind je hem!
Gaan de rollen omgedraaid worden? En moeten scholen dadelijk gaan solliciteren?
Bekend met sollicitatie proces Herman Finkers?
Een goede school gaat voor goud!
Het primair onderonderwijs is het fundament van de samenleving. Hier leren kinderen de basisvaardigheden welke ze nodig hebben om goed te functioneren in een veranderende samenleving, maar ook vaardigheden die ze nodig hebben voor hun leerproces. De basisschool heeft dus een belangrijke taak in de samenleving. Er worden dus ook hoge eisen en verwachtingen gesteld door ouders, bestuurders, inspectie en de maatschappij. Afgelopen december ben ik begonnen met de opleiding “Directeur van Buiten”. In deze opleiding worden zij-instromers klaar gestoomd voor het vak “schoolleider basisonderwijs”. In dit kader is mij gevraagd om na te denken en een mening te vormen over een aantal zaken zoals “Wat vind jij een goede school?”.
Ieder mens is uniek dus ieder kind is uniek en ieder kind heeft zijn of haar talent. Het belangrijkste van een basisschool vind ik dat de talenten van kinderen worden herkend, erkend en maximaal worden ontplooid. Dit betekent in de praktijk dat je kinderen veel verschillende zaken moet aanbieden, dit kan variëren van wereldoriëntatie, sport tot geschiedenis of kunst. Het reken en taalonderwijs vormt de basis en ieder kind moet op zijn of haar niveau kunnen rekenen en lezen. Persoonlijk vind ik het ook belangrijk dat we kinderen voorbereiden op de wereld van morgen en niet op die van vandaag. In mijn ogen vertaald dit zich met leren innoveren en dit begint bij stimuleren onderzoekend gedrag.
Ieder kind is uniek, dus voor ieder kind een passende aanpak. Mijn constatering nu is dat als gevolg van de prestatiedrang en de eisen van de inspectie dat we nu kinderen truckjes leren om hun CITO toets goed te kunnen maken. Een goede school leert kinderen geen truckjes maar leert kinderen leren en leert kinderen goede leerstrategieën, want leren houd niet op na de basisschool, voortgezet onderwijs, hogere school of universiteit. Nee, leren dat doen we ons hele leven, dus is het belangrijk bij de start. Is het bijvoorbeeld nog belangrijk dat kinderen weten dat Slag bij Nieuwpoort in 1600 was? Of is het belangrijker dat ze weten hoe ze deze informatie kunnen vinden en de waarde van deze informatie goed kunnen inschatten (mediawijsheid).
Een goede school werkt dus vanuit een onderwijs visie maar ook met een visie op de organisatie. Waar staat de school voor? Wat maakt de school uniek ten opzichte van andere scholen in de buurt? Wat is de positionering van de school? Er is breed draagvlak voor de visie omdat deze gezamenlijk is ontwikkeld en niet bedacht is vanuit de ivoren toren.
Een goede school is een professionele school, waar kwaliteit hoog in het vaandel staat. Een goede school geeft ruimte aan leerkrachten maar stuurt ook op resultaten en kwaliteit. Kwaliteit van het personeel, kwaliteit van de uitvoering. Kwaliteit wordt hier ook gemeten aan de hand van bijvoorbeeld een leerlingvolgsysteem, oudertevredenheidonderzoek, ontwikkelplannen, bekwaamheidsdossiers, balanced score card…. Verantwoordelijkheden zijn hier helder, de schoolleider is verantwoordelijk voor het geven van de richting en de realisatie van resultaten en het aansturen van de professionals (leerkrachten, intern begeleiders, remedial teacher, ICT coördinator ……….). Een professionele school betekent ook een professionele houding van alle geledingen van de organisatie. Een leven lang leren geldt dus niet alleen voor leerlingen maar ook voor schoolleiders, leerkrachten………Er zijn ontwikkelingplannen op individueel en op groep niveau. De plannen worden geformaliseerd en vormen een vast onderdeel van de jaarcyclus. Leren van personeel gebeurd niet alleen door het volgen van cursussen. Nee, er wordt op verschillende manieren geleerd zoals intervisie, train de trainer, collegiale visitatie …….Er vind regelmatig reflectie plaats op eigen gedrag en op organisatie niveau. Doen we nog steeds de juiste dingen? Stilstand is achteruitgang, de schoolleider, leerkrachten werken continue aan verbeteringen op hun vakgebied en durven ’’out-of-the-box’’ te denken en te handelen.
Leerkrachten zijn uniek, niet iedere leerkracht is hetzelfde. Een goede school heeft een functiehuis waarin ook meer ruimte is voor specialisme, zoals een taalspecialist, rekenspecialist, mediawijsheid specialist, cultuur specialist………..Een goede school ziet leerkrachten ook niet als eenheidsworst maar geeft leerkrachten ruimte om zich te ontwikkelen en hun talent en specialisme verder te ontwikkelen. De functiemix is een eerste aanzet om het vak leerkracht te differentiëren. Een goede school ziet de verschillen juist als een verrijking.
Een schoolleider is van groot belang voor een professionele school. Zij spelen een centrale rol bij het personeelsbeleid op een school. De schoolleider moet zorgen voor een omgeving waarin leerkrachten optimaal tot hun recht kunnen komen. De schoolleider speelt een sleutelrol bij het verbeteren van de kwaliteit en de opbrengsten van het onderwijs door de motivatie en capaciteiten van leerkrachten te beïnvloeden en de omgeving waarin leerkrachten te werken. De schoolleider is dienend, stelt zich bescheiden op, is authentiek en maar is ook leidend, inspirerend en durft beslissingen te nemen.
Een goede school staat midden in de samenleving en dus niet buiten de samenleving. Een goede school zoekt naar nieuwe integratie mogelijkheden en is een afspiegeling van de buurt en omgeving.
Op een goede school worden ouders gezien als partner in onderwijs en de opvoeding. De betrokkenheid van ouders is hier groot. Ouders worden niet alleen ingezet als luizenmoeder of voorleesmoeder.
Op een goede school vindt er open en transparante communicatie plaats. Naar ouders, naar buurt, naar leerlingen en leerkrachten. Geen achterkamertjes politiek. Er wordt een mix van communicatie kanalen gebruikt.
Op een goede school dagen we kinderen uit met eigentijds onderwijs. We leggen de lat steeds ietsje hoger zodat kinderen net iets boven hun kunnen presteren.
Op een goede school heerst geen zesjes cultuur maar gaan we ALLEMAAL voor goud, goud voor de leerlingen, goud voor de leerkrachten, goud voor de ouders, goud voor de inspectie, goud voor de schoolleider……………..
Niet iedereen kan een marathon winnen, maar wel een persoonlijk record lopen en dat is GOUD!
De overblijfmoeders
Back2School staat ook open voor gastbloggers. Mensen, vanuit onderwijs sector (leerkrachten, beleidsmakers, adviseurs, innovators……..) die hun verhaal kunnen houden over de onderwijs praktijk. Ik stel ze enkele vragen en hun antwoorden worden gepubliceerd in de rubriek “Aan het woord…..”.
Ik heb Anneke van Ooijen leren kennen bij de opleiding “Directeur van Buiten”. Anneke werkt als waarnemend directeur op een basisschool in Noordbrabant. Haar school staat in een krachtwijk en valt onder de categorie “zwarte school”. De school zit in een Spilcentrum. In deze gastblog schrijft Anneke een verhaal uit de praktijk. Anneke is in 2002 als zij-instromer in het onderwijs terecht gekomen. Daarvoor had zij een leidinggevende functie in de verslavingszorg. Na enkele jaren voor de klas Anneke heeft Anneke toch weer voor het leiding geven gekozen.
Vanmorgen om 9.30 staat de conciërge in mijn kantoor. “Anneke, je moet maar even naar boven gaan. Het loopt boven totaal uit de hand.” “Boven” wil zeggen het lokaal waar de overblijfmoeders een cursus volgen.
Als ik de trap oploop, hoor ik de boze stemmen al. Vier moeders staan op de gang. “Ze kan kapot vallen,” schreeuwt een van de moeders. “Degenen die hier niets mee te maken hebben, kunnen terug de klas in of naar buiten gaan. De anderen kunnen op mijn kantoor komen uitleggen wat er aan de hand is, maar er wordt hier niet geschreeuwd en gescholden in de gang,” zeg ik rustig. Twee moeders besluiten om terug de klas in te gaan. De andere twee zijn zo boos dat ze weer beginnen te schreeuwen: “Ja maar, da wijf is hartstikke gek en zij hèt niet tege mij te zeggen da…” enzovoort, enzovoort. Ik zeg nog een keer heel stellig: “Of eruit of op mijn kantoor, aan jullie de keuze. Nogmaals, er zitten hier kinderen in de klassen en ik accepteer het niet als jullie hier staan te schreeuwen en te schelden, dus…” De dames besluiten om even naar buiten te gaan. Ze moeten even roken, letterlijk en figuurlijk stoom afblazen.
Na vijf minuten komen ze mijn kantoor binnen. Vol verwijten naar de docent en heel boos op een overblijfmoeder van een andere school die ook bij de cursus aanwezig was. De docent was die ochtend al chagrijnig binnengekomen. Ze had niet eens goedemorgen gezegd en hoe ze keek! Ze hadden heus wel gezien dat deze dame op hun neer keek. Bah, typisch weer zo’n dame die d’r vooroordeel al weer klaar had over mensen van het kamp. Nou, als zij geen respect had voor hun, hadden zij ook geen respect voor haar! Vervolgens had de lerares ook nog gezegd dat de moeders van deze school haar les vorige week niet serieus hadden genomen! Tjonge, je mag toch zeker wel lachen? En dan d’r bij, die anderen hadden ook mee gelachen, dus er werd weer eens onderscheid gemaakt. Toen had ze ook nog gezegd dat een van de moeders met papiertjes had gegooid. Nou, dat was al helemaal niet waar en als zo’n mens dan ook nog begint te liegen… Vervolgens bemoeide die moeder van die andere school zich er tegenaan en dat ging toch echt te ver. Die hadden ze eens flink de waarheid verteld. En toen had die docent gezegd dat ze moest gaan. Nou, die hadden ze dus ook nog maar eens flink de waarheid gezegd! Als die docent hun iets wilde zeggen, dan moest ze hun maar even apart nemen en het niet zeggen voor de hele groep. En wat ik er nu van vind?
Ik zeg ze dat het misschien wel klopt wat ze zien, maar dat de manier waarop ze er op reageren niet goed is. Ik leg ze nogmaals heel duidelijk uit dat schreeuwen en schelden in de school geen pas geeft, niet voor een ouder, maar zeker niet voor een overblijfouder! “Als het nog een keer gebeurt, wil ik je niet meer hier als overblijfmoeder”. Dat snappen ze. De zakdoeken komen tevoorschijn, ze moeten toch even huilen over zoveel onrechtvaardigheid. Ik spreek met ze af dat ze, als de docent er mee akkoord gaat, terug de les in kunnen en dat we daarna samen gaan praten. Dat vinden ze goed. “Maar je biedt wel eerst je excuus aan,” is mijn eis, “en je houdt het netjes.” Ze stemmen in.
Na de les heb ik een gesprek met de docent en de twee moeders. De moeders bieden keurig hun excuus aan. Daarna doet de docent haar verhaal. Ze had de les vorige week lastig gevonden: er was weinig orde en ze had er niets van durven zeggen. Het had haar de hele week beziggehouden en na overleg met collega-docenten was ze vanmorgen met lood in haar schoenen naar de les gegaan, bang als ze was om alsnog met haar kritiek te komen. Door al die angst was het allemaal nogal bits en stellig overgekomen. Het was absoluut niet haar bedoeling om onderscheid te maken en ze keek al helemaal niet neer op de moeders.
De moeders vertellen dat ze wel meer cursussen hebben gevolgd en dat er wel vaker wordt gelachen. Ze weten ook wel dat ze soms te ver gaan, maar dat kan die mevrouw dan toch gewoon zeggen! Gewoon, hun even apart nemen, niet voor een hele groep! Dat doe je met kinderen toch ook niet!
“Denken jullie dat we weer verder kunnen met elkaar?” vraagt de docent na afloop enigszins bibberend.
“Natuurlijk, het is nou toch uitgepraat?” reageren de moeders.
Volgende week gaan ze weer gewoon naar de les. Ze hebben beloofd dat ze zich zullen gedragen. Lachend lopen ze even later het schoolplein op. De docent geef ik nog maar even een kopje koffie. Ik hoop niet dat ze volgende week ziek is.
Gooi nieuwe directeuren niet in het diepe, leer ze eerst zwemmen!
In mijn vorige blog “Onderwijs moet drempelvrij zijn” schreef ik over mijn plannen om me te laten omscholen tot directeur van een basisschool. In december heb ik de eerste stappen gezet en ben dus met de opleiding “Directeur van Buiten” begonnen. De opleiding is gericht op zij-instromers vanuit het bedrijfsleven en duurt één jaar. Het programma is gericht op concrete handvatten voor de dagelijkse onderwijspraktijk. Een belangrijk onderdeel van de opleiding is praktijkervaring opdoen bij een stageschool. Mijn eerste echte opdracht was dus zoeken naar een stageschool, welke ik gelukkig snel heb gevonden (mede dankzij LinkedIN).
Maar hoe ziet een ideale route richting het directeurschap er nu uit?
Persoonlijk geloof ik in een “meester-gezel” traject waarbij “De Nieuwe Schoolleider” gekoppeld wordt aan een ervaren uittredende directeur.
Meester-Gezel methode is misschien wel de oudste vorm van onderwijs. In vroeger dagen werd een gezel lid van een gilde en begon hij te werken als leerling. Na deze eerste periode (vergelijkbaar met stage) ging hij in de tweede periode van zijn opleiding dan als gezel nauw samenwerken met de meester om het beroep tot in de puntjes te leren. De meester was verplicht al zijn kennis en vaardigheden over te brengen aan de gezel. Na een leerschool van opnieuw enkele jaren mocht de gezel zichzelf meester noemen en zich als meester te vestigen.
Een goede school, stichting heeft personeelsbeleid dat ook is afgestemd op de ontwikkelingen in de maatschappij, zoals de vergrijzing. Men heeft een goed overzicht van leeftijdsopbouw binnen alle lagen van de organisatie, dus weet men ook wanneer directeuren gaan aftreden op basis van leeftijd. In het dreigend tekort van directeuren wordt door besturen vaak bij voorkeur directeuren benoemd uit een eigen kweekvijver, waarin “high potential” leerkrachten vanuit de eigen organisatie worden opgeleid tot directeur. In een kweekvijver traject kan een “meester-gezel” traject prima werken. Echter, het te kort van directeuren kan niet alleen meer opgelost worden door mensen uit een “eigen” kweekvijver. Nee, er zal ook buiten de organisatie muren moeten worden gezocht. Een vacature wordt vaak dus te laat geplaatst, op het moment dat de uittredende directeur al bijna de school voorgoed heeft verlaten. Hierdoor is de kans voor een “meester-gezel” traject voor zij-instromers heel erg klein. In de vacature tekst staat dan vaak een baan voor een fulltime directeur. Als de zij-instromer geluk heeft wordt hij aangenomen. Hij/zij wordt dan gelijk voor de leeuwen gegooid met de kans dat hij/zij dan snel afgebrand is en de school opnieuw een probleem heeft met de personele bezetting . Mijn mening is dat een school/bestuur een afbouwtraject moet hebben voor uittredende directeuren en een opbouwtraject voor de nieuwe schoolleiders (zowel van buiten als van binnen). Een uittredende directeur kan dan langzaam in één schooljaar zijn carrière afbouwen door bijvoorbeeld steeds minder te gaan werken. De tijd die dan vrij komt kan dan gebruikt worden voor de nieuwe schoolleider die daardoor langzaam in het vak kan groeien en nog gebruik kan maken van de kennis en expertise van zijn voorganger. Na één schooljaar wordt het stokje pas volledig overgedragen aan de nieuwe schoolleider. Eigenlijk is er dus voor het overgangsschooljaar sprake van een duobaan van de nieuwe schoolleider en de uittredende schoolleider.
Gooi nieuwe directeuren niet in het diepe, leer ze eerst zwemmen!
Zwemdiploma A = Stage (schooljaar 1)
Zwemdiploma B = Meester-gezel / Duo baan (schooljaar 2)
Onderwijs moet drempelvrij worden
De woorden “Ja, maar…….” heb ik het afgelopen jaar vaak gehoord en gelezen als het over het onderwijs gaat en mijn reis “Back2School”. Het begon met het programma “De School van Prem”. Het programma draaide om de CITO Toets en de opgelopen leerachterstanden van leerlingen. Prem Radhakishun ging de discussie aan met zijn stelling “Een leerachterstand is een wanprestatie van de school”. Nog voor de eerste uitzending kreeg Prem veel kritiek vanuit het onderwijsveld en schoot men in de verdediging. Ja, maar………
In november komt Onderwijsraad met een advies waarin ze zes manieren beschrijven om het doelmatigheidsbesef binnen scholen te vergroten, met name het onderwerp “Tijdschrijven” wordt er uitgelicht. Ook hier weer felle reacties op diverse kanalen lees bijvoorbeeld de opinie van Ferry Haan (Opinie Volkskrant) of de reactie van Beter Onderwijs Nederland. Ja, maar de school is geen bedrijf…….ja, maar…..
En dan start “De OnderwijsAgenda” met de vraag aan iedereen: “Wat zijn de grootste problemen in het Nederlandse onderwijs?”. Deze website wordt per direct de klaagmuur of de schandpaal van het onderwijs. Wat gebeurd er? Leraren schieten gelijk weer in de verdediging en in de slachtoffer rol zoals te lezen in deze reactie:
“Natuurlijk, geef de leraren maar weer de schuld. Niet gehinderd door enige kennis van zaken walsen deze nep-deskundigen over de feitelijke oorzaak van de malaise in het onderwijs heen. De Nederlandse leraar ‘geeft te weinig les’ (maar liefst 25% meer lesuren dan in vergelijkbare Europese landen aan gemiddeld 30% grotere klassen), ‘heeft te weinig vakkennis’ (dat moet je niet de leraar aanrekenen maar degene die hem aanstelt) en wordt voor ieders politieke karretje gespannen (hoogbegaafden, moeilijk lerende en gehandicapte kinderen, multiculti-toestanden) en mag het allemaal zelf uitzoeken onder bedreiging van POP en PAP en een eeuwig pover salaris (hoe hoger opgeleid, hoe minder marktconform)”.
De vele stuurlui aan wal roepen hard dat het allemaal niet goed is en dat het anders kan en de bemanning kruipt in de slachtoffer rol. Drempels, drempels en drempels…….Kortom, het lijkt een negatieve spiraal te worden met veel weerstand, waarin alleen maar wordt gesproken over de problemen in plaats van oplossingen. Je zou er moe van worden, of niet? Hoe zou een drempelvrij onderwijs eruit zien?
Ik denk dat we allemaal best wel weten hoe we ervoor staan met het onderwijs in Nederland, dus laten we stoppen met “Ja, maar………” en laten we beginnen met “Yes, we can!”
Dan denk ik ook gelijk aan Marc Lammers, die tijdens “De Onderwijsdagen” vol passie een geweldig inspirerend verhaal vertelde over hoe je de allerbeste wordt. Een zesjescultuur is niet voldoende, ga dus niet werken aan de onvoldoendes, maar richt je uitsluitend op die acht: dat moet een tien worden. Hoe worden we winnaars? Winnaars hebben een plan, verliezers een excuus. Winnaar zeggen mogelijk, verliezers zeggen moeilijk. Winnaars laten iets gebeuren, verliezers wachten tot er iets gebeurd.
Dat klinkt toch meer als “Yes, we can!””
En dan denk ik terug aan de TeachMeet PO, waar Lex Hupe het podium opstapte met een hele simpele boodschap voor allen: “Ik start een actie om kinderen in het zonnetje te zetten. Elk kind mag zijn zon laten stralen in de wereld! Daarom verdienen ze een 10, ook al hebben ze er niet eerst iets voor moeten “doen”. Hoe werkt het? Ik kom langs op school met m’n camera. Een kind dat het leuk vindt, mag plaatsnemen achter de “10″ en ik vraag waarom hij/zij een 10 verdient. Het filmpje zet ik dan op Internet.”Dat klinkt toch ook als “Yes, we can!”.
En jij dan Marcel?
Ja, ik heb een plan! Afgelopen jaar heb ik goed gebruikt om me breed te oriënteren op het onderwijs, maar wat zijn onderwijsmensen goed in het bouwen van muren, verhogen van drempels en beren op de weg te zetten en eigenlijk word ik daar alleen maar gemotiveerder van. Telkens als ik een stap richting onderwijs ging stapje voor stapje kwam ik steeds dichter bij mijn doel. Er kwamen kansen voorbij om als een missionaris langs scholen te gaan en te vertellen hoe het anders zou kunnen. Maar wie ben ik? Ook weer zo’n stuurman aan wal zonder praktijkervaring die het allemaal wel even zou vertellen hoe het anders kan. Nee, ik ga het anders doen en heb besloten om met mijn voeten in de aarde te gaan staan in het onderwijsveld. Niet praten en adviseren maar DOEN!
Ja, ik ben met de opleiding “Directeur van Buiten” gestart om me te laten omscholen tot directeur van een basisschool – “De Nieuwe Schoolleider”.
Mijn reis “Back2School” zal ook in 2010 verder gaan. In deze blog kun je dus ook de reisverslagen van “De Nieuwe Schoolleider”.
Tot volgend jaar! YES, WE CAN!
Tonight I’m gonna have myself a real good time
I feel alive and the world it’s turning inside out Yeah!
I’m floating around in ecstasy
So don’t stop me now don’t stop me
‘Cause I’m having a good time having a good time
BRON: Queen, Don’t Stop me now




