Posts tagged ‘OCW’
Samen komen we verder!
Afgelopen week was de ‘International Summit on the Teaching Profession (ISTP 2013) in Amsterdam. Deze internationale onderwijstop werd voor het eerst op Europese bodem georganiseerd. De eerste edities werden door Obama geïnitieerd om daarmee een (internationale) discussie te starten tussen overheden en onderwijsorganisaties over de vraag hoe de kwaliteit van het onderwijs verbeterd kan worden.
Eigenlijk toch wel iets om trots op te zijn dat deze onderwijstop nu in Nederland is georganiseerd! Nederland staat blijkbaar op de kaart als het om onderwijsinnovatie gaat. Ik schreef er al eerder over in “de klas van 2028”.
Tot zover het nieuws……
Er was eens…..
Persoonlijk hou ik niet van sprookjes. Ze zijn vaak gruwelijk. Kinderen met een roodkapje worden opgegeten door een wolf; heksen lokken kinderen met “knibbel, knabbel. knuistje..” om ze vervolgens ook op te willen opeten.
Het onderwijslandschap lijkt soms ook op een sprookje. Laten we eens zien hoe dat sprookje klinkt.
Er was eens…..
Er was eens een land, ook wel bekend als Onderwijsland.
In Onderwijsland willen alle mensen het beste onderwijs voor alle kinderen.
In Onderwijsland staat een hoge toren, waar om de vier jaar een nieuwe koning in mag zetelen. Hij (of zij) wordt door het volk gekozen. Soms, als het volk mort, moet de koning eerder weg, een enkele keer, wanneer het volk tevreden knort, mag ie nog wat langer blijven. De laatste jaren werd de toren al weer voor de tweede keer bewoond door een koningin. In het begin van haar regeerperiode kwam de vorige koningin vaak uit haar toren om te praten met de mensen in Onderwijsland. Ze wilde namelijk het beste onderwijs voor alle kinderen.
Wanneer begint de tsunami in het onderwijs?
Er wordt aan alle kanten aan de stoelpoten gezaagd van het hedendaagse onderwijs. Bezuinigingen treffen het onderwijs hard. Leerkrachten, besturen, bonden komen als reactie hierop in actie. Ondertussen signaleer ik een proactieve “onderstroom” die sterker aan het worden is. De “onderstroom” bestaat uit gepassioneerde mensen vanuit de onderwijssector, maar ook vanuit het bedrijfsleven. Zij weten allemaal “waarom” ze het onderwijs willen veranderen, “hoe” ze het onderwijs willen veranderen.
Hieronder vind je verschillende initiatieven in de “onderstroom”, maar wat zou er gebeuren als we al deze golven kunnen bundelen? Gaan we het kantelpunt naderen? Ontstaat er dan de tsunami in het onderwijsland, een vloedgolf uit de zee die de kuststrook onverwacht overspoelt, veelal veroorzaakt door een zeebeving.
(more…)
Hoe verspillen leerkrachten hun kostbare tijd?
Het nieuwe kabinet zegt dat er op basisscholen verplichte leerlingvolgsystemen met uniforme toetsen komen. Een centrale begintoets in groep 3 en een eindtoets wordt verplicht, zodat de leerwinst objectief kan worden gemeten door de inspectie. Hopelijk wordt er door de inspectie naar de totale ontwikkeling van het kind gekeken en blijft het niet beperkt tot rekenen en taal, maar dat is een andere discussie.
Er is dus niets mis met opbrengstgericht werken, maar hoe gaat dit in de praktijk? En hoe ver staat de politiek van de werkvloer? Waar zouden ze kunnen helpen?
Vanuit een onderwijsvisie bepalen scholen de onderwijsinhoud en hieruit volgen dan ook de lesmethodes voor taal, schrijven, lezen, begrijpend lezen………
De school heeft dus te maken met verschillende methodes van verschillende uitgevers zoals Zwijsen, Malmberg, Thieme-Meulenhoff, Wolters Noordhoff…………
Daarnaast gebruikt de school een leerlingvolgsysteem zoals ESIS, Dotcomschool of Parnassys. Veel scholen zijn nu dus aan het overstappen naar een digitaal web-based leerlingvolgsysteem.
Stel een leerkracht gebruikt een methode (bijvoorbeeld Taal Actief, Veilig Leren Lezen………).
Kinderen worden getoetst door gebruik te maken van een digitale methode toets. Deze digitale toets is dus ontwikkeld door de uitgever. Op veel scholen wordt er trouwens nog steeds gebruik gemaakt van toetsboekjes.
Hoe krijgt een leerkracht nu de leerling-resultaten in een leerlingvolgsysteem?
In het geval van toetsboekjes voert de leerkracht alle resultaten handmatig in de software van de uitgever en vervolgens handmatig in het leerlingvolgsysteem. Stel dit kost een leerkracht 10 minuten per toets, 10 toetsen ofwel ongeveer anderhalf uur per methode. Kostbare tijd gaat verloren aan deze administratieve taak en bij het invoeren van gegevens kunnen fouten ontstaan. In deze tijd hadden zij ook lessen kunnen voorbereiden, leermateriaal kunnen ontwikkelen of extra aandacht aan een kind kunnen geven. Het is dan ook terecht dat leerkrachten niet blij zijn met alle organisatorische rompslomp
Waar ligt het probleem?
Er zijn geen koppelingen of plug-ins tussen de methode software en leerlingvolgsystemen omdat zowel uitgevers of leveranciers leerlingvolgsystemen dit niet aanbieden. Wiens verantwoordelijkheid is dit? Waar ligt de bal?
Onderwijs is onderwijs en gelukkig zijn er enthousiaste leerkrachten die deze koppelingen ontwikkelen, zoals meester Michael. Maar eigenlijk is het toch van de zotte dat we afhankelijk zijn van mensen zoals meester Michael.
Hoe kan het anders?
Kinderen worden digitaal getoetst, de resultaten zijn direct zichtbaar in de software van de methode en kunnen ook rechtstreeks worden ingelezen in het leerlingvolgsysteem. Uitgevers leveren ook de koppelingen met de verschillende leerlingvolgsystemen.
Wat zou het kabinet kunnen doen?
De kostbare tijd van leerkrachten kunnen we beter gebruiken om resultaten te analyseren en op basis hiervan de juiste interventie toepassen om ervoor te zorgen dat het kind zich goed kan blijven ontwikkelen.
Als het kabinet vindt dat scholen verplicht een leerlingvolgsysteem moet hebben en gebruiken. Gaan zij er dan ook ervoor zorgen dat uitgevers en/of ontwikkelaars leerlingvolgsystemen deze koppeling ontwikkelen in plaats van dit overlaten aan scholen en leerkrachten!
Beste mevrouw van Bijsterveldt:
• Leg het probleem niet neer bij scholen, geef leerkracht hun vak terug, verminder administratieve rompslomp want ook dit heeft impact op de kwaliteit van het onderwijs
• Focus niet alleen op controle, geef scholen eigenaarschap en ruimte, maar help ze ook waar nodig!
• Laat scholen dit probleem niet zelf oplossen, spreek uitgevers en onderwijs leveranciers aan op hun verantwoordelijkheid. Neem de regie, ga met uitgevers, leveranciers om de tafel en sluit een overeenkomst
Kom gerust een keer op school kijken, de deur is altijd open!
De directeur van de toekomst?
In de Nota “Werken in het onderwijs”” staat: “Goede directeuren en schoolleiders zijn van groot belang voor een professionele school. Zij spelen een centrale rol bij het personeelsbeleid op een school. Zij moeten zorgen voor een omgeving waarin docenten optimaal tot hun recht kunnen komen. Scholen in het primair onderwijs hebben de laatste jaren nogal moeite om vacatures voor
directiepersoneel te vervullen.”
De taken van de schoolleider / directeur in het primair onderwijs van nu zijn ook niet meer te vergelijken met die van ‘het schoolhoofd’ van vroeger. Het beroep van schoolleider / directeur is in de loop van jaren veranderd en complexer geworden en vraagt dus om andere competenties van schoolleiders. Er zijn momenteel twee stromingen binnen onderwijswereld om het directeuren te kort op te vangen. De eerste stroming zegt dat een schoolleider een onderwijskundige achtergrond moet hebben en dus krijt aan zijn handen moet hebben. Een tweede stroming zegt dat een schoolleider management en leidinggevende capaciteiten moet hebben. Vanuit de 1e stroming komen dus waarschijnlijk leerkrachten die zich laten upgraden als directeur door bijscholing. De vraag is dan natuurlijk of zij ook beschikken over management vaardigheden. De 2de stroming bied dus mogelijkheden voor mensen met leidinggevende ervaring buiten het onderwijs om directeur in het basisonderwijs te worden. Het nadeel is dat deze mensen geen krijt aan handen hebben gehad en dus de praktijkervaring voor de staan klas missen. Hierbij wil ik graag een vergelijking maken met het voetbal met de vraag of iedere goede voetballer ook een goede coach is? Gullit was een geweldige speler maar hij is gigantisch gezakt als coach. Leo Beenhakker kwam zelf niet verder als voetballer dan amateur bij Zwart Wit ’28 of Xerxes maar is wel een van de meest succesvolle trainers van Nederland. Als Leo nooit de kans had gekregen dan had Trinidad en Tobago nooit deel genomen aan een wereldkampioenschap bijvoorbeeld
Stel, je hebt management en leidinggevende ervaring buiten het onderwijs, werkt niet in onderwijs maar voel je enorm betrokken bij onderwijs en opvoeding aan kinderen en je wilt directeur van een basisschool worden. Je vind dit een belangrijke switch in je carriere en neemt het vak “directeur basisschool” zeer serieus en vind het belangrijk dat je een goede basis hebt binnen de “nieuwe” functie alvorens te gaan solliciteren bij een bassisschool, dus kies je voor kwaliteit en voor een opleiding die geregistreerd is bij NSA (Nederlandse Schoolleiders Academi).
Je zoekt op internet naar opleidingen voor directeur primair onderwijs en vind een grote warboel aan opleidingen. Veel van deze zijn gericht op mensen die al in het onderwijs werken (vaak dus de leerkracht) en je vind enkele opleidingen voor zij-instromers. Ook hier zit een behoorlijk verschil tussen opleidingen. Er zijn er van 5 dagen (kosten rond 3000 Euro) en een volledige opleiding met doorlooptijd van een jaar, compleet met werkstukken en stage. (kosten rond 7000 Euro).
Zoals ik al schreef, je kiest voor een gedegen opleiding inclusief werkstukken en stage en vind dit een goede investering in tijd om je goed voor te bereiden op het directeurschap maar nu komt het vreemde aan dit verhaal.
Als je leerkracht bent en wilt doorgroeien naar directeurschap dan krijg je de opleiding volledig vergoed door de school waar je werkt want als gevolg van lumpsum krijgt de school geld welke ze kunnen gebruiken voor scholing medewerkers, dit betekent dat het de “nieuwe” directeur van de 1e stroming zelf geen geld kost maar als je “niet” werkzaam bent binnen school /onderwijs dan kun je nergens aankloppen en heb je geen recht op enige vorm van vergoeding. Dit betekent dat de drempel voor de 2de stroming veel hoger is dan voor de 1ste stroming. Je moet dus wel heel erg gemotiveerd zijn om deze stap te gaan maken want wie heeft er in tijden van crisis zo een paar duizend euro op de plank liggen? Deze “nieuwe” directeuren van de 2de stroming vallen dus tussen wal en schip voor wat betreft vergoeding voor opleiding. Ondertussen wordt er vanuit de overheid geroepen dat er meer behoefte is van instroming vanuit bedrijfsleven om het te kort aan directeuren op te vangen maar er is een verschil tussen roepen en doen.
De school van de toekomst gaat die geleid worden door Leo Beenhakker of door Ruud Gullit?
O ja Leo Beenhakker werd als trainer 3x kampioen van Nederlands, 3x kampioen van Spanje en won 1x supercup in Nederland en 1x de Spaanse beker.
PS: Sponsors voor Leo zijn natuurlijk altijd welkom
NOTE: Excuses voor de spelfouten, een blog is een snel medium en deze blog kwam uit het hart en was iets te snel geschreven, maar hopelijk is de essentie overgekomen
Langs de lijn bij Wikiwijs
Wikiwijs blijft mij boeien zoals ik ook onlangs schreef in mijn blog “Hoe krijgen we leerkrachten aan de Wikiwijs?”. In de vakantie periode werd ik aangenaam verrast door de publicatie van het programmaplan Wikiwijs. Verrast omdat ik niet gewend ben dat dit soort programma plannen openbaar worden gemaakt. Vol interesse ben ik het plan gaan lezen en zag dat er een flink programma team is opgetuigd door Kennisnet / Open Universiteit als teken dat dit toch wel heel serieus project is waar resources achter gezet zijn.
Mijn eerste reactie op Programmaplan was, nee het is vakantie ik ga er niet weer een blog aanwijden, maar na het lezen van de blog van Wilfred Rubens “Mijn aarzeling bij het Wikiwijs-plan” wil ik toch wel een reactie geven. Hij schreef dat er twee manieren zijn om ervoor te zorgen dat onderwijsontwikkelaars ontwikkeld digitaal leermateriaal met elkaar delen. De “bottom-up” aanpak, vanuit intrinsieke motivatie ontwikkelaar en een de “top-down” aanpak vanuit sturing instituten. Wilfred geeft aan dat Wikiwijs noch het ene, nog het andere manier hanteert. Nu kan ik daar zelf nog niet echt een oordeel over geven omdat ik dit niet vanuit een programma plan kan afleiden, zonder de strategie van Kennisnet / Open Universiteit te weten. Ik weet wel vanuit mijn eigen ervaring dat je niet moet schipperen tussen sturing (top-down) of ruimte (bottom-up), en dat dit geen kwestie is van of-of maar een kwestie van en-en. Ik geloof in beide werelden, want intrinsieke motivatie is prima maar zonder een vorm van sturing ontstaat er chaos en wordt de wildgroei groter. Ik heb niets tegen wildgroei maar dan moet dit een bewuste strategische keuze zijn en als ik het goed begrijp zou Wikiwijs juist alle ontwikkelingen willen omarmen en hier structuur in willen brengen.
Aansluitend op mijn vorige blog over Wikiwijs gaat mijn interesse ook naar “het laten landen” van Wikiwijs. In het programmaplan staat dat één van de risico’s voor het slagen is dat docenten de meerwaarde niet zien en dus niet gebruiken. Er wordt aangegeven dat de kans 4 is (gemiddeld) maar de impact vrij hoog (9). De maatregelen die er getroffen worden zijn: Grote nadruk op goede communicatie en uitleg, open inbreng docenten 24×7, goede ondersteuning, zowel fysiek als online, brede ondersteuning op alle aspecten rondom digitaal leermateriaal. In mijn ogen zijn deze maatregelen niet toereikend en gaat de leerkracht hierdoor echt nog niet aan de Wikiwijs maar moet er veel meer worden aangesloten op de belevingswereld van de docent en zijn leerdoelen. Er moeten voorwaarden worden geschapen, blokkades worden weggenomen zoals tijdgebrek leerkrachten. Het gaat er niet om of de leerkracht weet wat Wikiwijs is en hoe hij dit moet gebruiken. Nee, om het echt een succes te maken moet je in het hart van de docent zien te komen, zoals ik eerder aangaf “What makes them tick”. Ik lees door het programma plan heen dat er een communicatieplan wordt opgezet met daarin gebruik makend van verschillende kanalen. Persoonlijk vind ik dit vanuit een traditionele corporate communicatie gedachte. Sorry, maar dit moet geen communicatieplan zijn maar een activatieplan en dus meer vanuit brand communicatie. We willen toch leerkrachten activeren, in beweging krijgen, toch? Het activeren van doelgroepen is een vak apart, daarvoor moet je snappen wat mensen beweegt en weten op creatieve manieren hen te bereiken (en dat is niet via posters, campagnes, banners…..) en in sommige gevallen werken spiegeltjes en kraaltjes nog steeds maar vaak niet. Dit betekent dus niet alleen maar bijeenkomsten organiseren en dan maar hopen dat er mensen komen. Nee het gaat juist om de mensen die niet op die bijeenkomsten komen. Waarom komen ze niet?
In het programma team zie ik de rol die dit zou moeten oppikken niet terug, de rol van bruggenbouwer, de boodschapper van sturing (top-down) EN de stem van de werkvloer (bottom-up). Geen idee waar ik het over heb? Neem gerust contact op!
Hoe krijgen we de leerkrachten aan de Wikiwijs?
Eind vorig jaar was ik getuige van de lancering van Wikiwijs tijdens de bijeenkomst “Boven het Maaiveld” van het Innovatieplatform in de Van Nelle Fabriek te Rotterdam.
Minister Plasterk lanceerde Wikiwijs met als einddoel om al het lesmateriaal op deze manier aan te bieden, van basis tot en met hoger onderwijs, gebaseerd op het Wikipedia-principe van ‘wisdom of crowds’. Nadat Minister Plasterk toen vol trots de lancering ’s ochtends vertelde kwamen zijn medewerkers van Min OCW en Kennisnet hevig onder vuur in de middag en werden zij stevig aan de tand gevoeld door een zeer kritisch publiek van innovators, beleidsmensen vanuit de praktijk.
Ik was en ben nog steeds van mening dat Wikiwijs een geweldig goed initiatief is. De afgelopen maanden volgde ik op afstand voor zover mogelijk de ontwikkelingen van Wikiwijs. Echter werd ik pas echt getriggerd door de blog van Willem Karsenberg . (hiervoor dank!).
Willem schrijft: “Had je een half jaar geleden je bedenkingen bij het initiatief van Plasterk, spreek die nu dan uit… of zwijg voor immer!!!”
En vooral de opmerking: “Maar… het staat of valt allemaal natuurlijk wel met de reacties die al dan niet binnenkomen.”
En dat is inderdaad precies mijn punt, want hoe gaan we de mensen bewegen om Wikiwijs te gebruiken en content toe te voegen?
Ik denk zeker dat de “innovators” content gaan toevoegen en het project team gaat voorzien van goede input bij de ontwikkeling van Wikiwijs en dat hierdoor een geweldige tool wordt ontwikkeld gezamenlijk. Echter, denk ik dat de grootste uitdaging is om een verandering van mindset te krijgen bij de doelgroep, zodat zij dit ook daadwerkelijk gaan gebruiken. Spontane crowdsourcing zal niet ontstaan bij leerkrachten1.0. Het succes van Wikiwijs gaat afhangen de manier van laten landen in onderwijswereld. Een wereld waar leerkrachten zeggen geen tijd hiervoor te hebben. Sorry leerkrachten maar het is een andere manier van denken en een nieuwe manier van werken. Een belangrijke stap hierin is dus ook het “bewust onbekwaam” maken. Een simpel communicatie plan is hier niet voldoende. Het gaat om een veranderingstraject met als doel leerkrachten te helpen hun leerdoelstellingen te behalen, het gaat dus NIET om de tool.
Laten landen – Top Down
Niet alleen het onderwijs maar ook vele organisaties worstelen nog steeds met het laten landen van bijvoorbeeld een bedrijfsportaal, website, wiki of website. Deze Portals/websites worden “top-down” gelanceerd in een organisatie. Ook wel logisch omdat dit ook behoorlijke investeringen zijn. Vaak zijn er alle veel calculaties gemaakt op “return of investment” en moet het wel een succes worden. Ze worden meestal gelanceerd met grote interne campagnes. Er wordt een communicatie plan gemaakt en vervolgens veel geld uitgegeven aan muismatten, posters, folders, filmpjes, demo’s en uiteindelijk valt toch het gebruik van de tool tegen. Waarom willen mijn mensen niet dagelijks inloggen op de portal? Sommige organisaties proberen dit te forceren door verplicht intranet te laten starten als men de pc opstart. Maar gaat door deze manier van sturen een website een blijvend succes worden?
Laten landen – Bottom-Up
Bij het uitrollen van een social media platform gaat men vaak uit van groei die ontstaat door intrinsieke behoefte van users. Community Managers worden aangesteld om nieuwe users aan te trekken en bestaande users te blijven boeien en binden en vooral te blijven stimuleren. Social Media Platforms worden vaak “bottom-up” gelanceerd en moeten de tijd krijgen te rijpen. “Return of investment” is dus moelijk tastbaar te maken, misschien moet er meer worden gesproken over “Return of Expectations”. Web2.0 lijkt in handen “believers” , maar hoe lang krijg je de tijd voor het rijpen?
Onderzoeksbureau Forrester bracht eind vorig jaar een onderzoeksrapport ‘Social Technographics’ , welke ik gretig gebruik bij implementatie van portals, websites……..
Via de zogenaamde Participation Ladder maakt men een onderverdeling in zes clusters van activiteiten.
• Inactives – mensen die helemaal niet actief zijn op het gebied van social media
• Spectators – mensen die blogs lezen, video’s bekijken en dus passief handelen
• Joiners – mensen die al iets actiever worden en zich aansluiten bij networking sites als Hyves en LinkedIn
• Collectors – de verzamelaars die veel aan te taggen zijn, veel RSS feeds hebben. Voor organisaties zijn deze mensen in het bijzonder interessant omdat zij kennis identificeren en kunnen ontsluiten ten behoeve van de gehele organisatie
• Critics – mensen die reageren op anderen door reactie op blogs of ratings geven op bijvoorbeeld video’s. Het is niet verwonderlijk dat deze groep in Nederland groter is dan in andere europese landen.
• Creators – mensen die blogs schrijven, webpagina’s bijhouden, foto’s of video’s toevoegen op bijvoorbeeld YouTube of Flickr.
Alhoewel mensen niet 1 op 1 in te delen zijn op de participation ladder, geloof ik wel dat je deze classificatie van doelgroepen kan gebruiken bij het opzetten en uitrollen van bv. Wikiwijs. Ik denk zelf dat in het onderwijs het percentage inactives vrij hoog is (gebaseerd op observatie), maar ook de groep creators en critics (alle Edubloggers en twitteraars). De uitdaging is om een sneeuwbal effect te krijgen bij lancering van een web2.0 tool en hiervoor de creators en critics ook inzetten om de spectators over de streep te trekken.
Als ik er nu vanuit gaat dat een organisatie (lees OCW) dat een “puzzelstuk” uit gehele informatie landschap wil gaan lanceren op basis van een MDS (Missie, Doelen, Strategie), dan wil je natuurlijk graag dat “het puzzelstuk” wordt gebruikt door de medewerkers (lees leerkrachten), ofwel hoe laten we het landen?
Laten we als voorbeeld “puzzelstukje” het laten landen van een portal, maar je zou het woord “portal” ook kunnen vervangen door “wiki” of een andere 2.0 tool.
Maar stel dat deze portal moet ervoor zorgen dat marketeers efficiënter gaan werken, beter gaan samenwerken en meer kennis krijgen over hun product.
Hoe ga ik ervoor zorgen dat mijn doelgroep (in dit geval marketeers) weet van het bestaan van de portal en dat zij gaan inloggen en uiteindelijk de portal gaan integreren in hun werkproces?
In feite ga je marketing principes toepassen op een eigen organisatie. Je wilt namelijk eerst dat men je product kent (penetratie), gaat gebruiken (penetratie), meer gaat gebruiken (loyaliteit).
1. BEPAAL DOELSTELLING
Wat wil je bereiken? Hoe meet je succes?
2. VOOR WIE
Wie is doelgroep?
3. KRUIP IN DE HUID VAN
Wat denken ze nu en wat wil je dat ze gaan denken?
Wat beweegt je doelgroep? “what makes them tick?”
4. SLUIT AAN BIJ BELEVINGSWERELD DOELGROEP
Bedenk creatieve manier om gat te overbruggen en zoek quick wins (bv. Tijdwinst)
5. SPREAD THE WORD
Meet resultaat en maak gebruik van verschillende kanalen om resultaat te verspreiden
Terug naar Wikiwijs. Het einddoel is dus om al het lesmateriaal op deze manier aan te bieden, van basis tot en met hoger onderwijs, gebaseerd op het Wikipedia-principe van ‘wisdom of crowds’.
Dit is inderdaad een organisatie doelstelling maar wat is het doel voor de users? Allereerst vraag ik me af voor de leerkracht “What’s in for me?”.
De vraag waar het project team hopelijk mee bezig is: “Hoe ga ik ervoor zorgen dat mijn doelgroep (leerkrachten) weet van het bestaan Wiki’s – Wikiwijs in het bijzonder en dat zij gaan lurken en uiteindelijk Wikiwijs gaan integreren in hun werkproces?
Ik vind het prachtig hoe de “innovators” mee mogen denken over de tool Wikiwijs maar ik zou toch graag willen meedenken over het daadwerkelijke gebruik en de verandering van mindset.
Nogmaals ik geloof in Wikiwijs en denk dat dit inderdaad de weg vooruit is maar het valt en staat met de implementatie. Sleutelwoorden voor succes Wikiwijs zijn: Integratie in Werkproces
Ik kan helaas niet in de keuken van het project team kijken, maar ben beschikbaar
Lees ook vervolg blog: Langs de lijn bij Wikiwijs
Ik zie een heel andere wereld ……..Working on a dream
Noem me dom of naïef
Te onnozel, te lief
Of nog niet van illussies beroofd
Ik heb een heel andere wereld
Een heel andere wereld in mijn hoofd
Ik heb een heel andere wereld in mijn hoofd
Een heel andere wereld
Duizend keer mooier
Waar de mensen proberen
Om het niet te verklooien
Ik heb een heel andere wereld
Een heel andere wereld in mijn hoofd
Vervolg op ik zie een heel andere wereld…….working on a dream
Als ik naar de onderwijs wereld van de toekomst kijk, dan zie ik leerkrachten die het niet meer hebben over werkdruk en niet meer hebben over ICT als iets van de ICT coördinator maar dan zie ik leerkrachten die in staat zijn hun leerlingen te binden en boeien en aan te sluiten bij de belevingswereld van hun leerlingen. Leerkrachten die web2.0 en nieuwe technologie inzetten om hun leerdoelstellingen te behalen en dit dus niet zien en voelen als weer iets extra’s maar als een verrijking voor hun vak. Hebben we het hier over leerkrachten2.0, meester2.0, juf2.0?
Als ik naar de onderwijs wereld van de toekomst kijk, dan zie ik een beleid dat niet om de 4 jaar (als we geluk hebben) veranderd maar dat we een koers inzetten voor de volgende generaties. Dan zie ik een minister van onderwijs en wetenschap, een minister die zich dus focus op onderwijs en zich dus niet hoeft te bemoeien met het mediabeleid, welke omroepen op welke zenders komen. Dan zie ik ook een regering die ervoor zorgt dat de basis voorzieningen worden gecreëerd, een regering die zorgt dat de rails er ligt. Hiermee bedoel ik dat ze ervoor zorgen dat de infrastructuur er ligt op het gebied van ICT en faciliteiten, hierdoor kunnen de verschillende treinen gaan rijden en hoeven scholen zich niet meer druk te maken over hun ICT beheer en support. Dit levert grote besparingen op door de schaalvergroting, wat we weer kunnen gebruiken voor de professionalisatie en herwaardering voor de leerkracht.
Als ik naar de onderwijs wereld van de toekomst kijk, dan zie ik een schoolbestuur die erkent niet alle kennis in pacht te hebben maar de expertise van buiten naar binnen haalt en de expertise van ouders benut om hun school te leiden. Maar dan zie ik ook grotere instroom vanuit bedrijfsleven in bestuursfuncties.
Als ik naar de onderwijs wereld van de toekomst kijk, dan zie ik een klas die slechts dient als fysieke ontmoetingsplek. Onderwijs zal minder binnen de muren van de school gaan plaats vinden maar dus ook meer op locatie, thuis…..dus anywhere. Onderwijs zal niet meer alleen plaats vinden binnen schooltijden, nee een leerling kan ook via bv. MSN ook advies krijgen van leerkracht in de avond, dus anytime. Grenzen vervagen, net als werk en privé dus ook school en privé. Leerlingen werken dus ook samen anywhere, anytime.
Als ik naar de onderwijs wereld van de toekomst kijk, dan bestaat de PSU (persoonlijke standaard uitrusting) van een leerling uit een laptop met internet, nintendo ds (voor onderbouw PO), mobieltje met camera en dan bestaat de PSU voor de leerkracht ook uit laptop met internet, mobieltje met camera……dan bestaat een standaard uitrusting voor een klas uit een goede video camera, digitaal schoolbord, wireless internet, een WII……….
Als ik naar de onderwijs wereld van de toekomst kijk, dan zie dat goede praktijkcases snel worden verspreid en worden hergebruikt door veel meer leerkrachten.
Als ik naar de onderwijs wereld van de toekomst kijk, dan zie leveranciers die educatieve content ontwikkelt voor massa medium zoals nintendo ds, WII maar ook meer educatief beeldmateriaal ontwikkelen……..
Als ik naar de onderwijs wereld van de toekomst kijk, dan zie ook dat we van ver moeten komen en dat we nog een lange weg te gaan hebben. Het is mijn reis, maar hopelijk ook voor velen anderen die het onderwijs een warm hart toedragen.
I’m working on a dream, though sometimes it feels so far away
I’m working on a dream, and I know it will be mine someday
Bruce Springsteen, Video.
TIP: Thuria’s Story.
Ik zie een heel andere wereld……..
Noem me dom of naïef
Te onnozel, te lief
Of nog niet van illussies beroofd
Ik heb een heel andere wereld
Een heel andere wereld in mijn hoofd
Ik heb een heel andere wereld in mijn hoofd
Een heel andere wereld
Duizend keer mooier
Waar de mensen proberen
Om het niet te verklooien
Ik heb een heel andere wereld
Een heel andere wereld in mijn hoofd
Prachtige tekst van Huub van der Lubbe (De Dijk), maar wat is die heel andere wereld?
Als ik naar de onderwijs wereld nu kijk, dan zie ik leerkrachten die ieder jaar hetzelfde liedje zingen. Leerkrachten, die moe zijn geworden van alle bijzaken en niet meer met “het onderwijzen” bezig zijn. Leerkrachten, die de afgelopen jaren zijn doodgegooid met nieuwe methodes, nieuwe initiatieven, meer regels, meer toetsen. Leerkrachten, die niets meer begrijpen van de zappende kinderen. Leerkrachten, die zich het pispaaltje zijn gaan voelen, want “het volk” en “de koningen” vinden dat het slecht gesteld is met de kwaliteit van het onderwijs. Dan is het toch logisch dat ze met hun hakken in het zand gaan staan en dat ze snel op hun tenen zijn getrapt.
Als ik naar de onderwijs wereld nu kijk, dan zie ik een beleid dat geen beleid is. Maar dan zie ik politici die snel willen scoren in een korte tijd. Politici met mooie plannen die te ver van de praktijk afstaan, politici die het wiel om de vier jaar opnieuw uitvinden. Politici die last hebben van het not-invented here syndroom. Politici, die nieuwe projecten over de muur heen gooien, zonder het te laten landen. Dan is het toch logisch dat ze niet meer serieus worden genomen.
Als ik naar de onderwijs wereld nu kijk, dan zie ik een school dat geleid wordt door mensen die oorspronkelijke niet zijn opgeleid als managers. Schoolbesturen die vast zitten geklemd aan alle regels. Schoolbesturen, die geld in een ouwe sok blijven bewaren en oppotten. Schoolbesturen die voor jaren vast zitten aan leveranciers. Dan is het toch logisch dat ze geen eigenlijk geen kant op kunnen en vast zitten in een klem.
Als ik naar de onderwijs wereld nu kijk, dan zie ik een markt met vele grote bedrijven zoals uitgeverijen, leveranciers. Organisaties die hun marktaandeel aan het beschermen zijn. Organisaties die gezamenlijk de markt beschermd en nieuwkomers probeert buiten de deur te houden. Organisaties die steeds dieper in het hart van de school komen, waardoor scholen heel afhankelijk van ze worden. Dan is het toch logisch dat de scholen de regie beginnen kwijt te raken.
Als ik naar onderwijs wereld nu kijk, dan zie ik leerlingen die al op 4 jarige leeftijd worden getoetst. Leerlingen, die moeten leren schrijven met lusletters, terwijl ze nooit meer iets formeels gaan schrijven met pen en papier. Leerlingen, die zich onbegrepen voelen door de leerkrachten. Leerlingen, die worden opgeleid als eenheidsworst. Leerlingen, die buiten de boot vallen als ze niet bij de grijze massa horen. Leerlingen, die een kunstje moeten leren. Leerlingen, die alleen maar worden beoordeeld op de kunst van toetsen. Leerlingen, die te weinig gestimuleerd worden hun talenten optimaal te ontwikkelen. Leerlingen, die worden opgeleid voor vakken van vandaag en niet voor de toekomst. Dan is het toch logisch dat leerlingen uitvallen en niet goed voorbereid zijn voor de arbeidsmarkt.
Als ik naar onderwijs wereld nu kijk, dan zie ik dus een complexe wereld met verschillende spelers, ieder zijn eigen verhaal maar ook zo afhankelijk van elkaar. Spelers die vergeten waar het eigelijk allemaal om begonnen is.
Noem me dom of naïef
Te onnozel, te lief
Of nog niet van illussies beroofd
Ik heb een heel andere wereld
Een heel andere wereld in mijn hoofd
Ik zie een heel andere wereld…..een wereld waarin ……..
WORDT VERVOLGD
TOP40: Met stip gestegen, de zij-instroom
Een aantal weken geleden las ik de volkskrantblog van “Alle veertigers naar school” van Evelien Tonkens. Hierin beschreef ze de 2de educatie of 2de carrière. Ze stelt daarin voor om de arbeidsmarkt heel anders in te richten, zodat niemand meer veertig jaar hetzelfde werk hoeft te doen. Want wil er nu 40 jaar hetzelfde werk doen? Evelien stelt dat twintig jaar in hetzelfde beroep meer dan is genoeg, dus laten we iedereen tussen de 40 en 45 jaar het recht geven om opnieuw vier jaar naar school te gaan. Hiervoor krijgt iedereen een basisbeurs, die aangevuld kan worden met een deeltijdbaan.
Ik denk dat dit een geweldige stimulans zou kunnen zijn voor goede zij-instromers voor onderwijs, want veertigers staan anders in het leven dan twintigers die aan het begin van hun carrière staan. Veertigers beginnen aan het plafond van hun salaris te komen, dus de grote groei is eruit. Ze hebben zelf kinderen die op school zitten en zijn dus meer betrokken bij onderwijs dan twintigers want zij willen dat hun kinderen goed onderwijs krijgen. Ze zijn op zoek naar andere uitdagingen.
Echter vraag ik me af of het er ooit van zou komen. Deze week heb ik me ook wel wat opgewonden over de kolom “Greet zij-instroom” uit de Trouw. De columnist Wera de Lange beschreef (al dan niet verzonnen) het verhaal van een mislukte zij-instroom. Waarom was ze mislukt? Greet had andere verwachtingen van het onderwijsvak, Greet was onvoldoende voorbereid en Greet had geen eerlijke kans gekregen van de gevestigde orde van leerkrachten. Natuurlijk moeten zij-instromers minstens dezelfde kwaliteit kunnen bieden dan de huidige leerkrachten. Echter, denk ik dat ze ook wat extra’s kunnen bieden aan het onderwijs. Een reactie op de kolom was: “Dit soort mensen hebben we bij ons op school ook als zij-instromers binnen gehad. Tja, als er jarenlang te weinig wordt uitgegeven aan onderwijs………..er moet toch IEMAND voor de klas, lijkt de schoolleiding (en misschien de regering ook?) te denken.“ de reactie eindigt met “De oplossing: meer investeren in onderwijs. Nederland zit ver onder de OESO-norm en raken wat kwaliteit betreft steeds verder achterop.” Hier gaan dus mij nekharen recht van overeind staan, want de huidige leerkrachten (soms meer dan 20 jaren, dag in en uit dezelfde lessen) moeten de kwaliteit omhoog krijgen. Zijn we dan niet trekken aan een dood paard? (als je aangesproken voelt, dan zou jij inderdaad wel eens dat dode paard kunnen zijn). Het is niet OF, nee het verhaal moet EN EN zijn. We zijn het er over eens fat er geïnvesteerd moet worden in het onderwijs, maar je moet investeren in de huidige mensen binnen onderwijs en je moet meer investeren in de potentiële leerkrachten vanuit bedrijfsleven. Want meer investeren in onderwijs betekent meer investeren in zij-instromers, dus gat kleiner maken want onderwijs kan zeker goede zij-instromers gebruiken.
Maar wie zijn die zij-instromers? Deze week kwam ook het plan van de VO-raad om de nieuwe werklozen uit bedrijfsleven, welke hun baan zijn kwijt geraakt als gevolg van de crisis, te laten herscholen tot leerkracht. De VO-raad denkt hiermee de oplossing te hebben voor het dreigende lerarentekort, en de groeiende werkloosheid. Zoals ik in mijn vorige blog “Mind the Gap” schreef denk ik niet dat dit de mensen zijn die gemotiveerd het onderwijs in zullen gaan. Op zich heb niets tegen dit plan de VO raad, maar het is slechts een gedwongen stimulans.
Ik zou Minister Donner en collega Plasterk, OCW aanraden om ook de optie van 2de educatie/carrière te onderzoeken en te kijken of dit idee levensvatbaar is, of moet je eerst je baan verliezen om te kunnen zij-instromen?
“De School van Prem” zorgt voor een debat over de kwaliteit van het onderwijs?
Afgelopen week kon je de televisie niet aanzetten of je zag Prem Radhakishun, bij Pauw en Witteman, De Wereld Draait door…. Met zijn programma “De School van Prem” roept hij vele reacties op bij ouders, onderwijzers, de onderwijsbond en zelfs minister Ronald Plasterk. Terwijl talloze ouders en oud-basisschoolleerlingen zich herkennen in het programma. In ‘De school van Prem’ worden basisschoolkinderen voor de Cito-toets voorbereid.
Prem: “‘Een leerachterstand is een wanprestatie van de school. Het is belachelijk dat schoolkinderen zo onder druk worden gezet voor een toets. Deze kinderen denken dat ze hebben gefaald, maar het is hun schoolsysteem dat heeft gefaald. Als kinderen in zichzelf gaan geloven, halen ze met twee vingers in de neus de Citotoets Ik ga alles op alles zetten om ervoor te zorgen dat deze kinderen het beste uit zichzelf kunnen halen”.
Er is na de eerste aflevering al een waar debat ontstaan.
Minister Plasterk: “Het risico is groot dat je de zaken spannender voorstelt dan ze zijn, Prem geeft mensen ook valse hoop.” Bekijk hier video reactie van de Minister
Liesbeth Verheggen (Dagelijks bestuurder primair onderwijs bij de Algemene Onderwijsbond):
“Goed amusement, maar schadelijk voor het onderwijs. Radhakishun wil aantonen dat het Nederlandse onderwijs faalt en dat in elk kind een potentiële minister-president schuilt. Met deze onverantwoorde stelling schoffeert hij niet alleen de docenten die zich hard inspannen om leerlingen te begeleiden om het maximale uit hun mogelijkheden te halen, hij diskwalificeert ook ieder kind dat met hard werken een beroepsopleiding voltooit en een zinvolle baan vervult. Om nog maar te zwijgen van de tien kinderen die aan het programma deelnemen. Zij worden klaargestoomd voor een trucje: het halen van de Citotoets. Deze aanpak zegt niets over of zij nu ook goed voorbereid zijn op hun vervolgopleiding”.
Hierbij enkele uiteenlopende reacties op internet:
“De AOb is niet meer van deze tijd. Ze waren ook boos op http://www.beoordeelmijnleraar.nl en eisten een verbod. Nooit van de vrijheid van meningsuiting gehoord, mensen? Prem is erg, maar ook leuk, en hij zet de mensen aan het denken.”
“Het programma zet zich op een redelijk agressieve manier af tegen de scholen en docenten. Het programma probeert aan te tonen dat het huidige onderwijs faalt. Dit doet Prem door leerlingen klaar te stomen voor de Citotoets, maar zelfs als de leerlingen na Prems stoomcursus hoger scoren, mag je dat verband niet zomaar leggen. Als Prems missie mislukt, is de schade voor de kinderen vele malen groter dan wanneer ze in hun eigen tempo doorgroeien”
“Na, jaaa, een ding moet ik Prem nageven; er is idd maar één uitzending geweest en het gezeiks begint al! Er mag ook helemaal niks meer, tjonge jonge. En eens iemand krediet geven, of iets eens van de andere kant (proberen) te bekijken is er helemaal niet meer bij…DAT IS PAS SCHADELIJK !!!”
“Beste Prem, Kom bij ons eens 10 weken in groep 8. Red je dat, en is het niveau aanzienlijker hoger, dan petje af. Als je dan ook nog even alle gesprekken met ouders, instanties doet. Als je dan ook nog even alle formaliteiten regelt voor de LWO kinderen. Als je dan ook nog alle probleem gevallen oplost. Dan ben je mijn man.”
““Na alle commotie over Prem heb ik gisteravond gekeken. Die Prem gaat uitstekend om met die kinderen. Schadelijk voor het onderwijs???????? Het werd tijd!… Hoogste tijd, want er is al gigantisch veel schade door ‘het onderwijs’ aangericht en dat wil er maar niet in bij het onderwijs en met name de beleidsmakers en de overheid!…”
Meer reacties: http://deschoolvanprem.nps.nl/reacties/
AD: 71 Reacties
VOLKSRANT: 39 Reacties
ELSEVIER: 32 Reacties
Ik denk dat de huidige situatie binnen onderwijs vrij complex is en ga dus ook niet oordelen maar wat mij persoonlijk vooral opvalt is dat de gevestigde orde binnen onderwijs (AOb) en Plasterk ontzettend in de verdediging schieten, met de hakken in het zand en men wel erg defensief reageert en dat snap ik eigenlijk niet. Is er binnen de beleidsmakers van onderwijs niet iets van reflectie en 360 graden feedback? Waarom schiet men in de verdediging? Misschien kan het onderwijs proberen door Prem’s aanpak heen te kijken en te onderzoeken of hij ook niet een punt heeft? Ik las deze week het boek Ambtenaar2.0. Hierin schrijft David van Berlo over onder anderen de gevolgen van web 2.0 voor de overheid en voor de relatie tussen overheid en burgers. Ik krijg nu wel de indruk dat de afstand van OCW en burgers nog vrij groot is. Wat ik al eerder meldde is dat het onderwijs is als het Nederlands elftal, iedereen heeft er een mening over. Een programma zoals De Klas van Prem zou moeten worden aangegrepen om het debat aan te gaan met alle betrokkenen (dus niet alleen de onderwijskundige) om het onderwijs te verbeteren. Een debat betekent niet modder naar elkaar gooien maar met elkaar in gesprek gaan. Betrek de ouders er meer bij, ga dialoog aan. Hoe lang duurt het nog dat Plasterk gaat Twitteren? Misschien wordt tijd dat hij wat vaker met Maxime Verhagen gaat praten. (http://www.blognetwerk.net/story.php?title=maxime-verhagen-over-twitter-en-blogs-on-vimeo)





