It takes a community to raise a child

”It takes a village to raise a child”, is een oud Afrikaans gezegde waarmee bedoeld wordt dat bij het opvoeden en leren van kinderen alle mensen in de directe omgeving van het kind betrokken zijn. Het is dus de hele gemeenschap uit je omgeving: vrienden, ouders van vrienden, docenten, opa’s, oma’s, familie, sportclubs, kinderopvang,… die allemaal invloed hebben op de ontwikkeling van kinderen. Ouders dragen niet langer alleen de verantwoordelijkheid voor de opvoeding. De school heeft daarentegen ook niet meer het monopolie op leren. Leren doe je overal en is niet meer gebonden aan tijd en plaats.

Maar hoe betrek je ouders meer bij het onderwijs, terwijl de tijd dat ouders en leerkrachten elkaar kunnen zien steeds beperkter wordt? Net als in de rest van de samenleving zullen ook op en rond school de mogelijkheden van internet een belangrijke rol spelen in het vinden van een antwoord.

De Afrikanen spreken van ”It takes a village to raise a child”. In feite is “a village” , het dorp, de gemeenschap ofwel een community. Op de Kennisnet Summerschool heb ik een presentatie gehouden over community denken en het inzetten van een online community (zoals “Het Nieuwe Schoolplein”) ten behoeve van de ontwikkeling van kinderen.

Er is in de afgelopen jaren toch wel het een en ander veranderd. In vroeger dagen werkte vader, moeder deed het huishouden, zorgde voor de kinderen en bracht ze naar school. Het schoolplein werd veel gebruikt voor de sociale contacten. Kinderen kwamen tussen de middag thuis hun boterhammetje eten en na schooltijd dronken ze samen met moeder een kopje thee met een koekje. Nu wordt de opvoeding meer verdeeld over beide partners. Zowel vader als moeder werkt vaak volledig of parttime. Veel scholen hebben hierop ingespeeld door het invoeren van een continu rooster. Als je nu op een schooldag om half negen in de ochtend op een willekeurig schoolplein in Nederland kijkt, dan zie je inderdaad nog ouders van kinderen van groep 1 t/m 4. Vanaf de middenbouw zie je steeds minder ouders op het schoolplein. Betekent dit dat ouders minder betrokken zijn dan vroeger? Nee! Ouders zijn nog steeds betrokken bij de ontwikkeling van hun kind, echter je moet ze via andere kanalen benaderen. Ouders raken steeds meer bekend met “Het Nieuwe Werken”, waarin mensen continu online zijn en waar tijd en plaats daarmee een nieuwe betekenis krijgen. “Het Nieuwe Werken” is niet zomaar een nieuwe hype in het bedrijfsleven. In september 2009 was al te lezen in een persbericht van de Rabobank dat de bank de komende zes jaar het nieuwe werken gaat invoeren en dat werknemers die zich niet thuis voelen bij de nieuwe methode verzocht worden de organisatie voor 2015 te verlaten.

Daarnaast is de verwachting dat vrouwen meer uren gaan werken als gevolg van de verwachte tekorten op de arbeidsmarkt ten gevolge van de vergrijzing. De overheid streeft dan ook naar een hogere arbeidsparticipatie van vrouwen.

Vaders en moeders zullen dus waarschijnlijk nog minder op het schoolplein verschijnen.

Scholen gaan inspelen op de trend door bijvoorbeeld de schooltijden aan te passen. Er wordt nagedacht over verschillende varianten, zoals het vijf-gelijke-dagenmodel, het bioritmemodel en het 7 tot 7-model. Een inventarisatie van de werkgroep Andere Tijden laat zien dat de meeste scholen geïnteresseerd lijken te zijn in het vijf-gelijke-dagenmodel. De verwachting is dat veel scholen naar dit model zullen overstappen.

Het concept van de Sterrenschool gaat nog een stapje verder. De 5 Sterren van de Sterrenschool zijn: De school is het hele jaar open, Eén adres voor alle kinderdiensten vanaf nul jaar, Maatwerk voor ieder kind, Uitblinken in rekenen, taal en lezen, Binding met de buurt. In Apeldoorn is dit schooljaar de eerste Sterrenschool geopend.

De school is dus ook meer aan het worden dan alleen onderwijs. Onderwijs is een participant naast kinderopvang, sport, cultuur, bibliotheek en andere instellingen.

Al deze veranderingen hebben tot gevolg dat er steeds meer mensen, naast de ouders en leerkrachten, betrokken worden bij de opvoeding en het leren van kinderen. Er gaan dus ook nieuwe samenwerkingsverbanden ontstaan, welke nodig zijn om de ontwikkelingskansen van een kind te vergroten. Er gaat zich een nieuwe gemeenschap (community) vormen om het kind. Er dient steeds meer afstemming plaats te vinden. Dus meer mensen, meer communicatie, meer miscommunicatie. Een online schoolcommunity, zoals “Het Nieuwe Schoolplein”, kan een prima verlengstuk zijn van het fysieke schoolplein en een middel waarmee de school de communicatie faciliteert.

“It takes a community to raise a child”

STELLING: een actieve schoolcommunity sluit niet betrokken ouders buiten?
Wat vind jij? Praat mee op Het Nieuwe Schoolplein!

Het Gesprek – Communicatie op basis van gelijkwaardigheid

VERBINDEN VAN THUIS, SCHOOL, KLAS EN BUURT MET SOCIAL MEDIA

“Ouders en school zijn onvoldoende partners in onderwijs en opvoeding” was het thema het tweede debat van de Onderwijsagenda – een project van de Volkskrant in samenwerking met ThiemeMeulenhoff, SLO en Kennisnet.

Als ouder en als schoolleider in opleiding ben ik geïnteresseerd in dit onderwerp omdat ik denk dat er een kloof is tussen ouders en school welke veroorzaakt wordt door verschillende redenen: de tweeverdieners, allochtone ouders die de Nederlandse taal niet goed spreken, assertieve ouders die snel worden gezien als zeurouders……..

Deze kloof kunnen we dichten door met elkaar het gesprek aan te gaan.

In het debat ging de discussie vooral over VO scholen en ouderparticipatie in achterstandswijken. Mooie voorbeelden van inzet Beta Ouders in Schiedam waar men een Oudernetwerk heeft opgezet met dertig, veertig ouders met een bètawerkkring waardoor ze praktijk en school kunnen koppelen en leerlingen enthousiast krijgen voor bèta vakken of inzet van school–oudercontactpersoon die helpen allochtone ouders bij de school te betrekken. Ouders die vaak de taal slecht spreken, wel willen maar het schoolsysteem niet begrijpen.

Op zich goede discussies maar het primair onderwijs kwam er maar karig van af. Er werd wel erg makkelijk over gesproken alsof ouderparticipatie geen issue is in primair onderwijs. Ik denk een totale misvatting, op basisscholen worden ouders vaak alleen gevraagd als luizenmoeder, klusvader of hulppiet bij Sinterklaas. Ouderparticipatie is toch hopelijk meer dan luizenmoeder.

Als de bel gaat en de school gaat uit op een gemiddeld schoolplein in Nederland, dan zie je nog ouders tot groep 4 op het schoolplein en daarna ziet de school de meeste ouders alleen nog maar op de 10-minuten gesprekken. De directeur stuurt zijn berichtjes via briefjes in de tassen van de kinderen of via mail naar ouders, maar er vind dus geen gesprek meer plaats. Ouderparticipatie valt of staat met communicatie en wel communicatie op basis van gelijkwaardigheid. Scholen moeten gaan nadenken hoe en wat ze willen bereiken, hoe ze met ouders het gesprek aangaan om ouderparticipatie te bevorderen, dus kiezen voor crossmediale aanpak, en dus niet blijven hangen in traditionele communicatie kanalen. Welke basisschool heeft een communicatie plan?

Liggen er kansen?

Ja, absoluut! Nieuwe Media kan zeker een bijdrage hieraan leveren, maar er zijn nog wel behoorlijk wat misvattingen, zoals niet alle ouders hebben mail, niet alle ouders hebben een PC………maar zijn dit nu net niet de uitzonderingen? Er zijn 8 miljoen leden op Hyves!. Als we aannemen dat de leeftijd van ouders met kinderen op een basisschool loopt van 20 tot 49 jaar en we kijken naar de feiten op hyves, dan blijkt dat het bereik van Hyves in deze leeftijdscategorie 68-83 % is ! Dus hoezo, geen pc? Geen mail?

Ouderparticipatie begint met ouders, leerkrachten, directie om mee te praten, onderwerpen om over te praten en dan zijn er nu ook de technieken om met elkaar in gesprek te komen.

Het wachten is op de eerste scholen die een online schoolplein gaan inzetten ter bevordering van ouderparticipatie.

Wil je meer weten over een ONLINE omgeving voor social networking en kennisdeling voor scholen, leerlingen, leerkrachten, ouders, bestuur, MR, OR, kinderdagverblijven, sportverenigingen…..?

Neem gerust contact met me op!

Meer Info: http://winkwaves.com/schoolplein

Of kom kijken bij Teachmeet IPON en vraag toegang tot de demo omgeving van Winkwaves Schoolplein.

Langs de lijn bij Wikiwijs

Wikiwijs blijft mij boeien zoals ik ook onlangs schreef in mijn blog “Hoe krijgen we leerkrachten aan de Wikiwijs?”. In de vakantie periode werd ik aangenaam verrast door de publicatie van het programmaplan Wikiwijs. Verrast omdat ik niet gewend ben dat dit soort programma plannen openbaar worden gemaakt. Vol interesse ben ik het plan gaan lezen en zag dat er een flink programma team is opgetuigd door Kennisnet / Open Universiteit als teken dat dit toch wel heel serieus project is waar resources achter gezet zijn.

Mijn eerste reactie op Programmaplan was, nee het is vakantie ik ga er niet weer een blog aanwijden, maar na het lezen van de blog van Wilfred Rubens “Mijn aarzeling bij het Wikiwijs-plan” wil ik toch wel een reactie geven. Hij schreef dat er twee manieren zijn om ervoor te zorgen dat onderwijsontwikkelaars ontwikkeld digitaal leermateriaal met elkaar delen. De “bottom-up” aanpak, vanuit intrinsieke motivatie ontwikkelaar en een de “top-down” aanpak vanuit sturing instituten. Wilfred geeft aan dat Wikiwijs noch het ene, nog het andere manier hanteert. Nu kan ik daar zelf nog niet echt een oordeel over geven omdat ik dit niet vanuit een programma plan kan afleiden, zonder de strategie van Kennisnet / Open Universiteit te weten. Ik weet wel vanuit mijn eigen ervaring dat je niet moet schipperen tussen sturing (top-down) of ruimte (bottom-up), en dat dit geen kwestie is van of-of maar een kwestie van en-en. Ik geloof in beide werelden, want intrinsieke motivatie is prima maar zonder een vorm van sturing ontstaat er chaos en wordt de wildgroei groter. Ik heb niets tegen wildgroei maar dan moet dit een bewuste strategische keuze zijn en als ik het goed begrijp zou Wikiwijs juist alle ontwikkelingen willen omarmen en hier structuur in willen brengen.

Aansluitend op mijn vorige blog over Wikiwijs gaat mijn interesse ook naar “het laten landen” van Wikiwijs. In het programmaplan staat dat één van de risico’s voor het slagen is dat docenten de meerwaarde niet zien en dus niet gebruiken. Er wordt aangegeven dat de kans 4 is (gemiddeld) maar de impact vrij hoog (9). De maatregelen die er getroffen worden zijn: Grote nadruk op goede communicatie en uitleg, open inbreng docenten 24×7, goede ondersteuning, zowel fysiek als online, brede ondersteuning op alle aspecten rondom digitaal leermateriaal. In mijn ogen zijn deze maatregelen niet toereikend en gaat de leerkracht hierdoor echt nog niet aan de Wikiwijs maar moet er veel meer worden aangesloten op de belevingswereld van de docent en zijn leerdoelen. Er moeten voorwaarden worden geschapen, blokkades worden weggenomen zoals tijdgebrek leerkrachten. Het gaat er niet om of de leerkracht weet wat Wikiwijs is en hoe hij dit moet gebruiken. Nee, om het echt een succes te maken moet je in het hart van de docent zien te komen, zoals ik eerder aangaf “What makes them tick”. Ik lees door het programma plan heen dat er een communicatieplan wordt opgezet met daarin gebruik makend van verschillende kanalen. Persoonlijk vind ik dit vanuit een traditionele corporate communicatie gedachte. Sorry, maar dit moet geen communicatieplan zijn maar een activatieplan en dus meer vanuit brand communicatie. We willen toch leerkrachten activeren, in beweging krijgen, toch? Het activeren van doelgroepen is een vak apart, daarvoor moet je snappen wat mensen beweegt en weten op creatieve manieren hen te bereiken (en dat is niet via posters, campagnes, banners…..) en in sommige gevallen werken spiegeltjes en kraaltjes nog steeds maar vaak niet. Dit betekent dus niet alleen maar bijeenkomsten organiseren en dan maar hopen dat er mensen komen. Nee het gaat juist om de mensen die niet op die bijeenkomsten komen. Waarom komen ze niet?

In het programma team zie ik de rol die dit zou moeten oppikken niet terug, de rol van bruggenbouwer, de boodschapper van sturing (top-down) EN de stem van de werkvloer (bottom-up). Geen idee waar ik het over heb? Neem gerust contact op!