Hoe verspillen leerkrachten hun kostbare tijd?

Het nieuwe kabinet zegt dat er op basisscholen verplichte leerlingvolgsystemen met uniforme toetsen komen. Een centrale begintoets in groep 3 en een eindtoets wordt verplicht, zodat de leerwinst objectief kan worden gemeten door de inspectie. Hopelijk wordt er door de inspectie naar de totale ontwikkeling van het kind gekeken en blijft het niet beperkt tot rekenen en taal, maar dat is een andere discussie.

Er is dus niets mis met opbrengstgericht werken, maar hoe gaat dit in de praktijk? En hoe ver staat de politiek van de werkvloer? Waar zouden ze kunnen helpen?

Vanuit een onderwijsvisie bepalen scholen de onderwijsinhoud en hieruit volgen dan ook de lesmethodes voor taal, schrijven, lezen, begrijpend lezen………

De school heeft dus te maken met verschillende methodes van verschillende uitgevers zoals Zwijsen, Malmberg, Thieme-Meulenhoff, Wolters Noordhoff…………

Daarnaast gebruikt de school een leerlingvolgsysteem zoals ESIS, Dotcomschool of Parnassys. Veel scholen zijn nu dus aan het overstappen naar een digitaal web-based leerlingvolgsysteem.

Stel een leerkracht gebruikt een methode (bijvoorbeeld Taal Actief, Veilig Leren Lezen………).

Kinderen worden getoetst door gebruik te maken van een digitale methode toets. Deze digitale toets is dus ontwikkeld door de uitgever. Op veel scholen wordt er trouwens nog steeds gebruik gemaakt van toetsboekjes.

Hoe krijgt een leerkracht nu de leerling-resultaten in een leerlingvolgsysteem?

In het geval van toetsboekjes voert de leerkracht alle resultaten handmatig in de software van de uitgever en vervolgens handmatig in het leerlingvolgsysteem. Stel dit kost een leerkracht 10 minuten per toets, 10 toetsen ofwel ongeveer anderhalf uur per methode. Kostbare tijd gaat verloren aan deze administratieve taak en bij het invoeren van gegevens kunnen fouten ontstaan. In deze tijd hadden zij ook lessen kunnen voorbereiden, leermateriaal kunnen ontwikkelen of extra aandacht aan een kind kunnen geven. Het is dan ook terecht dat leerkrachten niet blij zijn met alle organisatorische rompslomp

Waar ligt het probleem?

Er zijn geen koppelingen of plug-ins tussen de methode software en leerlingvolgsystemen omdat zowel uitgevers of leveranciers leerlingvolgsystemen dit niet aanbieden. Wiens verantwoordelijkheid is dit? Waar ligt de bal?

Onderwijs is onderwijs en gelukkig zijn er enthousiaste leerkrachten die deze koppelingen ontwikkelen, zoals meester Michael. Maar eigenlijk is het toch van de zotte dat we afhankelijk zijn van mensen zoals meester Michael.

Hoe kan het anders?

Kinderen worden digitaal getoetst, de resultaten zijn direct zichtbaar in de software van de methode en kunnen ook rechtstreeks worden ingelezen in het leerlingvolgsysteem. Uitgevers leveren ook de koppelingen met de verschillende leerlingvolgsystemen.

Wat zou het kabinet kunnen doen?

De kostbare tijd van leerkrachten kunnen we beter gebruiken om resultaten te analyseren en op basis hiervan de juiste interventie toepassen om ervoor te zorgen dat het kind zich goed kan blijven ontwikkelen.
Als het kabinet vindt dat scholen verplicht een leerlingvolgsysteem moet hebben en gebruiken. Gaan zij er dan ook ervoor zorgen dat uitgevers en/of ontwikkelaars leerlingvolgsystemen deze koppeling ontwikkelen in plaats van dit overlaten aan scholen en leerkrachten!

Beste mevrouw van Bijsterveldt:

• Leg het probleem niet neer bij scholen, geef leerkracht hun vak terug, verminder administratieve rompslomp want ook dit heeft impact op de kwaliteit van het onderwijs
• Focus niet alleen op controle, geef scholen eigenaarschap en ruimte, maar help ze ook waar nodig!
• Laat scholen dit probleem niet zelf oplossen, spreek uitgevers en onderwijs leveranciers aan op hun verantwoordelijkheid. Neem de regie, ga met uitgevers, leveranciers om de tafel en sluit een overeenkomst

Kom gerust een keer op school kijken, de deur is altijd open!