Community werken en leren staat nog in de kinderschoenen

(Deze blog werd gepubliceerd in VIVES Magazine, Mei 2017)

 “Een community of practice is een groep mensen die een belang, een vraagstuk of een passie voor een bepaald onderwerp deelt en die kennis en expertise op dit gebied verdiept door voortdurend met elkaar te interacteren.”

(Wenger, 1998)

Leren in een gedigitaliseerde maatschappij wordt steeds meer bepaald door het leren in netwerken. Community based werken en leren is gebaseerd op de principes die passen bij het digitale tijdperk. In community’s wordt gewerkt en geleerd vanuit vertrouwen en op basis van gelijkwaardigheid. Dit betekent dat het er niet toe doet welke functie iemand heeft of waar iemand werkzaam is. Niets moet, (bijna) alles mag, zolang je elkaar professioneel en met respect behandelt. Wederkerigheid is een belangrijk gegeven.

Halen, maar vooral ook brengen, vormen de basis van een actieve community. Als mensen alleen maar komen halen, stokt het groeiproces van de community. Hoe krijg je een community in beweging? Hoe houd je een community in beweging? Wat werkt en wat werkt niet? Dit zijn vragen die beginnende community’s bezighouden.

Er is veel te halen voor onderwijs(netwerk)organisaties die de stap durven te nemen om te beginnen met een online community. Alle betrokkenen, zowel op horizontaal als verticaal niveau, hebben toegang tot dezelfde kennis en informatie, waarbij per doelgroep mensen geïnspireerd en uitgenodigd worden om samen te werken, kennis te delen en te activeren. Een online community is de centrale ontmoetings- en werkplaats voor onderwijs(netwerk)organisaties.

Waar moet je opletten bij het opstarten van een (online) community?

Elke community is anders en speelt zich af in een andere context. Toch zijn er factoren te benoemen waar je rekening mee moet houden bij het starten van een community. Een aantal ervaringen wil ik met je delen:

  • Zorg ervoor dat er voldoende ICT-kennis aanwezig is bij bestuurders, directies.
  • Pas op voor technologypush.
  • Maak een gedegen adoptieplan.
  • Zorg voor regie op een implementatieplan.
  • Haal expertise in huis op het gebied van community management.
  • Beleg de rol van de community manager formeel in de (netwerk)-organisatie.
  • Bied een veilige omgeving waarin leraren zich kwetsbaar durven op te stellen.
  • Durf buiten gebaande paden te treden.
  • Start met een groep digivaardige docenten.
  • Vorm een koplopersgroep met mensen met mediaprofielen: producenten, verzamelaars, netwerkers en strategen.
  • Geef sturing en ruimte. Laat hobbyisme geen hoogtij vieren.
  • Het vormen van een community kost tijd. Focus op kwaliteit en kies voor organische groei.

Wat is de grondhouding voor leren en werken in community’s?

Het succes van een community is ook afhankelijk de professionele cultuur binnen het netwerk. Alles wat je doet in de community gaat beter als je eraan begint met een positieve grondhouding:

  • Respect voor elkaar.
  • Samenwerken op gelijkwaardig niveau.
  • Delen is vermenigvuldigen.
  • Doen wat je zegt.
  • Eerlijk en transparant.
  • Win-win.

Offline en online moeten elkaar versterken

In het basis- en voortgezet onderwijs zijn de afgelopen jaren verschillende professionele leergemeenschappen opgezet waar onderwijsprofessionals samen leren om de onderwijskwaliteit en leerresultaten te verbeteren. Het klinkt inderdaad prachtig, een professionele leergemeenschap, maar in de praktijk gebeurt dit nog vaak op een 1.0 manier. Men organiseert vergaderingen, intervisies of andere fysieke bijeenkomsten waar nauwelijks kennis wordt vastgelegd of wordt overgedragen. Wel worden er vaak notulen gemaakt, maar deze verdwijnen dan vaak in de map notulen in de mailbox. Er is veel meer te halen voor onderwijsorganisaties en netwerken die de stap durven te nemen om te beginnen met een online community, mits offline en online elkaar versterken.

Welke soorten community’s zijn er in het onderwijs?

Op dit moment wordt er op verschillende plaatsen geëxperimenteerd met (online) community’s. De plaats, omvang, doelgroepen, functie, het kennisdoel en de samenstelling verschillen daarbij. In het schema staat een overzicht van de verschillende community’s per onderwijssegment.

Schermafbeelding 2017-06-07 om 13.16.31

Een community manager is key

Als je serieus aan de slag gaat met een community moet je de rol van community manager beleggen in je (netwerk)organisatie. Community management is een vak op zich en denk daar niet te licht over. Een community manager neemt mensen bij de hand, verleidt ze om stapje voor stapje content te delen, stimuleert, faciliteert het proces van delen en vermenigvuldigen en verbindt mensen. Een rol die erg belangrijk is en dus niet zomaar in het takenpakket van een secretaresse of management- assistente past.

Wat is het ideale profiel van een community manager?

Van een goede community manager mag je in ieder geval het volgende verwachten:

  • Gepassioneerd
  • Aanjager (niet faken)
  • Vermogen om anderen en zichzelf te promoten.
  • Mensgericht
  • Vermogen om de kracht uit de mensen te halen en communityleden te ondersteunen.
  • Transparant, leuke en boeiende persoonlijkheid (authentiek).
  • Digivaardig
  • Kennis over organisatie en de doelen.

Welk platform is geschikt?

Techniek is ondergeschikt, maar dat betekent niet dat je zomaar alles kunt gebruiken als basis voor jouw community. Er zijn verschillende platforms op de markt, van klein naar groot, van gratis tot betaald. Belangrijk is om een platform te kiezen dat past bij de doelstellingen van je organisatie.

De leden van je community staan centraal, dus kies een platform dat laagdrempelig en gebruiksvriendelijk is en waar de leden een persoonlijk profiel hebben.

De startende community

Het adoptieproces is niet alleen belangrijk voor de acceptatie van het platform, maar juist ook voor het vormen van de community waarbij de community manager cruciaal is. Organische groei kan alleen maar van de grond komen als er wordt gestart met een heterogene ambassadeurs- groep. Als er alleen maar lurkers (consumenten) in de online community aanwezig zijn, dan gaat het zeer lastig worden om hieruit een actieve community te laten ontstaan. Er worden dan vaak vaardigheden van medewerkers verwacht die totaal niet bij hun profiel passen. Daarnaast hebben sommige early-adopters media als hobby. Ze produceren en netwerken om hun kennis en vaardigheden te vergroten. Zo’n manusje- van-alles kom je in elke organisatie tegen, deze vormt vaak de spin in het web bij allerlei media-activiteiten. Voor het opbouwen van een community is het belangrijk om inzicht te krijgen welke profielen al aanwezig zijn binnen een organisatie, zodat er een koplopersgroep kan worden gevormd waarbij alle profielen vertegenwoordigd zijn van verzamelaar, strateeg, netwerker tot producent. Door het inzetten van mediaprofiel (mediaprofiel.nl) kan men inzicht krijgen in de verschillende profielen in de organisatie waardoor het gemakkelijker wordt om een goede keuze te maken voor de community manager, kernteam en de bemanning van de community.

Om mensen te activeren in een online community wordt er een verandering in gedrag gevraagd. Het e-mailen, het vergaderen, het samenwerken zijn allemaal nieuwe manieren om iets te doen en betekent dus verandering. Het veranderen van gedrag is een hele kunst en er bestaat helaas geen formule die succes garandeert.

(Deze blog werd gepubliceerd in VIVES Magazine, Mei 2017)


Marcel Kesselring is docent online communicatie (AVANS, opleiding communicatie), kwartiermaker online communities en oprichter van COschool.

Advertenties

De kunst van het verleiden

(Deze blog werd gepubliceerd in VIVES Magazine, September 2016)

Verbonden met mij zelf en omgeving
Ik ga van verbinding naar contact
Knoop einden aan elkaar maken het geheel
Dit is zowel persoonlijk als universeel
Typhoon

Communicatie wordt door SLO & Kennisnet benoemd als één van de belangrijke 21e eeuwse vaardigheden. Het gaat volgens het SLO bij communiceren om het effectief en efficiënt overbrengen en ontvangen van een boodschap.

Meer specifiek gaat het om het:

  1. doelgericht kunnen uitwisselen van informatie met anderen;
  2. kunnen omgaan met verschillende communicatieve situaties;
  3. kunnen omgaan met verschillende communicatiemiddelen en het hanteren van verschillende strategieën daarbij;
  4. hebben van inzicht in de mogelijkheden die ICT biedt om effectief te communiceren.

Wat mij betreft verdienen de laatste punten meer aandacht in het mediarijke tijdperk waarin we nu leven. Maar hoe staat het eigenlijk met de communicatieve vaardigheden van de docent in een online omgeving?

Enthousiaste docenten zijn actief aan de slag gegaan en werden soms een ster op youtube door hun instructiefilmpjes. Maar hun directe collega’s hadden soms geen idee waar deze docent mee bezig was totdat ze op DWDD hem of haar aan tafel zien bij Matthijs van Nieuwkerk. Kortom, leraren maken grote sprongen maar zijn niet goed in het delen van hun expertise met hun collega’s. Er is echt voldoende kennis en expertise aanwezig op scholen, de kunst is om dit zichtbaar te maken en te verbinden. Maar dan moeten we het wel gaan organiseren! De tijd is rijp voor communities in het onderwijs!

Een community is een plek waar mensen online samenkomen om te delen, te creëren en te werken aan een gemeenschappelijk doel.

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft reeds in 2013 geroepen dat scholen zich moeten gaan ontwikkelen naar een professionele leergemeenschap met als doel dat men gezamenlijk gaat werken aan de kwaliteitsverbetering van het onderwijs.

“We spreken van een professionele leergemeenschap als de onderwijsprofessionals in een school duurzaam individueel en samen leren om het onderwijs aan de leerlingen en de resultaten van de leerlingen te verbeteren” (Verbiest & Timmerman, 2008)

Het klinkt prachtig, een professionele leergemeenschap maar in de praktijk gebeurt dit nog heel veel op een 1.0 manier, waarbij docenten bij elkaar komen in een vergadering, intervisie of andere fysieke bijeenkomst en er tussen deze verschillende bijeenkomsten nauwelijks kennis wordt vastgelegd of wordt overgedragen en als deze wordt overgedragen dan worden er zeer uitgebreide mailtjes gedicht.

Hoe gaan we elkaar verleiden in een online omgeving? Hebben we hier te maken met koudwatervrees?

Sociale media draaien om het ‘beleefd worden door de ander’. Die moet verleid worden om te luisteren, te kijken, mee te doen. Wie deel neemt aan een community, zal zich het spel van verleiding eigen moeten maken.

Het sociale ABC van Winkwaves, vertelt de kunst van het verleiden:

  • Aantrekkelijk te presenteren;
  • Belangrijk te maken;
  • Context te geven.

sociale-abc-002Aantrekkelijk maken

Wat aantrekkelijk is, krijgt aandacht. Het aantrekkelijk maken gaat dus over het beleefd worden door de ander. Iets online aantrekkelijk vinden, begint bij het oog, bij de waardering voor kleur- en ruimtegebruik. Maar ook het taalgebruik speelt een rol. Het basisadvies is: besteed altijd zorg aan wat je neerzet. Zomaar iets dumpen onder het motto ‘Dan staat het er toch?’, is een belediging voor de ander die tijd neemt er aandacht aan te besteden.

TIPS:

  1. Gebruik afbeeldingen
    Afbeeldingen zijn niet alleen prettig voor het oog, ze signaleren ook dat er tijd en aandacht is besteed aan de pagina. Soms zegt een afbeelding meer dan woorden…
  2. Deel de tekst op in blokken
    Wanneer we op zoek zijn naar informatie lezen we niet, we scannen. Het gebruik van betekenisvolle subtitels, paragrafen en lijstjes is een goede manier om een tekst geschikt te maken voor snel scannen. Probeer tevens altijd in de eerste alinea al de essentie van de bijdrage te benoemen.
  3. Let op je woorden
    Lees voor je een tekst publiceert, deze nog altijd een keer door. Staan er geen woorden in die nodeloos kwetsend kunnen zijn? Gebruik je geen afkortingen die de lezer van nu en de toekomst niet thuis zal kunnen brengen? Zoals de Fransen zeggen: “C’est le ton qui fait la musique”.
  4. Wees duidelijk en concreet
    Hoe duidelijker het is wat je van mensen vraagt, hoe eerder een ander zal reageren. We vinden het prettig als het ons makkelijk wordt gemaakt.
  5. Maak het persoonlijk
    Een persoonlijke foto, een signaal dat het ‘echt’ is, authentiek – het maakt ons hongerig om verder te lezen. Met het persoonlijke kun je aangeven dat het voor jou relevant en belangrijk is.

sociale-abc-003BELANGRIJK MAKEN

Voor wat belangrijk is, maakt men tijd. Het belangrijk maken gaat dus over de beleving door de ander dat het verantwoord is er tijd aan te besteden. Het belang van de community hangt van drie factoren af: Welk belang ken ik aan het medium zelf toe? Welke betekenis heeft het voor mijn werk? En welke rol speelt het binnen mijn netwerk? Sleutelbegrippen hierbij zijn vertrouwen, efficiëntie & nut, en verbinding.

TIPS

  1. Maak de omgeving belangrijk
    Als de (netwerk)organisatie heeft besloten dat een community ingezet gaan worden bij projecten, dan heb je geen keuze dan mee te doen. Dan kan het maar beter echt belangrijk zijn.
  2. Werk aan vertrouwen
    Vertrouwen heeft alles te maken met zowel de schimmen uit het verleden (transparantie) als de schaduw van de toekomst (consistentie). Van taalfouten tot het ontbreken van een profielfoto; van onwaarheid tot tegenstrijdigheid – vertrouwen kan eenvoudig geschonden worden.
  3. Maak Sociaal belangrijk
    Professionele communities floreren wanneer zo’n 20% van de interacties niet direct werk-gerelateerd is. Het professionele gebruik van communities vraagt echter ruimte voor humor, human interest en persoonlijke tips en discussies.
  4. Maak delen belangrijk
    Geeft kennis macht? Of levert het delen ervan meer voordelen op? Maak delen de norm. Niet alleen #dtv (durf te vragen), maar ook #dta (durf te antwoorden).
  5. Verwelkom mensen en hun bijdragen
    Een lege ruimte voelt niet belangrijk. Een stem in de leegte voelt niet belangrijk. Daarom is het van belang nieuwkomers welkom te heten.
  6. Maak duidelijk dat het werk erdoor verbetert
    Er is geen grotere motivatie voor mensen om iets te gebruiken dan het simpele feit dat het daadwerkelijk een verbetering is. Zoek daarom naar pijnpunten in het netwerk en bedenk hoe de community hierbij een oplossing kunnen bieden.
  7. Verandering in e-mail
    Een bijdrage in een community maakt alle cc’s per e-mail overbodig. Legere mailboxen is een prima manier om mensen te motiveren.
  8. Het nieuwe vergaderen
    Het geheim van een goede vergadering zit in de voorbereiding. Als de juiste mensen aan tafel zitten, die zich goed hebben (kunnen) voorbereiden, is een vergadering een hele efficiënte manier van samenwerken. Discussies kunnen online aangekondigd worden en waar nodig ook gevoerd worden. Eventuele stukken zijn voor iedereen inzichtelijk. Geen voorstelrondes meer. Geen rondvraag ter afsluiting.
  9. Organiseer de aandacht
    Niemand wil een buitenstaander zijn. Dus wanneer mensen meedoen, lezen, reageren, liken, doorsturen, zorg dat de interactie zichtbaar is voor anderen. Dat helpt wie nog koudwatervrees heeft over de streep.

sociale-abc-004CONTEXT GEVEN

Wat context heeft, is te begrijpen. Naar wat men begrijpt, kan men handelen. Context geven gaat over de beleving van een werkelijkheid die afzender en ontvanger delen. De zaken die je aandacht geeft, je woord- en beeldgebruik: alles beïnvloedt wat anderen zien en hoe ze het beleven. Zonder context heeft niets betekenis.

TIPS:

  1. Framing
    Framing is een krachtig mechanisme om je boodschap te kleuren. Framing is van belang bij de positionering van de community. Iedereen kent het verschijnsel wel: wie iets zoets verwacht en iets zouts proeft, schrikt en trekt een vies gezicht. Framing stelt je in staat de verwachting van de ander te richten.
  2. Priming
    Waar framing rechtstreeks betrekking heeft op hoe je iets positioneert, werkt priming meer indirect. Geef mensen het gevoel dat er haast is, en hun gedrag verandert.
  3. Schep een common ground
    Ga er niet van uit dat wat jij weet, automatisch bekend is bij de ander. Maak daarom je aannames expliciet.
  4. Publiceer voor de toekomst
    Ga er van uit dat wat je schrijft, ook door mensen die je niet kent, begrepen moet kunnen worden. Als je schrijft, houd dan altijd die toekomstige collega in gedachten.
  5. Out of context
    Een e-mail sturen kost gemiddeld minder tijd dan er een ontvangen. Bij de switch van een push-gerichte e-mail cultuur naar een pull-gedreven sociale media cultuur kunnen we de kosten drastisch reduceren. Maar dan moeten we wel accepteren dat mensen reageren wanneer het hen uitkomt.
  6. In context
    Communities bieden nieuwe mogelijkheden voor bestaande praktijken. Wat kan efficiënter door het online te doen? Kijk hierbij niet enkel naar de direct betrokkenen, maar ook naar het belang van de (netwerk)organisatie als geheel. Nu. En in de toekomst.

 

Bron social ABC van Winkwaves 


Marcel Kesselring is docent online communicatie (AVANS, opleiding communicatie), kwartiermaker online communities en oprichter van COschool.

”Met Vives kunnen we laten zien dat het wél kan”

Marcel Kesselring en Karin Winters vormen nu ruim een jaar samen de hoofdredactie van Vives. Wat hebben zij zelf met onderwijs en ICT en wat drijft hen om dit blad te maken?

Karins eerste baan in het onderwijs was die van ‘medewerker cursistenadministratie’. Al snel zocht ze meer uitdaging. Ze kreeg van haar manager de kans om een open leercentrum op te zetten. “Dat was in 1999 en het was mijn eerste ervaring met ICT in het onderwijs. Ik was direct enthousiast en zag veel mogelijkheden. Internet en e-mail waren in opkomst en ik ontwikkelde een intranet voor de school. Ik wilde docenten warm laten lopen voor het gebruik van computers en internet en maakte een startpagina met links naar voor hen interessante informatie. Verder introduceerde ik e-mail als communicatiemiddel. Dat was toen absoluut nog geen gemeengoed.”

We moeten nog steeds overtuigen

“Ik dacht: als ik er zelf zo enthousiast over ben, is het vast niet moeilijk om anderen voor ICT te interesseren. Je moet er een beetje tijd in steken, maar daarna levert ICT juist veel op. Ik kwam erachter hoe lastig het is om mensen die in een bepaalde routine zitten, daaruit te krijgen. Dat is nu bijna vijftien jaar geleden. Wat me enorm verbaast, is dat we mensen vandaag de dag nog steeds moeten overtuigen van de kracht van ICT in het onderwijs. Dat leerkrachten nog steeds bij het kopieerapparaat staan om toetsen te kopiëren en dat leerlingen nog steeds kruisjes zetten op antwoordbladen. Dat is toch niet te geloven?! “In het basisonderwijs werken steeds meer scholen met digitale lesmethodes”, zegt Marcel. “Maar veel leerkrachten printen de toetsen uit en laten deze op papier invullen. Ze kijken ze na en tikken vervolgens de resultaten over in de digitale omgeving. Dat doen ze daarna nog eens in het leerlingvolgsysteem. Een eenvoudige koppeling tussen lesmethode en leerlingvolgsysteem zou al zoveel tijd schelen. Maar de gemiddelde leerkracht denkt daar niet over na.”

Karin Winters: “Het gat tussen Vives en de wereld waarin ik leef, wil ik helpen dichten”

Een stap terug doen of loslaten?

Karin: “Blijkbaar zijn de mensen die heel vroeg met ICT in het onderwijs aan de slag gingen niet in staat geweest om de meerwaarde duidelijk te maken. Als voorloper moet je nu een stap terug doen om anderen bij de hand te kunnen nemen. En dan nog komen mensen maar langzaam in beweging. Of je laat los en je steekt je energie in de mensen die wel uit hun comfortzone durven te stappen.” Marcel: “Ik herken wat je zegt en ik zie het onderwijsveld inmiddels wel degelijk in beweging komen. Realiseer je dat je continu in de kopgroep zit. De grote massa komt nu op gang. Ik richt me dan inderdaad liever op scholen die laten zien dat ze mee willen in de ontwikkeling. Ik steek graag mijn energie in teams die al in beweging zijn en stappen willen maken. Wil je als docent niet mee bewegen? Dan krijg dadelijk toch een probleem. Het hoeven geen grote stappen te zijn, maar zet in ieder geval die stap voorruit, elke stap is een stap.”

 Aanwezige expertise goed organiseren

“Op het niveau van een school of een stichting, zou ik op dezelfde manier te werk gaan”, zegt Marcel. “Investeer in een kopgroep die laat zien wat je met ICT kan. Zorg ervoor dat zij ambassadeurs worden. Je wilt deze groep een duidelijke opdracht meegeven. Het belangrijkste is dat de groep gaat groeien, dus de leden moeten leren hoe ze collega’s mee kunnen nemen in de ontwikkeling.” “Mijn ervaring is dat het lastig is om een goede kopgroep samen te stellen”, zegt Karin. “Bestuurders of een directeur kunnen wel roepen ‘we gaan iets doen op het vlak van innovatie en ICT’, maar vervolgens kunnen ze intern geen geschikte mensen vinden en wordt er kennis van buitenaf ingevlogen.”

Marcel: “Het opzetten van communities deed ik al in het bedrijfsleven en doe ik sinds vijf jaar ook in het onderwijs. Daar zie ik mensen om de haverklap opnieuw het wiel uitvinden. Dus ik denk dat er genoeg expertise in de scholen aanwezig is, maar dat je het vooral goed moet organiseren. Zodat mensen niet alleen kennis delen bij de koffietafel, maar ook online. Dat vraagt om een gedragsverandering en daar is tijd voor nodig. Daarnaast is een duidelijk gezamenlijk doel belangrijk. Je moet ook weten wat mensen beweegt en is het handig als je de cultuur kent. Toen ik bijvoorbeeld een community onder marketeers op het vlak van voeding moest opzetten, deed ik eerst onderzoek naar wat voor mensen deze marketeers waren. Wat zou hen in beweging kunnen brengen? Het bleken ‘haantjes’ te zijn, competitief ingesteld dus. Bij het opzetten van deze community bleek gamification heel effectief.”

Marcel Kesselring: “Met Vives kunnen we laten zien dat het wél kan”

Het kan anders en slimmer

“Succesverhalen geven mij nieuwe energie”, zegt Karin. “Het is dan ook een prachtige ervaring om hoofdredacteur van Vives te zijn. Het is boeiend en inspirerend. Het laat zien wat er allemaal mogelijk is. Maar het maakt me er ook continu van bewust dat het gat tussen Vives en de wereld waarin ik leef ontzettend groot is. Dat gat wil ik helpen dichten. Ik werk op dit moment onder andere als docent en was tot voor kort ook student aan de master ‘Leren en Innoveren’. Als docent en student kom je veel verbetermogelijkheden tegen. Inmiddels heb ik de opleiding afgerond en ben ik Master of Education. Met de opgedane theoretische kennis en door de uitgevoerde onderzoeken wil ik laten zien welke mooie, innovatieve ontwikkelingen er in het onderwijs mogelijk zijn. Ook de verhalen in Vives laten zien dat het anders en slimmer kan. Dat geeft mij de motivatie om door te gaan. Een jaar geleden ben ik voor mezelf begonnen. Als freelancer help ik scholen om ICT in hun onderwijs te integreren. ICT en onderwijs: ik blijf er heftig in geloven.” “Ik ook”, zegt Marcel. “Er zijn veel goede initiatieven en er is werk aan de winkel. Als ik naar het onderwijs kijk, raakt het mij hoeveel tekort we doen aan de talenten van kinderen. We toetsen kinderen op wat ze niet kunnen. Zo maak je kinderen emotioneel kapot en stimuleer je zeker geen eigen initiatief en creativiteit. En dat is juist wat we keihard nodig hebben in deze maatschappij.”

Niet praten maar doen!

“Het onderwijs draait nu te veel om consumeren. We moeten meer naar produceren en participeren. Daar wil ik een bijdrage aan leveren. Dat doe ik bijvoorbeeld met het initiatief de ‘COschool’. Dat is een netwerk van VO-scholen die communicatie en media stevig verankeren in het curriculum. Niet ‘erbij’ maar echt ‘in’ het systeem. Co-creatie is de basis van deze samenwerking. Dat vraagt om een actieve houding van de deelnemers. Niet blijven praten, maar vooral doen! De komende tijd ga ik de COschool verder uitbouwen. Ook via Vives wil ik mensen in het onderwijs actiever maken. Door ze te inspireren en te motiveren. Door te laten zien dat het wél kan en door de mensen die dat voor elkaar krijgen op een voetstuk te zetten.”


tekst Christie Manintveld