Learning Communities voor het communicatievak?

Eind jaren negentig was ik werkzaam bij Unilever binnen de Knowledge Mapping & Structuring Unit. Ik was verantwoordelijk voor het opzetten van het Knowledge Management Information Centre, een informatiecentrum en een community om de Knowledge Managers binnen Unilever te verbinden en te faciliteren. In deze periode heb ik veel praktijkervaring opgedaan met het opzetten en implementeren van verschillende interne Community of Practices. Binnen Unilever werd de volgende definitie gehanteerd: “A Community of Practice is a type of network of people who are involved in the common application of a skill and building capabilities over a longer term.”

In onderwijsland spreekt men over learning communities, maar wat bedoelen ze hier eigenlijk mee? In dit artikel gaan we samen zoeken naar de verbinding van onderwijs en de praktijk in de netwerkmaatschappij.

Veranderingen maatschappij en het communicatievak

“Onze samenleving is in een overgangsfase en bevindt zich op een kantelpunt. We gaan daarbij van een verticale, centrale en verzuilde samenleving naar een horizontale, decentrale netwerksamenleving. In deze kantelperiode worden oude systemen afgebroken en nieuwe opgebouwd. Oude waarden verdwijnen en nieuwe waarden ontstaan.” (Rotmans, 2012)

Deze veranderingen hebben een grote impact op organisaties, onderwijs en het communicatievak. Een netwerksamenleving die bestaat uit netwerken die elkaar overlappen, elkaar uitsluiten en voortdurend veranderen. Netwerken die niet van bovenaf zijn opgelegd maar organisch worden gevormd. In deze netwerksamenleving gaat het om samenwerken, co-creatie en kennisdeling om te kunnen reageren op de steeds veranderende wensen en behoeften van klanten (Koster, 2009). Volgens de Witte (2017) kunnen organisaties niet voortbestaan zonder goede en andere vormen van communicatie. Het communicatievak is zich door deze ontwikkelingen ook in een rap tempo aan het verbreden en verdiepen. Volgens Ruler (2016) is de organisatie niet meer degene die boodschappen uitzendt, maar ontwikkelt de organisatie zich tot een communicatieve organisatie met medewerkers die het gesprek kunnen aangaan met elkaar en met hun stakeholders. De huidige complexe communicatie vraagstukken kunnen niet door een communicatieafdeling opgelost worden. Communicatieafdelingen gaan binnen organisaties een meer strategische rol in nemen waarbij gebruik moet worden gemaakt van een professioneel netwerk van mensen vanuit verschillende disciplines en expertisegebieden. Het werk van de communicatieprofessional is op vele fronten enorm aan het veranderen (LOCO Eindkwalificaties, 2017). Voor communicatieprofessionals is het meer dan ooit van belang om bij te blijven binnen hun vakgebied (ANP, 2017). Kennis als grondhouding wordt steeds belangrijker: mensen moeten in staat zijn snel nieuwe kennis op te nemen en productief te maken (WRR, 2013). Het ontwikkelen van nieuwe kennis en ideeën én deze te vertalen in producten, diensten, processen, oplossingen kan een belangrijke opbrengst zijn van een professioneel netwerk. Het is voor de communicatieprofessional van belang om deel te nemen aan professionele netwerken waar kennis en ervaring gedeeld wordt met vakgenoten uit andere organisaties en ideeën en opvattingen getoetst kunnen worden.

Hogescholen kunnen een bijdrage leveren aan de vernieuwing van de beroepspraktijk. Ze leiden studenten op tot vakbekwame professionals met een kritische houding (Vereniging Hogescholen, 2018). Daarnaast is interactie tussen hogescholen en organisaties in de netwerksamenleving van belang door o.a. het creëren van ontmoetingsplaatsen tussen de werelden van onderzoek, onderwijs en (maatschappelijke) organisaties. Nieuwe vormen van samenwerkingen tussen bedrijfsleven en onderwijs zijn aan het ontstaan (British Council, 2017). Voor de topsectoren staan ook learning communities centraal. In deze communities werken bedrijfsleven, onderwijs, overheid en andere profit en non-profit organisaties samen aan leren, werken en innoveren (Vereniging Hogescholen, 2017).

“Learning Communities vestigen onze aandacht op drie vormen van leren en hun samenspel: de proactieve vorm waarbij het gaat om het creëren van nieuwe kennis voor nieuwe uitdagingen, en de voorwaardelijke en reactieve vormen, die zorgen voor instroom van werknemers en up-to-date kennis. Het geeft aan dat we buiten onze eigen muren moeten kijken om de juiste partners te vinden, om samen te verder te leren. Learning Communities staan aan de basis van een leven lang ontwikkelen.” (Camps, Economische Zaken)

Het communicatiewerkveld is in beweging en vanuit een breder perspectief worden learning communities gezien als een belangrijk middel voor innovatie en leven lang leren. Maar hoe wordt dit gezien vanuit hogescholen?

Communities

Learning communities zijn niet nieuw. Schroeder & Mable (1994) spreken over informeel leren in subgroepen van studenten. Studenten uit verschillende opleidingen die met elkaar co-curriculaire ervaringen opdoen. Lenning (1999) identificeert twee belangrijke dimensies van learning communities: lidmaatschap en de wijze van interactie met elkaar (fysiek/virtueel). Vier categorieën learning communities voor studenten heeft Lenning (1999) geïdentificeerd: curricular (binnen het curriculum of meerdere jaren), classroom (binnen een klas), residential (buiten de school) en student-type (voor speciale groepen studenten, bv. vrouwen in techniek). Een uitgebreide literatuurstudie van Stoll (2006) laat zien dat er in feite geen eenduidige definitie is voor een learning community. Wenger en Lave (1991) ontwikkelden de leertheorie ‘situated learning’ waarbij leren wordt gezien als een proces van sociale participatie, verbondenheid met een community door specifieke normen en waarden, kennis en ervaring en gedrag. In het Nederlandse onderwijs spreekt Verbiest (2002) over professionele leergemeenschappen (PLG). Verbiest en Timmerman (2008) onderscheiden in een PLG drie fundamentele, elkaar wederzijds beïnvloedende capaciteiten: persoonlijke capaciteit van de individuele docent (actief, kritisch, gebruikt wetenschappelijke inzichten), de interpersoonlijke capaciteit van een collectief (gedeelde waarden en visie op leren, collectief leren) en de organisatorische capaciteit van de school (ondersteunend). In de jaren negentig wordt er in werksituatie niet gesproken over een learning community maar over een community of practice (Wenger, 1998).

Wenger zegt:

“ Communities of practice are groups of people who share a concern or a passion for something they do and learn how to do it better as they interact regularly.”

Medewerkers hadden relatief weinig mogelijkheden om te leren via formele wegen waardoor communities of practice werden gezien als oplossing voor organisaties (van Rhee, 2006). Mede door de komst van het internet werden communities of practice in het bedrijfsleven verder doorontwikkeld. In feite vonden activiteiten en handelingen, zoals communities vooral plaats binnen één systeem, onderwijs of het werksysteem (Engestrőm). Elk systeem heeft zijn eigen doelen, werkwijzen, middelen en community waardoor systemen (werkveld en onderwijs) van elkaar verschillen. Juist in een netwerksamenleving is het belangrijk dat de aansluiting tussen onderwijs en de beroepspraktijk goed is. Bakker (2016) spreekt over boundary crossing waarbij meerdere activiteitensystemen een manier vinden om samen aan een gedeeld probleem of doel samen te werken. Samen in co-creatie verzorgen van leerinhoud, onderwijs herkennen als belangrijke en evenwichtige partner en kennisdeling en verspreiding tussen organisaties faciliteren voor de hele sector worden gezien als vormen van samenwerken (Topsectoren, 2017).

engstrom

Fig. 1: Boundary Crossing volgens Engestrőm

Volgens Engestrőm (2001) is grensoverstijgende samenwerking een proces met veel leer-en ontwikkelpotentieel voor beide systemen. Hiermee komen de termen communities of practice (vooral gebruikt in het bedrijfsleven) en learning communities (vooral gebruikt in het onderwijs) dichter bij elkaar te liggen. Uitgaande van Boundary Crossing (Engestrőm, 2001) hebben Learning Communities kenmerken van beide systemen.

Tabel 1: Definities communities

Schermafbeelding 2019-04-30 om 13.31.25

Samenwerking tussen bedrijfsleven en onderwijs verloopt relatief moeizaam (Vereniging Hogescholen, 2017). Toren (2015) en Gielen (2017) onderscheiden zeven knelpunten: open innovatiesysteem ontoegankelijk voor alle partners, fysieke afstand tussen partners met als gevolg dat persoonlijk contact beperkt is, gebrek aan organisatiekracht aan bedrijfsleven (met name kleine organisaties), ontwikkelen van gezamenlijke waardestrategie is moeizaam proces door verschillende belangen, gelijkwaardigheid tussen partners kan verstoord worden door wisselende rollen, cultuurverschillen tussen partners uit bedrijfsleven en onderwijs.

In de publicatie vierluik Learning Communities 2018-2022 (Topsectoren, 2017) worden de volgende succesfactoren onderscheiden voor Learning Communities: gedeeld eigenaarschap op concept, inrichting en inbedding van leerprocessen bedrijfsleven, aansluiting/versterking van regionale economische en/of maatschappelijke netwerken, hybride leervormen als uitgangspunt, fysieke omgevingen, expertisenetwerken (open, laagdrempelig en toegankelijk), mentoren die een open leerhouding stimuleren.

Conclusie

“Learning Communities staan aan de basis van een leven lang leren” zegt Maarten Camps, secretaris-generaal van Economische Zaken. Het bedrijfsleven en het onderwijs zijn aan het experimenteren met learning communities. Het probleem is dat er vaak geen beleid is voor communityvorming en er niet gestructureerd aan gewerkt wordt. Het gevolg hiervan kan zijn dat studenten zich mogelijk moeilijker kunnen handhaven in de netwerksamenleving omdat ze weinig ervaring hebben met werken in professionele netwerken. Het is daarom van groot belang dat de opleidingen structureel learning communities gaan oppakken. Vanuit de theorie van Engestrőm (2001) blijkt dat grensoverstijgende samenwerking een proces met veel leer-en ontwikkelpotentieel voor zowel het onderwijssysteem (O) als het werksysteem (W) is. Een belangrijke stap naar nieuwe samenwerkingen tussen bedrijven en de opleidingen is dat in plaats van dat onderwijs of bedrijven de regie voeren, zij samen met alle mogelijke partijen de regie voeren en streven naar meervoudige waardecreatie (Jonker, 2014).

Op basis van de theorie van Engestrőm (2001) zou ik een learning community als volgt definiëren:

“Een learning community is een groep van studenten, docenten (onderwijssysteem) en professionals uit het werkveld (werksysteem) die gezamenlijk werken aan het oplossen van een gemeenschappelijke onderzoeksvraag of een gemeenschappelijk probleem (shared object).”

De belangrijkste gevonden ontwerpcriteria voor het ontwerpen van een learning community zijn: open dialoog op basis van gelijkwaardigheid, gedeeld eigenaarschap met een gezamenlijk visie, doel gericht op een duurzame samenwerking, gemeenschappelijke verantwoordelijkheid, lidmaatschap en profielen, verschillende niveaus van participatie, een veilige omgeving, focus op waarde en inhoud, regelmatige online/offline ontmoetingen, toegang tot alle informatiebronnen, opbrengsten zichtbaar maken. Factoren waar opleidingen invloed op hebben en een rol spelen bij het ontwerpen van de learning community zijn: frequentie persoonlijk contact, gezamenlijke belangen en waardestrategie, gelijkwaardigheid partners.

Literatuurlijst

Alexander, I.F. (2005). A Taxonomy of Stakeholders. Human Roles in System Development. International Journal of Technology and Human Interaction, Vol 1, 1, 2005, pages 23-59.

Bakker, A., Zitter, I., Beausaert, S. & de Bruijn, E. (2016). Tussen opleiding en beroepspraktijk: Het potentieel van boundary crossing. Assen: Koninklijke Van Gorcum BV.

British Council. (2017). 10 trends – Transformative changes in higher education. Geraadpleegd op 1 Juni 2018. https://ei.britishcouncil.org/educationintelligence/10-trends-transformative-changes-higher-education

De Witte, V. (2017). De nieuwe communicatieprofessional. Communicatie als succesfactor voor organisaties. Adfo Books 2017.

Engeström, Y. (2001). Expansive learning at work: towards an activity theoretical reconceptualisation. Journal of Education and Work, 14(1), 133 – 156.

Freeman, R.E. (1984). Strategic Management: A Stakeholder Approach. Marshfield: Pitman Publishing.

Gielen, P.M., Biemans, M., Mulder, M. (2006). Inspirerende Leeromgevingen voor Ondernemers. Aanwijzingen voor ontwerpers en begeleiders. ECS, WUR, Wageningen.

Gielen, P.M., Moerman, P., Bobeldijk, M. (2017). Inspireren voor een leven lang ontwikkelen. Hoe (samenwerking met) beroepsonderwijs er (ook) uit kan zien. Katapult.

Grimble, R. (1998). Stakeholder methodologies in natural resource management. Socioeconomic methodologies, best practices guidelines. Natural Resource Institute. The University of Greenwich.

Jonker, J. (2014). Nieuwe Business Modellen. Doetinchem / Den Haag: Stichting Our Common Future 2.0. Academic Service.

Koster, R.M. (2009). Aangenaam kennismaken. Acht casestudies naar kennisdeling tussen HBO instellingen en MKB bedrijven tijdens stage- en afstudeeropdrachten. Universiteit Twente.

Landelijk Overleg Communicatie Opleidingen (LOCO). (2017). Eindkwalificaties.

Lave, J., Wenger, E. (1991). Situated Learning: Legitimate Peripheral Participation. Cambridge University Press.

Lenning, O.T., Ebbers, L.H. (1999). The Powerful Potential of Learning Communities: Improving Education for the Future. ASHE-ERIC Higher Education Report, Vol. 26, No. 6.

Logeion, (2015). Netwerksamenleving en Be Real maken het vak breder en strategischer. Magazine C, 6, 20-23. Geraadpleegd op 1 Juni 2018. http://www.logeion.nl/l/library/download/urn:uuid:ecbb48b3-3756-4a65-abf0- abeda64b7784/logeion+c%236_lr.pdf

McKinney, J., Mckinney, K. G., Franiuk, R., & Schweitzer, J. (2006). The College Classroom as a Community: Impact on Student Attitudes and Learning. College Teaching, 54:3, 281-284.

Pfortmüller, F., Luchsinger, N. & Mombartz, S. (2017). The Community Canvas Guidebook: The guide to building meaningful communities. CommunityCanvas.

Rotmans, J. (2012). In het oog van de orkaan. Nederland in transitie. Aeneas.

Ruler, B. (2016). Communicatie is een vak. 60 specialismen op een rij. Adfo Groep.

Schroeder, C. C., Mable, P. (1994). Realizing the educational potential of residence halls. Jossey-Bass, Inc.

Stoll, L., Bolam, R., McMahon, A., Wallace, M., & Thomas, S. (2006). Professional Learning Communities: A review of the literature. Journal of Educational Change.

Talbert, J. (2009). Professional Learning Communities at the Crossroads: How Systems Hinder or Engender Change. Second International Handbook of Educational Change, 555-571.

Topsectoren. (2017). Learning communities, 2018-2022 Menselijk kapitaal, de motor voor innovaties, ‘Onderzoeksagenda – Een uitwerking van toekomstige onderzoeksvragen’. Geraadpleegd op 1 Augustus 2018. https://www.topsectoren.nl/human-capital

Unilever. (2000). Communities of Practice Guidelines. (Internal)

van den Toren, J.P., van der Meer, M., Lie, T. (2015) Van eenheid naar verscheidenheid: innovatie, beroepsonderwijs en arbeidsmarkt. Expertisecentrum Beroepsonderwijs.

van den Akker, J., McKenney, S., Nieveen, N. M., & Gravemeijer, K. (2006). Introducing educational design research. Educational design research, 3-7. Routledge.

van der Pijl, P., Lokitz.J, Solomon.L.K, van Lieshout M., van de Pluijm, E. (2016). Ontwerp Betere Business – Nieuwe tools en skills en een frisse mindset voor strategie en innovatie. Vakmedianet.

van der Velde, M., Janssen, P. & Dikkers, J. (2013). Praktijkgericht onderzoek: Opzetten, uitvoeren en rapporteren. Concept uitgeefgroep.

van Rhee, G., Galema, T., Horlings, E., Lankhuizen, M. & Nooij, S. (2006). Echte kanjers verdienen beter. Een analyse van de financiering van de grote onderzoeksfaciliteiten van TNO en de GTIs. RAND Corporation.

Verbiest, E. & Vandenberghe, R. (2002). Professionele leergemeenschappen – een nieuwe kijk op permanente onderwijsvernieuwing en ontwikkeling van leraren. School & Begeleiding.

Verbiest, E., & Timmerman, M. (2008). Professionele Leergemeenschappen: Wat en Waarom? In E. Verbiest (Red.), Scholen duurzaam ontwikkelen.Bouwen aan professionele leergemeenschappen, 41-53. Garant.

Vereniging Hogescholen. (2017). Adviesrapport ‘Learning Communities 2018 – 2021’. Banenmotor innovatieve Topsectoren vergt learning communities, Geraadpleegd op 11 Augustus 2018, https://www.vereniginghogescholen.nl/actueel/actualiteiten/banenmotor-innovatieve-topsectoren-vergt-learning-communities

Vereniging Hogescholen. (2018). Geraadpleegd op 11 Augustus 2018, http://www.vereniginghogescholen.nl

Wallner, C. (2018). Waardecreatie in de Haagse LC Wijkverpleegkunde. Onderwijsinnovatie, Maart 2018. Open Universiteit.

Wenger, E. (1998). Communities of Practice: Learning, Meaning, and Identity. University Press.

WRR. (2013). Naar een lerende economie. Investeren in het verdienvermogen van Nederland. University Press.

Advertenties

Duurzaam pionieren in het onderwijs

Sint-Michielsgestel.

Het was juni 2015 toen (onderwijs) pioniers elkaars pad kruisten. In een bosrijke omgeving werden door (onderwijs) reizigers vol passie ideeën en ervaringen gedeeld over innovaties in onderwijsland. Reizigers die ieder hun eigen reis volgden en zichzelf in elkaar herkenden. Reizigers die energie krijgen van pionieren. Reizigers die weten wat het is om tegen de stroom in te roeien. Reizigers die weten dat je bondgenoten nodig hebt om veranderingen tot stand te brengen. Reizigers die hun hart volgen, hun hart voor de kinderen.

Mieke Haverkort-de Vreede was één van die reizigers en ik ben ontzettend blij dat ze haar reisverslag heeft gebundeld in een prachtig boek, Duurzaam pionieren in het onderwijs – Leren, innoveren en cocreëren van binnenuit.

Een feest der herkenning voor al mijn reizen in onderwijsland van de afgelopen 10 jaar. Een reis die voor mij bij de start ook werd geïnspireerd door een boek, nl. Hemelbestormers van Stan Boshouwers. Maar met alleen ideeën kom je er niet en daarom is Mieke’s boek completer en goed te gebruiken als jouw persoonlijke reisgids.

In het boek wordt de reis van duurzaam pionieren verdeeld over 4 fasen, 4 uitdagingen.


  • Uitdaging 1: kiezen voor pionieren
    Binnen uitdaging 1 staat de transformatie van jouw perspectief op innovatie centraal. Je wordt uitgedaagd om anders te leren kijken naar de tijd waarin we leven.
  • Uitdaging 2: Een pioniersmentaliteit ontwikkelen
    Uitdaging 2 gaat over de transformatie van jou als professioneel. Je wordt uitgedaagd om paden te kiezen die anderen niet namen of door zelf nieuwe paden te maken. Het doel van deze uitdaging is om je pioniersmentaliteit eigen te maken, zodat je je innovatievermogen kunt vergroten.
  • Uitdaging 3: Een duurzame pioniersplek creëren
    Dit is misschien wel de moeilijkste uitdaging met als doel om een plek te creëren waar ruimte is voor onderzoek, ontdekking en experiment. Pionierswerk ontstaat niet binnen een strakke hiërarchie, maar in tijdelijke knooppunten binnen een kansrijk netwerk van mensen en middelen.
  • Uitdaging 4: Samen de pioniersreis maken
    In uitdaging 4 is de transformatie van het innovatieproces aan de orde. Het doel van deze uitdaging is om samen andere vernieuwingspraktijken te ontwikkelen die de complexiteit van de vraagstukken en de relationele verbondenheid van mensen recht doen.

Zelf ben ik steeds weer in andere organisaties voortdurend bezig met pioniersplekken creëren om samen reizen te maken.  Uit ervaring kan ik zeggen dat dit telkens weer geweldig is en continue nieuwe inzichten oplevert.

Binnen de lijntjes kleuren kost veel energie en is saai!

“Duurzaam pionieren in het onderwijs” is een uitnodiging aan mensen die op zoek zijn naar wegen om op een authentieke en betekenisvolle manier bij te dragen aan de transitie in het onderwijs. Het vraagt van jou om een eigen ontdekkingsreis te maken en die in te zetten als manier om:

  • een andere professionaliteit te ontwikkelen;
  • ​andere voorwaarden te scheppen voor innovatie en vernieuwing;
  • samen vorm te geven aan duurzame onderwijsontwikkeling of dat nu op het niveau is van je les, je klas, je team, je afdeling, je school of instituut.

Dit boek is een aanrader voor onderwijs professionals die open staan voor onderzoek, ontdekking en experiment.

Cover-Duurzaam-PionierenAuteur: Mieke Haverkort-de Vreede
Uitgeverij: Uitgeverij Politeia, Brussel
ISBN: 9789057186332
Prijs: 39 euro

Het boek is te bestellen in de webshop van Uitgeverij Politeia.

 

Community werken en leren staat nog in de kinderschoenen

(Deze blog werd gepubliceerd in VIVES Magazine, Mei 2017)

 “Een community of practice is een groep mensen die een belang, een vraagstuk of een passie voor een bepaald onderwerp deelt en die kennis en expertise op dit gebied verdiept door voortdurend met elkaar te interacteren.”

(Wenger, 1998)

Leren in een gedigitaliseerde maatschappij wordt steeds meer bepaald door het leren in netwerken. Community based werken en leren is gebaseerd op de principes die passen bij het digitale tijdperk. In community’s wordt gewerkt en geleerd vanuit vertrouwen en op basis van gelijkwaardigheid. Dit betekent dat het er niet toe doet welke functie iemand heeft of waar iemand werkzaam is. Niets moet, (bijna) alles mag, zolang je elkaar professioneel en met respect behandelt. Wederkerigheid is een belangrijk gegeven.

Halen, maar vooral ook brengen, vormen de basis van een actieve community. Als mensen alleen maar komen halen, stokt het groeiproces van de community. Hoe krijg je een community in beweging? Hoe houd je een community in beweging? Wat werkt en wat werkt niet? Dit zijn vragen die beginnende community’s bezighouden.

Er is veel te halen voor onderwijs(netwerk)organisaties die de stap durven te nemen om te beginnen met een online community. Alle betrokkenen, zowel op horizontaal als verticaal niveau, hebben toegang tot dezelfde kennis en informatie, waarbij per doelgroep mensen geïnspireerd en uitgenodigd worden om samen te werken, kennis te delen en te activeren. Een online community is de centrale ontmoetings- en werkplaats voor onderwijs(netwerk)organisaties.

Waar moet je opletten bij het opstarten van een (online) community?

Elke community is anders en speelt zich af in een andere context. Toch zijn er factoren te benoemen waar je rekening mee moet houden bij het starten van een community. Een aantal ervaringen wil ik met je delen:

  • Zorg ervoor dat er voldoende ICT-kennis aanwezig is bij bestuurders, directies.
  • Pas op voor technologypush.
  • Maak een gedegen adoptieplan.
  • Zorg voor regie op een implementatieplan.
  • Haal expertise in huis op het gebied van community management.
  • Beleg de rol van de community manager formeel in de (netwerk)-organisatie.
  • Bied een veilige omgeving waarin leraren zich kwetsbaar durven op te stellen.
  • Durf buiten gebaande paden te treden.
  • Start met een groep digivaardige docenten.
  • Vorm een koplopersgroep met mensen met mediaprofielen: producenten, verzamelaars, netwerkers en strategen.
  • Geef sturing en ruimte. Laat hobbyisme geen hoogtij vieren.
  • Het vormen van een community kost tijd. Focus op kwaliteit en kies voor organische groei.

Wat is de grondhouding voor leren en werken in community’s?

Het succes van een community is ook afhankelijk de professionele cultuur binnen het netwerk. Alles wat je doet in de community gaat beter als je eraan begint met een positieve grondhouding:

  • Respect voor elkaar.
  • Samenwerken op gelijkwaardig niveau.
  • Delen is vermenigvuldigen.
  • Doen wat je zegt.
  • Eerlijk en transparant.
  • Win-win.

Offline en online moeten elkaar versterken

In het basis- en voortgezet onderwijs zijn de afgelopen jaren verschillende professionele leergemeenschappen opgezet waar onderwijsprofessionals samen leren om de onderwijskwaliteit en leerresultaten te verbeteren. Het klinkt inderdaad prachtig, een professionele leergemeenschap, maar in de praktijk gebeurt dit nog vaak op een 1.0 manier. Men organiseert vergaderingen, intervisies of andere fysieke bijeenkomsten waar nauwelijks kennis wordt vastgelegd of wordt overgedragen. Wel worden er vaak notulen gemaakt, maar deze verdwijnen dan vaak in de map notulen in de mailbox. Er is veel meer te halen voor onderwijsorganisaties en netwerken die de stap durven te nemen om te beginnen met een online community, mits offline en online elkaar versterken.

Welke soorten community’s zijn er in het onderwijs?

Op dit moment wordt er op verschillende plaatsen geëxperimenteerd met (online) community’s. De plaats, omvang, doelgroepen, functie, het kennisdoel en de samenstelling verschillen daarbij. In het schema staat een overzicht van de verschillende community’s per onderwijssegment.

Schermafbeelding 2017-06-07 om 13.16.31

Een community manager is key

Als je serieus aan de slag gaat met een community moet je de rol van community manager beleggen in je (netwerk)organisatie. Community management is een vak op zich en denk daar niet te licht over. Een community manager neemt mensen bij de hand, verleidt ze om stapje voor stapje content te delen, stimuleert, faciliteert het proces van delen en vermenigvuldigen en verbindt mensen. Een rol die erg belangrijk is en dus niet zomaar in het takenpakket van een secretaresse of management- assistente past.

Wat is het ideale profiel van een community manager?

Van een goede community manager mag je in ieder geval het volgende verwachten:

  • Gepassioneerd
  • Aanjager (niet faken)
  • Vermogen om anderen en zichzelf te promoten.
  • Mensgericht
  • Vermogen om de kracht uit de mensen te halen en communityleden te ondersteunen.
  • Transparant, leuke en boeiende persoonlijkheid (authentiek).
  • Digivaardig
  • Kennis over organisatie en de doelen.

Welk platform is geschikt?

Techniek is ondergeschikt, maar dat betekent niet dat je zomaar alles kunt gebruiken als basis voor jouw community. Er zijn verschillende platforms op de markt, van klein naar groot, van gratis tot betaald. Belangrijk is om een platform te kiezen dat past bij de doelstellingen van je organisatie.

De leden van je community staan centraal, dus kies een platform dat laagdrempelig en gebruiksvriendelijk is en waar de leden een persoonlijk profiel hebben.

De startende community

Het adoptieproces is niet alleen belangrijk voor de acceptatie van het platform, maar juist ook voor het vormen van de community waarbij de community manager cruciaal is. Organische groei kan alleen maar van de grond komen als er wordt gestart met een heterogene ambassadeurs- groep. Als er alleen maar lurkers (consumenten) in de online community aanwezig zijn, dan gaat het zeer lastig worden om hieruit een actieve community te laten ontstaan. Er worden dan vaak vaardigheden van medewerkers verwacht die totaal niet bij hun profiel passen. Daarnaast hebben sommige early-adopters media als hobby. Ze produceren en netwerken om hun kennis en vaardigheden te vergroten. Zo’n manusje- van-alles kom je in elke organisatie tegen, deze vormt vaak de spin in het web bij allerlei media-activiteiten. Voor het opbouwen van een community is het belangrijk om inzicht te krijgen welke profielen al aanwezig zijn binnen een organisatie, zodat er een koplopersgroep kan worden gevormd waarbij alle profielen vertegenwoordigd zijn van verzamelaar, strateeg, netwerker tot producent. Door het inzetten van mediaprofiel (mediaprofiel.nl) kan men inzicht krijgen in de verschillende profielen in de organisatie waardoor het gemakkelijker wordt om een goede keuze te maken voor de community manager, kernteam en de bemanning van de community.

Om mensen te activeren in een online community wordt er een verandering in gedrag gevraagd. Het e-mailen, het vergaderen, het samenwerken zijn allemaal nieuwe manieren om iets te doen en betekent dus verandering. Het veranderen van gedrag is een hele kunst en er bestaat helaas geen formule die succes garandeert.

(Deze blog werd gepubliceerd in VIVES Magazine, Mei 2017)


Marcel Kesselring is docent online communicatie (AVANS, opleiding communicatie), kwartiermaker online communities en oprichter van COschool.