Hoe krijgen we de leerkrachten aan de Wikiwijs?

Eind vorig jaar was ik getuige van de lancering van Wikiwijs tijdens de bijeenkomst “Boven het Maaiveld” van het Innovatieplatform in de Van Nelle Fabriek te Rotterdam.

Minister Plasterk lanceerde Wikiwijs met als einddoel om al het lesmateriaal op deze manier aan te bieden, van basis tot en met hoger onderwijs, gebaseerd op het Wikipedia-principe van ‘wisdom of crowds’. Nadat Minister Plasterk toen vol trots de lancering ’s ochtends vertelde kwamen zijn medewerkers van Min OCW en Kennisnet hevig onder vuur in de middag en werden zij stevig aan de tand gevoeld door een zeer kritisch publiek van innovators, beleidsmensen vanuit de praktijk.

Ik was en ben nog steeds van mening dat Wikiwijs een geweldig goed initiatief is. De afgelopen maanden volgde ik op afstand voor zover mogelijk de ontwikkelingen van Wikiwijs. Echter werd ik pas echt getriggerd door de blog van Willem Karsenberg . (hiervoor dank!).

Willem schrijft: “Had je een half jaar geleden je bedenkingen bij het initiatief van Plasterk, spreek die nu dan uit… of zwijg voor immer!!!”

En vooral de opmerking: “Maar… het staat of valt allemaal natuurlijk wel met de reacties die al dan niet binnenkomen.”

En dat is inderdaad precies mijn punt, want hoe gaan we de mensen bewegen om Wikiwijs te gebruiken en content toe te voegen?

Ik denk zeker dat de “innovators” content gaan toevoegen en het project team gaat voorzien van goede input bij de ontwikkeling van Wikiwijs en dat hierdoor een geweldige tool wordt ontwikkeld gezamenlijk. Echter, denk ik dat de grootste uitdaging is om een verandering van mindset te krijgen bij de doelgroep, zodat zij dit ook daadwerkelijk gaan gebruiken. Spontane crowdsourcing zal niet ontstaan bij leerkrachten1.0. Het succes van Wikiwijs gaat afhangen de manier van laten landen in onderwijswereld. Een wereld waar leerkrachten zeggen geen tijd hiervoor te hebben. Sorry leerkrachten maar het is een andere manier van denken en een nieuwe manier van werken. Een belangrijke stap hierin is dus ook het “bewust onbekwaam” maken. Een simpel communicatie plan is hier niet voldoende. Het gaat om een veranderingstraject met als doel leerkrachten te helpen hun leerdoelstellingen te behalen, het gaat dus NIET om de tool.

Laten landen – Top Down
Niet alleen het onderwijs maar ook vele organisaties worstelen nog steeds met het laten landen van bijvoorbeeld een bedrijfsportaal, website, wiki of website. Deze Portals/websites worden “top-down” gelanceerd in een organisatie. Ook wel logisch omdat dit ook behoorlijke investeringen zijn. Vaak zijn er alle veel calculaties gemaakt op “return of investment” en moet het wel een succes worden. Ze worden meestal gelanceerd met grote interne campagnes. Er wordt een communicatie plan gemaakt en vervolgens veel geld uitgegeven aan muismatten, posters, folders, filmpjes, demo’s en uiteindelijk valt toch het gebruik van de tool tegen. Waarom willen mijn mensen niet dagelijks inloggen op de portal? Sommige organisaties proberen dit te forceren door verplicht intranet te laten starten als men de pc opstart. Maar gaat door deze manier van sturen een website een blijvend succes worden?

Laten landen – Bottom-Up
Bij het uitrollen van een social media platform gaat men vaak uit van groei die ontstaat door intrinsieke behoefte van users. Community Managers worden aangesteld om nieuwe users aan te trekken en bestaande users te blijven boeien en binden en vooral te blijven stimuleren. Social Media Platforms worden vaak “bottom-up” gelanceerd en moeten de tijd krijgen te rijpen. “Return of investment” is dus moelijk tastbaar te maken, misschien moet er meer worden gesproken over “Return of Expectations”. Web2.0 lijkt in handen “believers” , maar hoe lang krijg je de tijd voor het rijpen?

Onderzoeksbureau Forrester bracht eind vorig jaar een onderzoeksrapport ‘Social Technographics’ , welke ik gretig gebruik bij implementatie van portals, websites……..

Via de zogenaamde Participation Ladder maakt men een onderverdeling in zes clusters van activiteiten.
Inactives – mensen die helemaal niet actief zijn op het gebied van social media
Spectators – mensen die blogs lezen, video’s bekijken en dus passief handelen
Joiners – mensen die al iets actiever worden en zich aansluiten bij networking sites als Hyves en LinkedIn
Collectors – de verzamelaars die veel aan te taggen zijn, veel RSS feeds hebben. Voor organisaties zijn deze mensen in het bijzonder interessant omdat zij kennis identificeren en kunnen ontsluiten ten behoeve van de gehele organisatie
Critics – mensen die reageren op anderen door reactie op blogs of ratings geven op bijvoorbeeld video’s. Het is niet verwonderlijk dat deze groep in Nederland groter is dan in andere europese landen.
Creators – mensen die blogs schrijven, webpagina’s bijhouden, foto’s of video’s toevoegen op bijvoorbeeld YouTube of Flickr.

Alhoewel mensen niet 1 op 1 in te delen zijn op de participation ladder, geloof ik wel dat je deze classificatie van doelgroepen kan gebruiken bij het opzetten en uitrollen van bv. Wikiwijs. Ik denk zelf dat in het onderwijs het percentage inactives vrij hoog is (gebaseerd op observatie), maar ook de groep creators en critics (alle Edubloggers en twitteraars). De uitdaging is om een sneeuwbal effect te krijgen bij lancering van een web2.0 tool en hiervoor de creators en critics ook inzetten om de spectators over de streep te trekken.

Als ik er nu vanuit gaat dat een organisatie (lees OCW) dat een “puzzelstuk” uit gehele informatie landschap wil gaan lanceren op basis van een MDS (Missie, Doelen, Strategie), dan wil je natuurlijk graag dat “het puzzelstuk” wordt gebruikt door de medewerkers (lees leerkrachten), ofwel hoe laten we het landen?

Laten we als voorbeeld “puzzelstukje” het laten landen van een portal, maar je zou het woord “portal” ook kunnen vervangen door “wiki” of een andere 2.0 tool.

Maar stel dat deze portal moet ervoor zorgen dat marketeers efficiënter gaan werken, beter gaan samenwerken en meer kennis krijgen over hun product.

Hoe ga ik ervoor zorgen dat mijn doelgroep (in dit geval marketeers) weet van het bestaan van de portal en dat zij gaan inloggen en uiteindelijk de portal gaan integreren in hun werkproces?

In feite ga je marketing principes toepassen op een eigen organisatie. Je wilt namelijk eerst dat men je product kent (penetratie), gaat gebruiken (penetratie), meer gaat gebruiken (loyaliteit).

1. BEPAAL DOELSTELLING
Wat wil je bereiken? Hoe meet je succes?
2. VOOR WIE
Wie is doelgroep?
3. KRUIP IN DE HUID VAN
Wat denken ze nu en wat wil je dat ze gaan denken?
Wat beweegt je doelgroep? “what makes them tick?”
4. SLUIT AAN BIJ BELEVINGSWERELD DOELGROEP
Bedenk creatieve manier om gat te overbruggen en zoek quick wins (bv. Tijdwinst)
5. SPREAD THE WORD
Meet resultaat en maak gebruik van verschillende kanalen om resultaat te verspreiden

Terug naar Wikiwijs. Het einddoel is dus om al het lesmateriaal op deze manier aan te bieden, van basis tot en met hoger onderwijs, gebaseerd op het Wikipedia-principe van ‘wisdom of crowds’.

Dit is inderdaad een organisatie doelstelling maar wat is het doel voor de users? Allereerst vraag ik me af voor de leerkracht “What’s in for me?”.

De vraag waar het project team hopelijk mee bezig is: “Hoe ga ik ervoor zorgen dat mijn doelgroep (leerkrachten) weet van het bestaan Wiki’s – Wikiwijs in het bijzonder en dat zij gaan lurken en uiteindelijk Wikiwijs gaan integreren in hun werkproces?

Ik vind het prachtig hoe de “innovators” mee mogen denken over de tool Wikiwijs maar ik zou toch graag willen meedenken over het daadwerkelijke gebruik en de verandering van mindset.

Nogmaals ik geloof in Wikiwijs en denk dat dit inderdaad de weg vooruit is maar het valt en staat met de implementatie. Sleutelwoorden voor succes Wikiwijs zijn: Integratie in Werkproces

Ik kan helaas niet in de keuken van het project team kijken, maar ben beschikbaar 😉

Lees ook vervolg blog: Langs de lijn bij Wikiwijs

Advertenties

8 gedachtes over “Hoe krijgen we de leerkrachten aan de Wikiwijs?

  1. Pingback: Langs de lijn bij Wikiwijs « Back2School

  2. Aanvullend op het artikel:

    ik las onlangs een onderzoek over hoe docenten leren. Door middel van leren (training/coaching) wordt de kans tot gebruik van ICT groter. In deze context wil ik informeel leren introduceren. Docenten geven vaak aan dat ze geen tijd hebben om nieuwe dingen te leren. Toch surfen ze over het internet en leren van publicaties, community’s etc. dus hoezo geen tijd?

    Het moeten leren op een bepaald tijdstip is de allergie van de meeste docenten. Learning on demand is het toverwoord. Geef ze de content en de omgeving om iets te leren op het moment dat het hun uitkomt. (informeel leren)

    Wanneer docenten bovenstaande mogelijkheden hebben en je kunt ze inspireren en verleiden tot leren dan is de kans groot dat ze met wikiwijs aan de slag gaan.

    Groeten,
    Mark

  3. Hoi, goede blogpost! Ik denk dat de cultuurverandering rondom nieuwe tools nog wel eens wordt onderschat. Dit is ook het geval rondom netwerkleren als nieuwe manier van leren voor docenten. Zit nog niet in de genen!

  4. Dank voor deze post, ik ga hem natuurlijk linken op de wikiwijs open service blog.

    mbt je opmerking: “Ik kan helaas niet in de keuken van het project team kijken,”… dat kan je binnenkort wel via het volg deel van de blog 🙂

    En nogmaals dank voor het bijdragen aan de discussie 🙂

    Jan-Bart de Vreede

  5. Pingback: Wikiwijs…posts, updates en oproep « Karin Blogt

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s