Ik kwam, ik las en ik overwon

Geen alternatieve tekst opgegeven voor deze afbeelding

 

In de afgelopen jaren heb ik een aantal keren geschreven over “De kleine kampioen” en zijn strijd tegen zichzelf en het onderwijssysteem. Al op jonge leeftijd werd duidelijk dat hij een zware vorm van dyslexie heeft. Dit verhaal laat zien hoe hij zich door het onderwijssysteem heeft geworsteld, is gegroeid naar een volwassen man met een mbo-diploma op zak en klaar is om zijn dromen nu echt na te jagen. Dit verhaal is ook een spiegel van het onderwijssysteem waar te zien is hoe kinderen, leerkrachten, directies, ouders vastzitten in het systeem.

Kuilen in de weg van het onderwijssysteem: Primair Onderwijs

Net als ieder kind begon hij op zesjarige leeftijd in groep 3 van de basisschool met leren lezen. De school werkte met de Zwaluwmethode. Al snel bleek dat hij zijn klasgenootjes niet kon bijhouden met leren lezen. Na enkele maanden was de leesachterstand al zo groot, dat duidelijk werd dat hij niet zou overgaan naar groep 4. Ouders vermoeden dyslexie, omdat dit in de familie zit. De school was laks en afwachtend, waardoor ouders het initiatief namen en bij een andere school zijn gaan kijken. De andere school nam hem niet aan, omdat hij heeft zoveel extra zorg nodig zou hebben en ze dit niet konden bieden. Geweigerd omdat de school de extra zorg niet aan kan!

Ouders waren ten einde raad, omdat zij zich niet serieus genomen voelden en besloten om zelf een orthopedagoog te raadplegen. De orthopedagoog testte hem. Het resultaat: inderdaad zwaar dyslectisch en (normaal) begaafd! De orthopedagoog kwam met een handelingsplan voor school, ouders en logopedie. In de jaren werd er flink geoefend met lezen en dat leverde veel strijd op. Als de toets begrijpend lezen werd voorgelezen door de juf, scoorde hij goed. Echter mag dit niet van de onderwijsinspectie omdat het “begrijpend” lezen is en niet “begrijpend” luisteren. Ouders liepen continue tegen de muren van het systeem aan en zagen hun kind steeds ongelukkiger worden. Lezen is toch leuk? Hij kreeg meer tijd, extra hulp en hulpmiddelen en ging heel langzaam vooruit. Er werd veel met hem gepraat en thuis richtten ouders zich op zijn talenten, waarbij lezen meer geïntegreerd werd in zijn belevingswereld.

Het leven van deze jonge jongen bleef bestaan uit negatieve leeservaringen. Niet goed kunnen lezen beheerste zijn leven. Maar waar gaat het nu eigenlijk om?

Moeten we er niet juist voor zorgen dat kinderen zich staande weten te houden in de maatschappij, dus bijdragen aan de bevordering van de zelfredzaamheid? Zijn dit niet de kinderen die in een isolement dreigen te raken? Moeten we niet juist deze kinderen helpen en begeleiden? En zoeken naar hun talenten en deze verder laten ontwikkelen? En moet lezen dan niet meer geïntegreerd worden in talentontwikkeling?

De jaren die volgden waren moeizaam en er werden kleine successen geboekt, mede dankzij extra externe begeleiding. Ieder nieuw schooljaar moesten de ouders telkens weer aan een nieuwe leerkracht uitleggen wat er precies met hun zoon aan de hand was.

Een nieuw dieptepunt werd bereikt in groep 5. De leerkracht was bekend met dyslexie, maar dit had ze nog nooit meegemaakt. Er werd vanuit onderwijsbegeleidingsdienst hulp geboden aan de leerkracht. In plaats van dat dit beter zou moeten worden, werd de situatie alleen maar slechter. Het kind werd afhankelijker van de leerkracht in plaats van zelfstandiger. Aan het eind van het schooljaar kwam de conclusie: “Beste ouders, wij denken dat u toch moet gaan kijken naar speciaal onderwijs voor uw zoon”.

Ouders gingen praten met de directeur van een speciaal onderwijsschool. Deze directeur was heel duidelijk in haar advies: “Uw zoon hoort niet thuis op onze school”. Daarnaast hadden zij een informeel gesprek met iemand van de PCL (Permanente Commissie Leerlingenzorg) en deze gaf ook aan dat de kans niet groot was dat dit dossier werd goedgekeurd. Ofwel het kind kreeg geen verwijzing naar speciaal onderwijs.

Ouders waren ten einde raad. Je kind in de knel dat doet zeer. Één ding wisten ze zeker: het moest en zou op de huidige school moeten worden opgelost. Hij kreeg veel handige tips mee tijdens een Sociale Vaardigheidstraining (SoVa). In groep 6 werd het over een ander boeg gegooid en werd hij in de klas intellectueel uitgedaagd op de inhoud. Hoogtepunten waren zijn spreekbeurten over de tweede wereldoorlog en over Alfred Nobel. De focus kwam niet meer te liggen op het lezen. De juf wist hem te raken en de strijdbijl werd begraven. Zijn zelfvertrouwen groeide en hij wist dat als hij zijn dromen wilde waarmaken er iets moest veranderen. In groep 8 haalde hij de hoogste CITO-score van de hele school en kreeg hij havo/vwo-advies.

Hobbelwegen in het onderwijssysteem: Voortgezet onderwijs

Vol goede moed begon de puber aan het Technasium. Hij bloeide op bij het vak Onderzoeken & Ontwerpen (O&O) en deed hij het goed bij de bètavakken. Al snel had hij ook dikke onvoldoendes voor Frans en Engels. Aan het eind van het schooljaar had hij de achterstand goed ingelopen. In juni had hij een voorlopig positief advies voor havo-2 gekregen. Als donderslag bij heldere hemel werd in de laatste schoolweken besloten hem niet te bevorderen. Ouders hadden geen begrip over de gang van zaken en dienden een algemene klacht over de uitvoering van dyslexiebeleid en protocol. Er was op de school een dyslexiebeleid, maar iedere docent vulde dit op zijn/haar eigen manier in. De gemaakte afspraken werden niet door alle docenten consequent nagekomen. De school hield voet bij stuk met negatieve argumenten. De directie: “In jaar 2 krijgt hij ook Duits en blijft hij Frans houden”. Ouders: “Ja, maar ook Scheikunde en Natuurkunde. Hij is juist goed in bètavakken. Voor ons is het glas halfvol en voor u halfleeg.” Opnieuw kreeg de puber een dikke knauw door docenten die niet met zijn dyslexie konden omgaan, een directie die bleef hangen in het systeem in plaats van te kijken naar talenten van leerlingen.

De wind mee in het onderwijssysteem: Het Groene Lyceum

Na een zoektocht kwamen de ouders terecht bij Dalton Het Groene Lyceum. Deze vorm van onderwijs is met name geschikt voor leerlingen met hoog werk- en denkniveau en een praktische instelling. Door het voortgezet onderwijs te koppelen aan middelbaar beroepsonderwijs, behalen leerlingen in een versneld traject een startbewijs voor het hbo. Na dit traject hebben leerlingen een volwaardig mavo-diploma en een mbo-4 diploma. Deze school gaf hem een kans. Hij pakte het op, kreeg weer zelfvertrouwen, groeide enorm door de vele projecten en inspirerende docenten. NASK docent Tim werd bijvoorbeeld door hem genomineerd tot meest innovatieve docent van Nederland. Hiervoor maakte hij samen met klasgenoten een filmpje en zette hij een campagne op.

Geen alternatieve tekst opgegeven voor deze afbeelding

Naast de theorievakken en projecten liep hij stage bij Schuberg Philis en van Kortenhof Fietsen. Ze daagden hem uit en liet zien wat hij in huis heeft. In het laatste jaar mocht hij in Den Haag, samen met andere studenten en docenten uit heel Nederland, meedenken in het BurgerschapLab van het Ministerie van OCW. Zijn ideeën mocht hij presenteren aan minister van Engelshoven.

De puber is volwassen en heeft nu op achttienjarige leeftijd zijn mbo-diploma op zak. Hij heeft het zelf allemaal gedaan en is klaar voor de volgende stap, het hbo. In zijn reis kwam hij leerkrachten, docenten en directies tegen die hem niet begrepen of niet met hem om konden gaan, maar gelukkig waren er ook mensen die snapten hoe hij in elkaar zit, hem zelfvertrouwen gaven en motiveerden. Toppers zoals @guidoEskinasi, @greetklinge, @TimvanWaardenburg, @PeterBun, @MirandavanKortenhof en @cocovanRoemburg en in het bijzonder @ingeSpaander, want zij gaf de tip over Het Groene Lyceum.

Goede wegen in het onderwijssysteem: Het Groene Lyceum

Helaas wordt een kind in het huidige schoolsysteem nog vaak alleen maar confronteert met dingen die hij (nog) niet kan en kijkt men niet of nauwelijks naar de talenten van leerlingen. Het Groene Lyceum is een onderwijsconcept dat al een aantal jaar draait met goede resultaten op diverse plaatsen in Nederland. Al jaren zijn er discussies over onderwijsvernieuwingen. Tuurlijk gaan onderwijsvernieuwingen niet altijd goed, maar we zijn ook heel slecht om de geslaagde vernieuwingen te delen en te adopteren. Hoe kan het dat na ruim tien jaar Het Groene Lyceum nog zo klein in Nederland is? Frans van der Sman, Directeur Dalton Het Groene Lyceum Naaldwijk: “Dit zijn de toekomst makers van de toekomst”. En hij heeft gelijk! Op het hbo zitten we te wachten op praktische denkers en doeners! Het Groene Lyceum vult een gat in het onderwijssysteem, een vmbo/mbo-route voor leerlingen met havo/vwo-advies. Waarom zijn er nog zo weinig scholen dit concept oppakken?

Geen groot lezer, wel een groot denker

Een grote lezer of schrijver zal hij waarschijnlijk nooit worden. Hij weet zich te redden en gebruik te maken van zijn krachten. Tijdens zijn diploma-uitreiking werd hij geroemd door zijn manier van denken. Zijn begeleider noemde hem een groot denker. Niet gek, dat hij nu heeft gekozen voor de opleiding Business Innovation bij Avans Hogeschool in Den Bosch. De tijd zal het leren of dit zijn plek is. Mocht dit het toch niet zijn, niet treuren, blijf groots dromen en hard werken want uiteindelijk kom je op jouw plek terecht. #dreambigworkhard

De oplettende lezer heeft het waarschijnlijk al gemerkt. Dit verhaal gaat over @ErikKesselring, mijn zoon. Open uw netwerk voor hem, connect, hij denkt graag met u mee over innovaties. 😉

”Met Vives kunnen we laten zien dat het wél kan”

Marcel Kesselring en Karin Winters vormen nu ruim een jaar samen de hoofdredactie van Vives. Wat hebben zij zelf met onderwijs en ICT en wat drijft hen om dit blad te maken?

Karins eerste baan in het onderwijs was die van ‘medewerker cursistenadministratie’. Al snel zocht ze meer uitdaging. Ze kreeg van haar manager de kans om een open leercentrum op te zetten. “Dat was in 1999 en het was mijn eerste ervaring met ICT in het onderwijs. Ik was direct enthousiast en zag veel mogelijkheden. Internet en e-mail waren in opkomst en ik ontwikkelde een intranet voor de school. Ik wilde docenten warm laten lopen voor het gebruik van computers en internet en maakte een startpagina met links naar voor hen interessante informatie. Verder introduceerde ik e-mail als communicatiemiddel. Dat was toen absoluut nog geen gemeengoed.”

We moeten nog steeds overtuigen

“Ik dacht: als ik er zelf zo enthousiast over ben, is het vast niet moeilijk om anderen voor ICT te interesseren. Je moet er een beetje tijd in steken, maar daarna levert ICT juist veel op. Ik kwam erachter hoe lastig het is om mensen die in een bepaalde routine zitten, daaruit te krijgen. Dat is nu bijna vijftien jaar geleden. Wat me enorm verbaast, is dat we mensen vandaag de dag nog steeds moeten overtuigen van de kracht van ICT in het onderwijs. Dat leerkrachten nog steeds bij het kopieerapparaat staan om toetsen te kopiëren en dat leerlingen nog steeds kruisjes zetten op antwoordbladen. Dat is toch niet te geloven?! “In het basisonderwijs werken steeds meer scholen met digitale lesmethodes”, zegt Marcel. “Maar veel leerkrachten printen de toetsen uit en laten deze op papier invullen. Ze kijken ze na en tikken vervolgens de resultaten over in de digitale omgeving. Dat doen ze daarna nog eens in het leerlingvolgsysteem. Een eenvoudige koppeling tussen lesmethode en leerlingvolgsysteem zou al zoveel tijd schelen. Maar de gemiddelde leerkracht denkt daar niet over na.”

Karin Winters: “Het gat tussen Vives en de wereld waarin ik leef, wil ik helpen dichten”

Een stap terug doen of loslaten?

Karin: “Blijkbaar zijn de mensen die heel vroeg met ICT in het onderwijs aan de slag gingen niet in staat geweest om de meerwaarde duidelijk te maken. Als voorloper moet je nu een stap terug doen om anderen bij de hand te kunnen nemen. En dan nog komen mensen maar langzaam in beweging. Of je laat los en je steekt je energie in de mensen die wel uit hun comfortzone durven te stappen.” Marcel: “Ik herken wat je zegt en ik zie het onderwijsveld inmiddels wel degelijk in beweging komen. Realiseer je dat je continu in de kopgroep zit. De grote massa komt nu op gang. Ik richt me dan inderdaad liever op scholen die laten zien dat ze mee willen in de ontwikkeling. Ik steek graag mijn energie in teams die al in beweging zijn en stappen willen maken. Wil je als docent niet mee bewegen? Dan krijg dadelijk toch een probleem. Het hoeven geen grote stappen te zijn, maar zet in ieder geval die stap voorruit, elke stap is een stap.”

 Aanwezige expertise goed organiseren

“Op het niveau van een school of een stichting, zou ik op dezelfde manier te werk gaan”, zegt Marcel. “Investeer in een kopgroep die laat zien wat je met ICT kan. Zorg ervoor dat zij ambassadeurs worden. Je wilt deze groep een duidelijke opdracht meegeven. Het belangrijkste is dat de groep gaat groeien, dus de leden moeten leren hoe ze collega’s mee kunnen nemen in de ontwikkeling.” “Mijn ervaring is dat het lastig is om een goede kopgroep samen te stellen”, zegt Karin. “Bestuurders of een directeur kunnen wel roepen ‘we gaan iets doen op het vlak van innovatie en ICT’, maar vervolgens kunnen ze intern geen geschikte mensen vinden en wordt er kennis van buitenaf ingevlogen.”

Marcel: “Het opzetten van communities deed ik al in het bedrijfsleven en doe ik sinds vijf jaar ook in het onderwijs. Daar zie ik mensen om de haverklap opnieuw het wiel uitvinden. Dus ik denk dat er genoeg expertise in de scholen aanwezig is, maar dat je het vooral goed moet organiseren. Zodat mensen niet alleen kennis delen bij de koffietafel, maar ook online. Dat vraagt om een gedragsverandering en daar is tijd voor nodig. Daarnaast is een duidelijk gezamenlijk doel belangrijk. Je moet ook weten wat mensen beweegt en is het handig als je de cultuur kent. Toen ik bijvoorbeeld een community onder marketeers op het vlak van voeding moest opzetten, deed ik eerst onderzoek naar wat voor mensen deze marketeers waren. Wat zou hen in beweging kunnen brengen? Het bleken ‘haantjes’ te zijn, competitief ingesteld dus. Bij het opzetten van deze community bleek gamification heel effectief.”

Marcel Kesselring: “Met Vives kunnen we laten zien dat het wél kan”

Het kan anders en slimmer

“Succesverhalen geven mij nieuwe energie”, zegt Karin. “Het is dan ook een prachtige ervaring om hoofdredacteur van Vives te zijn. Het is boeiend en inspirerend. Het laat zien wat er allemaal mogelijk is. Maar het maakt me er ook continu van bewust dat het gat tussen Vives en de wereld waarin ik leef ontzettend groot is. Dat gat wil ik helpen dichten. Ik werk op dit moment onder andere als docent en was tot voor kort ook student aan de master ‘Leren en Innoveren’. Als docent en student kom je veel verbetermogelijkheden tegen. Inmiddels heb ik de opleiding afgerond en ben ik Master of Education. Met de opgedane theoretische kennis en door de uitgevoerde onderzoeken wil ik laten zien welke mooie, innovatieve ontwikkelingen er in het onderwijs mogelijk zijn. Ook de verhalen in Vives laten zien dat het anders en slimmer kan. Dat geeft mij de motivatie om door te gaan. Een jaar geleden ben ik voor mezelf begonnen. Als freelancer help ik scholen om ICT in hun onderwijs te integreren. ICT en onderwijs: ik blijf er heftig in geloven.” “Ik ook”, zegt Marcel. “Er zijn veel goede initiatieven en er is werk aan de winkel. Als ik naar het onderwijs kijk, raakt het mij hoeveel tekort we doen aan de talenten van kinderen. We toetsen kinderen op wat ze niet kunnen. Zo maak je kinderen emotioneel kapot en stimuleer je zeker geen eigen initiatief en creativiteit. En dat is juist wat we keihard nodig hebben in deze maatschappij.”

Niet praten maar doen!

“Het onderwijs draait nu te veel om consumeren. We moeten meer naar produceren en participeren. Daar wil ik een bijdrage aan leveren. Dat doe ik bijvoorbeeld met het initiatief de ‘COschool’. Dat is een netwerk van VO-scholen die communicatie en media stevig verankeren in het curriculum. Niet ‘erbij’ maar echt ‘in’ het systeem. Co-creatie is de basis van deze samenwerking. Dat vraagt om een actieve houding van de deelnemers. Niet blijven praten, maar vooral doen! De komende tijd ga ik de COschool verder uitbouwen. Ook via Vives wil ik mensen in het onderwijs actiever maken. Door ze te inspireren en te motiveren. Door te laten zien dat het wél kan en door de mensen die dat voor elkaar krijgen op een voetstuk te zetten.”


tekst Christie Manintveld

De (Virtual) Reality-bril – Een nieuwe dimensie van leren?

Gaan we een nieuw tijdperk in? Het was 2010 toen de iPad werd gelanceerd. Scholen zijn nu volop bezig met het experimenteren met tablets op school.  Zijn die tablets, het vliegwiel van de onderwijsinnovatie of is dit slechts het begin?

Google Glass

Waarschijnlijk heb je vast al gehoord van Google Glass; dat nieuwe brilletje zonder glazen. De verwachting is tegen het einde van het jaar Google Glass beschikbaar komt op de Nederlandse markt, maar er wordt ook al flink mee geëxperimenteerd. Misschien heb je via Youtube live meegekeken bij de operatie van Marlies Schijven, chirurg aan het AMC in Amsterdam. Zij had toen deze operatie gefilmd met Google Glass. Of misschien heb je al tennisles van Federer gehad en heb je het laatste nieuws van de NOS al op jouw Glass gezien.

Afgelopen week had ik tijdens het IPON event “De Doorbraak” in Breda het genoegen om zelf de bril te ervaren (met dank aan Hans Schuurmans, HEMA Academie). Mijn eerste reactie is dat ik inderdaad best wel mogelijkheden zie voor het bedrijfsleven, waar bijvoorbeeld monteurs via de bril een expert op afstand mee kan laten kijken. Een andere kans ligt er in de zorg, waarin jouw gesprekken met de arts terug te zien zijn vanuit je digitale zorgdossier.

In het onderwijs kan ik me voorstellen dat studenten de les in de klas opnemen met Google Glass en dat op afstand dan andere studenten meekijken. Of dat de docent met de Google Glass op beter kan waarnemen waar studenten met de leerstof mee worstelen. Het leren van nieuwe talen zou weleens op een hele andere manier kunnen gaan gebeuren. De vraag is of je überhaupt nog een taal echt gaat leren, als we allemaal een Google Glass dragen. Deze technologie maakt het ons immers zo makkelijk, omdat de Google Glass in staat is om tekst real-time te vertalen. Kortom, veel mogelijkheden.

Echter denk ik dat het in het onderwijs niet zo’n vaart zal lopen met Google Glass in een traditionele setting van frontaal onderwijs. We gaan als samenleving in eerste instantie al worstelen met ethische vraagstukken, zoals ook omgaan met privacy. Misschien is dit te vergelijken met de opkomst van sociale media. Ook dit ging gepaard met behoorlijke weerstand, omdat daar de discussies vooral gingen over de negatieve effecten van Facebook enTwitter; oftewel digitaal burgerschap en dus niet over het integreren van sociale media in je les.

De Virtual Reality bril ‘Oculus Rift’

Hebben we net de Google Glass gehad, komt er alweer iets nieuws aan: de “Oculus Rift”. Deze virtual reality bril geeft je de mogelijk om een virtuele wereld binnen te stappen. Er wordt een 3D-effect gegenereerd door verschillende beelden te tonen aan elk oog. Om een indruk te krijgen van de Oculus Rift, raad ik je aan om de uitzending van DWDD terug te kijken waar Alexander Klopping een demonstratie geeft met Matthijs van Nieuwkerk als lijdend voorwerp.  

Waar ik verwacht dat er in eerste instantie weerstand zal zijn bij Google Glass, denk ik dat de Oculus Rift” veel sneller wordt geaccepteerd, omdat dit andere mogelijkheden biedt en je abstracte onderwerpen veel aantrekkelijk kunt brengen dan met boeken of tablets.

Biologie met Oculus Rift

Op veel scholen wordt het onderwerp bloedsomloop bij biologie nog steeds bestudeerd vanuit schoolboeken, mogelijk ondersteund met Youtube filmpjes. Maar hoe gaaf zou het zijn om de bloedstroom zelf te ervaren en je mee te laten stromen vanuit de aders naar het hart en door het pompen van het hart je mee te laten voeren door de rest van je lichaam. Je hoeft niet meer naar Corpus voor een reis door je lichaam (wat overigens een absolute aanrader is om heen te gaan!)

Scheikunde met Oculus Rift

In het biologie-prakticum op scholen kunnen leerlingen bloedpreparaten bekijken onder de microscoop, maar wat als je nu wilt weten hoe bloedcellen moleculair zijn opgebouwd? Voor menigeen zijn moleculen een vrij abstract begrip. Het zou toch fantastisch zijn als je op moleculair niveau kan kijken hoe stoffen zijn opgebouwd door te lopen over waterstofbruggen of als watermolecuul de verschillende fasen van ijs, water en stoom te ervaren en te zien wat er dan gebeurt om je heen. Mijn liefde voor biochemie wordt weer aangewakkerd, misschien is wel weer het moment om terug te keren naar mijn roots als biochemicus…

De evolutie in onderwijs gevoed door technologie

Leren doe je bij voorkeur vanuit een maatschappelijke context. Kennis vergaar je uit andere kennis, vaardigheden ontwikkel je door te doen, waarderen van wat je weet en kunt  en dit doe je in dialoog met anderen. Onderwijzen heeft als doel om leerlingen te helpen hoe zij hun kennis op nieuwe manieren kunnen toepassen. In het onderwijs hebben we niet alleen te maken met verschillen in leerstijl en meervoudige intelligenties, tegelijkertijd heeft dus de digitale revolutie grote invloed op de manier waarop wij communiceren, samenwerken, informatie verzamelen en verwerken. Als we kijken naar de mogelijkheden van Google Glass en de Oculus Rift, dan denk ik dat na de tablets deze “brillen” wederom een impuls gaan geven aan de manier waarop we onderwijs inrichten. We gaan niet een nieuw tijdperk in, maar we zitten er midden in. Of kijk ik nu door een roze bril ? 😉

Heb jij nog ideeën voor Google Glass of Oculus Rift in het onderwijs? Vertel het door te reageren op deze blog 😉