Beren op de weg? Volg je hart, gebruik je hoofd!

In deze gastblog schrijft Directeur van Buiten, Anneke van Ooijen, werkzaam als Directeur Salto basisschool De Driesprong in Eindhoven, een prachtig persoonlijk verhaal over beren op de weg. Met trots presenteer ik deze gastblog: “Volg je hart, gebruik je hoofd! Directeur zijn is geen kunst(je)“.


Het is augustus 2009. Ik heb me even daarvoor aangemeld voor de Magistrum opleiding. Het besluit om directeur te willen worden had ik al eerder genomen. De stap om me in te schrijven voor de opleiding maakte het definitief. Maar….. Waarom wilde ik dit? Waar begon ik aan? Kan ik dit wel? Waar sta ik eigenlijk? Dit waren vragen die ik voor mezelf niet helemaal duidelijk had. Ik ging op zoek naar een antwoord.

Iedereen leert op zijn eigen manier. Ik ben geen theoreticus. Ik ben een praktijkmens. Ervaar in de praktijk en pluk vervolgens overal theorie vandaan die ik bij de praktijk kan gebruiken. Om voor mezelf duidelijk te krijgen waar ik op dat moment stond en of ik echt een goed besluit had genomen nam ik nog een beslissing….

Ik vertrok. Naar Zweden. Het zuiden van Lapland. Daar begon voor mij een avontuur dat ik mijn leven niet meer zal vergeten en dat mij altijd bij moeilijke momenten of tijdens ingrijpende beslissingen helpt. Een anker waar ik altijd op terug kan vallen.

Ik had lang moeten zoeken om de persoon te vinden die mij bij mijn avontuur kon helpen. Maar het was gelukt! Ik snap dat jullie steeds nieuwsgieriger worden, maar ik wil mijn verhaal zorgvuldig vertellen omdat ik hier mezelf bloot geef met zo’n beetje het belangrijkste leermoment van mijn leven.

Daar gaat ie dan. Wat was ik van plan? Ik wilde eens helemaal op mezelf teruggeworpen worden. Geen afleiding van mensen, huizen, eten, telefoon, boeken enz. Ik wilde weten waar ik stond, zonder te kunnen vluchten in een boek (lekker makkelijk voor mij) of lekker koken, iets wat ik ook heel goed kan, of een goed gesprek. Nee, ik zou helemaal alleen, me terug trekken in de natuur, het eerste huisje 40 km verderop, geen eten mee, wel 2 jerrycans water, een heel klein 1-persoons tentje. Mijn telefoon had ik wel bij me maar uit. Geen boeken, een schriftje met een pen. Een doosje lucifers en een aansteker, warme kleren en een kleed om op te zitten. Ik had een steelpannetje bij me, een paar bouillonblokjes en wat theezakjes. En een mes! Een flink mes.

Ik had van te voren via de mail gesprekken gevoerd met de persoon in Zweden die mij zou droppen in de natuur. Hij zou mij afzetten in the middle of no-where en na 5 dagen ophalen. Ik had er zin in! Heerlijk, dacht ik. 5 dagen rust! Lekker in de natuur, beetje zwemmen in een meertje, beetje genieten van de natuur en hopelijk een of meer elanden tegenkomen. Ik had natuurlijk goed gecheckt of de persoon die mij zou droppen veilig was.

16 augustus kwam ik aan in Gällö. Een klein plaatsje in het zuiden van Lapland in Zweden. Ik had de avond voor mijn vertrek een gesprek met Tjeerd, de persoon die mij zou droppen. Hij deed dit al enkele jaren en hij wilde zeker weten dat ik het aandurfde, dat ik niet een of ander labiel iemand was. “Natuurlijk durf ik het aan! Ik ben ook goed voorbereid!” zei ik. “Heb veel gelezen over de streek. Ik wil dit echt! Ik vind het wel een beetje spannend maar ik verheug me er op”

De volgende ochtend bracht hij me weg. We reden de bossen in, steeds moeilijker begaanbare paadjes. Geen huizen, geen auto’s, geen mensen. Toen Tjeerd me afzette, met 2 jerrycans water, gaf hij me nog drie tips:

1: Zoek een plek waar je goed een vuur kan maken. Probeer het vuur zoveel mogelijk brandend te houden.
2: Water kun je gewoon drinken uit een de meren die hier veel zijn, als je er in spuugt en je spuug valt uiteen, kun je het gewoon drinken. Oke!
3: Er zitten hier beren. Grote kans dat je ze niet tegen komt maar als je er een tegen komt dan doe je niets. Blijf stil zitten of staan, of loop langzaam achteruit. Mocht de beer toch op je afkomen, ga niet rennen maar rol je op tot een bal en ga voor dood op de grond liggen. De beer gaat hoogstwaarschijnlijk weg. Je hebt geen eten bij je dus hij heeft niets bij je te zoeken! Oh!

Kijk, en nu ging er iets helemaal mis. Dat van die beren had ie nou net niet moeten zeggen. Ik vroeg nog, is het wel eens mis gegaan dan? Nee hoor zei hij dat is nog nooit gebeurd! Ja ja, dacht ik nog. Eens moet de eerste keer zijn! In Nederland had iemand ook wel gezegd dat er beren zaten maar ik had dat absoluut niet serieus genomen. Dacht dat het een grapje was!

Tjeerd vertrok. Over 5 dagen haal ik je hier weer op! En weg was hij. Daar zat ik dan. Met de beren! Alles had ik kunnen hebben, elanden,spinnen, bevers, zwijntjes, ach zelfs een klein slangetje had ik nog niet zo erg gevonden maar beren!! Ik zag ze overal. Ik zag beren op de weg! Ik begon tegen mezelf te praten. Kom op Anneke, dat zal toch wel meevallen. Flink zijn! Ga een plek zoeken! Maar de tranen rolden over m’n wangen. Ik kon niet stoppen met huilen! Ik was doodsbang. De paniek sloeg me om het hart. Ik trok het woud in. Ook dat viel tegen. Niks geen mooie bospaadjes. Tot je enkels in de moerassige bodem wegzakken. Gelukkig had ik veel droge sokken bij me. Het bos was stil. Ik ging op zoek naar een plek. Uren liep ik rond maar nergens voelde ik me veilig. Overal zag ik die beren weer te voorschijn komen.

Na enkele uren gelopen te hebben vond ik mijn plek. Bij een meertje zette ik mijn eenpersoons tentje op, met de rug tegen een paar omgevallen bomen. Ik zocht beschutting om me enigszins veilig te voelen. Gauw ging ik hout sprokkelen om een vuur te maken. Ook dat was niet eenvoudig in die natte drab. Gelukkig wist ik dat berkenschors brand als een tierelier. En berken stonden er genoeg. Het lukte me om een vuur te maken. Ik zat op een prachtige plek maar ik kon er niet van genieten. Continue zat ik alle kanten op te turen. Waar zat die beer? En wat als ie kwam. Mijn mes had ik dicht bij me in de buurt liggen. Zo gingen er uren voorbij. Het begon te schemeren. En ik maar turen…Angst, angst en nog eens angst. Waar was ik in vredesnaam aan begonnen? Hoe had ik zo gek kunnen zijn?

De eerste avond ben ik heel snel in mijn tentje gekropen. In mijn slaapzak, diep weggedoken. Ik voelde me verschrikkelijk. Durfde amper te bewegen. Hoorde mijn hart kloppen en mijn bloed stromen. Ik viel in slaap. Gelukkig. Maar ik werd ’s nachts wakker van een hard gegrom. Niet heel dichtbij maar toch.. Eigenlijk moest ik plassen, maar welke gek zou er nu op zo’n moment z’n tentje uitgaan? Ik keek wel uit! Na ongeveer anderhalf uur ophouden durfde ik heel voorzichtig mijn tentje open te maken. Het schemerde. Het moet een uur of 5 geweest zijn. Het bos zag er betoverend uit. Ik maakte mijn vuur weer aan. Het was koud.
Weer begon ik the huilen. Angst. Angst voor die beer. Ik zag beren op de weg!

Toen er wat zon door de bomen heen kwam ging het wat beter. Ik ging wat rond lopen en zag prachtige dingen, roodstaartspechten, bevers en veel roofvogels. Toch bleef ik alert. De beer zat in mijn hoofd en beheerste de hele dag mijn gedachten. Ik kon het niet loslaten.

De tweede avond trok ik weer vroeg mijn tentje in. Weer viel ik vrij snel in slaap en was ik vroeg in de ochtend wakker. Ik hoorde geluid buiten. De beer! Eerst durfde ik niet te bewegen, maar na een tijdje deed ik heel zachtjes mijn tentje open. Bij het water stonden 2 elanden. Eentje stond te drinken en eentje liep heel rustig het water in. Wat een beesten. Geweldig, zo dicht bij had ik ze nog nooit gezien! Ik weet niet hoe lang het duurde maar zeker een paar uur heb ik naar de elanden liggen kijken. Prachtig. En mijn angst? Die was al die tijd weg!

Toen de elanden weg gingen kwam ik mijn tentje uit. Wat was dat nou toch? Dat ik alles zo liet beheersen door die beren? En wat was het dat ik me dan veilig voelde door een paar elanden?
Ik zag beren op de weg. Ik kwam erachter dat ik als ik geen controle had niet op mezelf durfde te vertrouwen. In het dagelijks leven gebeurde dat ook. Altijd had ik als er een probleem was of iets moeilijks, strategieën in mijn hoofd hoe ik iets of iemand moest benaderen, altijd zorgde ik er voor de touwtjes zelf in handen te houden. Controle. Vanaf mijn zestiende zorgde ik al voor mezelf en ik was nog nooit van iets of iemand afhankelijk geweest. Nooit had ik iemand om hulp gevraagd. Ik had geleerd te overleven. En om dat te kunnen had ik een manier ontwikkelt waar ik mezelf te kort deed. In plaats van te kijken naar mijn eigen kracht, te vertrouwen op mezelf, mijn intuïtie, mijn verstand, mijn gevoel, was ik meer bezig met de ander, inschatten wat ik voor me kreeg en daar zo goed mogelijk op anticiperen. Kortom, ik zag vaak beren op de weg en had het altijd erg druk met ze uit de weg te ruimen. Ik was iemand die overal controle op probeerde te houden. Een gesprek dat moeilijk kon zijn ging ik gewapend in. Daarmee bereikte ik vaak het tegenovergestelde want mensen voelen dat. Ook had ik enorm veel moeite met zaken los te laten. Vertrouwen geven aan de mensen om me heen. Altijd was er een ja maar als. Die beer dus. Dat ik hierdoor mijn eigen kracht, maar ook die van anderen, ondermijnde had ik me nooit gerealiseerd!

Toen dit duidelijk werd voor mij daar in Zweden, bij dat meer, veranderde er iets. Ik begon me langzaam maar zeker beter te voelen. De dagen die ik nog te gaan had heb ik genoten. Van de stilte, van de natuur, maar ook zeker van mijzelf. De kracht die ik had om dit toch maar even te doen! Het vertrouwen dat ik had in mezelf. En die beren? Tja, er was natuurlijk een hele kleine kans dat ik er toch een tegen zou komen. Maar ik had er toch geen controle over dus ik leerde om het los te laten. De vijfde dag werd ik opgehaald. Ik zat vol energie. Ik was mezelf gigantisch tegengekomen. Een Anneke die nu eens geen controle had en zich nergens aan vast kon grijpen. Maar ik had geleerd! Ik had zo’n beetje alle emoties die er maar waren doorgemaakt die dagen. Van intens bang en verdrietig tot mateloos gelukkig.

Een ervaring om nooit te vergeten!

Wat is het nu dat ik dit verhaal vertel?
In mijn Magistrum opleiding heb ik heel veel geleerd; leiderschapsstijlen, de lerende organisatie, kleurendenken, lumpsum. Het vliegertje van Kolb, meervoudige intelligentie, passend onderwijs en functiemix. Competentieprofielen, enz. enz.. Al deze onderwerpen zijn van invloed geweest op mijn functioneren, hebben me op zijn minst aan het denken gezet en bewust gemaakt van waar ik sta als (waarnemend) directeur. Maar, wat maakt mij nu tot een goede directeur? Dat zit ‘m niet in alleen in theoretische kennis. Directeur zijn is geen kunst(je). Het een combinatie van leren in een opleiding, levenservaring en leren in de praktijk.
Je leert door datgene wat er op je pad komt in je leven, positieve ervaringen maar ook de negatieve. Winst, verlies. Je leert van emotionele gebeurtenissen, positieve maar ook de negatieve, je leert van verandering en je verandert door te leren. Een proces dat nooit stopt. Ik denk dat een goede directeur over voldoende zelfkennis moet beschikken. Ook moet kunnen reflecteren op zichzelf. Een goede directeur staat voor wat ie wil. Weet wat ie wil! Durft doelen na te streven. Weet waar z’n kracht ligt maar ook waar ie zich nog in moet ontwikkelen. Een goede directeur durft keuzes te maken en daarvoor de verantwoordelijkheid te nemen. Een goede directeur kijkt goed naar zijn personeel, ziet talent en probeert een klimaat te scheppen waarin mensen willen leren hun talenten en vaardigheden verder te ontwikkelen. Zodat zij weer op hun beurt dit zo optimaal mogelijk kunnen bewerkstelligen bij de kinderen. Daar draait het tenslotte om! Ik heb voor mezelf duidelijk gekregen dat ik die directeur wil zijn. Niet vanwege het salaris, niet vanwege de status maar vanuit mijn hart. Want….Een goede directeur volgt zijn hart, maar gebruikt daarbij zijn hoofd!

En die beer op de weg? Die kom ik soms nog tegen. Maar door op mezelf te vertrouwen, te geloven in mijn eigen kracht en kennis,draait ie meestal snel om en vertrekt snel het bos weer in, zodat ik ruimte heb om mijn weg verder te volgen.

Anneke van Ooijen
December 2010

Het volgende stukje las ik op internet toen ik weer thuis was.

De Europese bruine beer is de minst agressieve berensoort ter wereld. Aanvallen van deze schuwe beren zijn in Zweden, waar er toch zo’n 2500 exemplaren leven, dan ook heel erg zeldzaam. De beren zijn doorgaans banger voor jou dan jij voor hen. In Zweden hoef je geen berenbel aan je rugzak te hangen of andere voorzorgsmaatregelen (zoals het buiten het kamp bewaren van voedsel) te nemen. Toch is het handig te weten wat je moet doen als je onverhoopt toch dicht bij een beer in de buurt komt.

– Zorg ervoor dat je beren niet verrast. Ze zullen je zien als bedreiging als je ze laat schrikken.
– Wees vooral voorzichtig in dicht struikgewas, praat of zing om beren op je aanwezigheid attent te maken. Dit geldt ook langs rivieren, waar de beren je niet kunnen horen vanwege het geluid van het water.
– Ga nooit met opzet op een beer af.
– GA NIET RENNEN! Rennen kan een jacht reactie oproepen bij de anders niet agressieve beer. Wanneer een beer je niet heeft gezien, neem dan een andere route en ga stilletjes weg.
– GA LANGZAAM ACHTERUIT wanneer een beer je heeft gezien, maar verder niet agressief reageert. Spreek in een lage, kalme stem, terwijl je met je armen langzaam boven je hoofd zwaait. Beren die op hun achterpoten gaan staan bedreigen je niet perse, maar proberen een beter overzicht te krijgen en te ruiken.
– WANNEER EEN BEER JE BENADERT, GA NIET RENNEN!
Beren maken soms schijn aanvallen, voordat ze stoppen of zich omdraaien. Blijf stilstaan totdat de beer weg gaat en ga dan langzaam weg. Doe je rugzak niet af.
– WANNEER EEN BEER TOCH OP JE AF KOMT, IS HET HET BESTE ALS JE DOOD SPEELT. Rol op tot een bal met je knieën in je buik en je handen achter in je nek. Laat je rugzak op om je rug om vitale organen te beschermen. Wanneer de aanval doorgaat, verander je tactiek en vecht krachtig terug.

Nog een toepasselijk gedichtje dat ik ook vond:
“Ik zie beren op de weg, twee hele grote beren. En hoe meer ik er naar kijk, hoe minder ze ‘m smeren.”

Advertenties

4 gedachtes over “Beren op de weg? Volg je hart, gebruik je hoofd!

  1. Pingback: Inspiratie – Het beste van het witte doek (Zomergasten Deel 2) « Back2School

  2. Dankjewel voor het delen Anneke,

    Voor de moed om je avontuur aan te gaan.
    En vooral ook voor de moed om dit avontuur in kwetsbaarheid te delen om anderen te inspireren. Want dat doe je voor mij zeker.

    Neale Donald Walsh schreef in ‘Een ongewoon gesprek met God’: ‘De waarheid is dat je alles verliest als je je niet kwetsbaar durft op te stellen.” Een uitspraak die mijn leven veranderde en een deur in mezelf opende.

    Als deze uitspraak waar is, dan zou ik haar misschien ook zo kunnen formuleren: ‘De waarheid is dat je alles wint als je je kwetsbaar opstelt.” In het kwetsbaar opstellen ervaar ik dat wel keer op keer. Want ik kom er steeds weer achter dat ik dan juist niet gekwetst word, maar er iets prachtigs gebeurt…

    Hoe dan ook ben ik je dankbaar dat je het hier gedaan hebt voor mij als lezer.

    Hartelijke groet,
    StraatKim

  3. Anneke,

    Wat een goed verhaal: scherpe analyse! Halverwege ging ik steeds meer herkennen en dat geeft me een nieuw inzicht in mezelf. Die controle willen hebben, te veel met ‘de ander’ bezig zijn. Ik kan wel wat concrete situaties voor de geest halen! Ik ga je inzichten gebruiken en kijken hoe ver ik er mee kom 🙂

    veel succes met je baan!

  4. Pingback: Reflecteren is leren « Back2School

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s