De overblijfmoeders

Back2School staat ook open voor gastbloggers. Mensen, vanuit onderwijs sector (leerkrachten, beleidsmakers, adviseurs, innovators……..) die hun verhaal kunnen houden over de onderwijs praktijk. Ik stel ze enkele vragen en hun antwoorden worden gepubliceerd in de rubriek “Aan het woord…..”.

Ik heb Anneke van Ooijen leren kennen bij de opleiding “Directeur van Buiten”. Anneke werkt als waarnemend directeur op een basisschool in Noordbrabant. Haar school staat in een krachtwijk en valt onder de categorie “zwarte school”. De school zit in een Spilcentrum. In deze gastblog schrijft Anneke een verhaal uit de praktijk. Anneke is in 2002 als zij-instromer in het onderwijs terecht gekomen. Daarvoor had zij een leidinggevende functie in de verslavingszorg. Na enkele jaren voor de klas Anneke heeft Anneke toch weer voor het leiding geven gekozen.

Vanmorgen om 9.30 staat de conciërge in mijn kantoor. “Anneke, je moet maar even naar boven gaan. Het loopt boven totaal uit de hand.” “Boven” wil zeggen het lokaal waar de overblijfmoeders een cursus volgen.

Als ik de trap oploop, hoor ik de boze stemmen al. Vier moeders staan op de gang. “Ze kan kapot vallen,” schreeuwt een van de moeders. “Degenen die hier niets mee te maken hebben, kunnen terug de klas in of naar buiten gaan. De anderen kunnen op mijn kantoor komen uitleggen wat er aan de hand is, maar er wordt hier niet geschreeuwd en gescholden in de gang,” zeg ik rustig. Twee moeders besluiten om terug de klas in te gaan. De andere twee zijn zo boos dat ze weer beginnen te schreeuwen: “Ja maar, da wijf is hartstikke gek en zij hèt niet tege mij te zeggen da…” enzovoort, enzovoort. Ik zeg nog een keer heel stellig: “Of eruit of op mijn kantoor, aan jullie de keuze. Nogmaals, er zitten hier kinderen in de klassen en ik accepteer het niet als jullie hier staan te schreeuwen en te schelden, dus…” De dames besluiten om even naar buiten te gaan. Ze moeten even roken, letterlijk en figuurlijk stoom afblazen.

Na vijf minuten komen ze mijn kantoor binnen. Vol verwijten naar de docent en heel boos op een overblijfmoeder van een andere school die ook bij de cursus aanwezig was. De docent was die ochtend al chagrijnig binnengekomen. Ze had niet eens goedemorgen gezegd en hoe ze keek! Ze hadden heus wel gezien dat deze dame op hun neer keek. Bah, typisch weer zo’n dame die d’r vooroordeel al weer klaar had over mensen van het kamp. Nou, als zij geen respect had voor hun, hadden zij ook geen respect voor haar! Vervolgens had de lerares ook nog gezegd dat de moeders van deze school haar les vorige week niet serieus hadden genomen! Tjonge, je mag toch zeker wel lachen? En dan d’r bij, die anderen hadden ook mee gelachen, dus er werd weer eens onderscheid gemaakt. Toen had ze ook nog gezegd dat een van de moeders met papiertjes had gegooid. Nou, dat was al helemaal niet waar en als zo’n mens dan ook nog begint te liegen… Vervolgens bemoeide die moeder van die andere school zich er tegenaan en dat ging toch echt te ver. Die hadden ze eens flink de waarheid verteld. En toen had die docent gezegd dat ze moest gaan. Nou, die hadden ze dus ook nog maar eens flink de waarheid gezegd! Als die docent hun iets wilde zeggen, dan moest ze hun maar even apart nemen en het niet zeggen voor de hele groep. En wat ik er nu van vind?

Ik zeg ze dat het misschien wel klopt wat ze zien, maar dat de manier waarop ze er op reageren niet goed is. Ik leg ze nogmaals heel duidelijk uit dat schreeuwen en schelden in de school geen pas geeft, niet voor een ouder, maar zeker niet voor een overblijfouder! “Als het nog een keer gebeurt, wil ik je niet meer hier als overblijfmoeder”. Dat snappen ze. De zakdoeken komen tevoorschijn, ze moeten toch even huilen over zoveel onrechtvaardigheid. Ik spreek met ze af dat ze, als de docent er mee akkoord gaat, terug de les in kunnen en dat we daarna samen gaan praten. Dat vinden ze goed. “Maar je biedt wel eerst je excuus aan,” is mijn eis, “en je houdt het netjes.” Ze stemmen in.

Na de les heb ik een gesprek met de docent en de twee moeders. De moeders bieden keurig hun excuus aan. Daarna doet de docent haar verhaal. Ze had de les vorige week lastig gevonden: er was weinig orde en ze had er niets van durven zeggen. Het had haar de hele week beziggehouden en na overleg met collega-docenten was ze vanmorgen met lood in haar schoenen naar de les gegaan, bang als ze was om alsnog met haar kritiek te komen. Door al die angst was het allemaal nogal bits en stellig overgekomen. Het was absoluut niet haar bedoeling om onderscheid te maken en ze keek al helemaal niet neer op de moeders.
De moeders vertellen dat ze wel meer cursussen hebben gevolgd en dat er wel vaker wordt gelachen. Ze weten ook wel dat ze soms te ver gaan, maar dat kan die mevrouw dan toch gewoon zeggen! Gewoon, hun even apart nemen, niet voor een hele groep! Dat doe je met kinderen toch ook niet!
“Denken jullie dat we weer verder kunnen met elkaar?” vraagt de docent na afloop enigszins bibberend.
“Natuurlijk, het is nou toch uitgepraat?” reageren de moeders.

Volgende week gaan ze weer gewoon naar de les. Ze hebben beloofd dat ze zich zullen gedragen. Lachend lopen ze even later het schoolplein op. De docent geef ik nog maar even een kopje koffie. Ik hoop niet dat ze volgende week ziek is.

Gooi nieuwe directeuren niet in het diepe, leer ze eerst zwemmen!

In mijn vorige blog “Onderwijs moet drempelvrij zijn” schreef ik over mijn plannen om me te laten omscholen tot directeur van een basisschool. In december heb ik de eerste stappen gezet en ben dus met de opleiding “Directeur van Buiten” begonnen. De opleiding is gericht op zij-instromers vanuit het bedrijfsleven en duurt één jaar. Het programma is gericht op concrete handvatten voor de dagelijkse onderwijspraktijk. Een belangrijk onderdeel van de opleiding is praktijkervaring opdoen bij een stageschool. Mijn eerste echte opdracht was dus zoeken naar een stageschool, welke ik gelukkig snel heb gevonden (mede dankzij LinkedIN).

Maar hoe ziet een ideale route richting het directeurschap er nu uit?

Persoonlijk geloof ik in een “meester-gezel” traject waarbij “De Nieuwe Schoolleider” gekoppeld wordt aan een ervaren uittredende directeur.

Meester-Gezel methode is misschien wel de oudste vorm van onderwijs. In vroeger dagen werd een gezel lid van een gilde en begon hij te werken als leerling. Na deze eerste periode (vergelijkbaar met stage) ging hij in de tweede periode van zijn opleiding dan als gezel nauw samenwerken met de meester om het beroep tot in de puntjes te leren. De meester was verplicht al zijn kennis en vaardigheden over te brengen aan de gezel. Na een leerschool van opnieuw enkele jaren mocht de gezel zichzelf meester noemen en zich als meester te vestigen.

Een goede school, stichting heeft personeelsbeleid dat ook is afgestemd op de ontwikkelingen in de maatschappij, zoals de vergrijzing. Men heeft een goed overzicht van leeftijdsopbouw binnen alle lagen van de organisatie, dus weet men ook wanneer directeuren gaan aftreden op basis van leeftijd. In het dreigend tekort van directeuren wordt door besturen vaak bij voorkeur directeuren benoemd uit een eigen kweekvijver, waarin “high potential” leerkrachten vanuit de eigen organisatie worden opgeleid tot directeur. In een kweekvijver traject kan een “meester-gezel” traject prima werken. Echter, het te kort van directeuren kan niet alleen meer opgelost worden door mensen uit een “eigen” kweekvijver. Nee, er zal ook buiten de organisatie muren moeten worden gezocht. Een vacature wordt vaak dus te laat geplaatst, op het moment dat de uittredende directeur al bijna de school voorgoed heeft verlaten. Hierdoor is de kans voor een “meester-gezel” traject voor zij-instromers heel erg klein. In de vacature tekst staat dan vaak een baan voor een fulltime directeur. Als de zij-instromer geluk heeft wordt hij aangenomen. Hij/zij wordt dan gelijk voor de leeuwen gegooid met de kans dat hij/zij dan snel afgebrand is en de school opnieuw een probleem heeft met de personele bezetting . Mijn mening is dat een school/bestuur een afbouwtraject moet hebben voor uittredende directeuren en een opbouwtraject voor de nieuwe schoolleiders (zowel van buiten als van binnen). Een uittredende directeur kan dan langzaam in één schooljaar zijn carrière afbouwen door bijvoorbeeld steeds minder te gaan werken. De tijd die dan vrij komt kan dan gebruikt worden voor de nieuwe schoolleider die daardoor langzaam in het vak kan groeien en nog gebruik kan maken van de kennis en expertise van zijn voorganger. Na één schooljaar wordt het stokje pas volledig overgedragen aan de nieuwe schoolleider. Eigenlijk is er dus voor het overgangsschooljaar sprake van een duobaan van de nieuwe schoolleider en de uittredende schoolleider.

Gooi nieuwe directeuren niet in het diepe, leer ze eerst zwemmen!

Zwemdiploma A = Stage (schooljaar 1)
Zwemdiploma B = Meester-gezel / Duo baan (schooljaar 2)

Onderwijs moet drempelvrij worden

De woorden “Ja, maar…….” heb ik het afgelopen jaar vaak gehoord en gelezen als het over het onderwijs gaat en mijn reis “Back2School”. Het begon met het programma “De School van Prem”. Het programma draaide om de CITO Toets en de opgelopen leerachterstanden van leerlingen. Prem Radhakishun ging de discussie aan met zijn stelling “Een leerachterstand is een wanprestatie van de school”. Nog voor de eerste uitzending kreeg Prem veel kritiek vanuit het onderwijsveld en schoot men in de verdediging. Ja, maar………

In november komt Onderwijsraad met een advies waarin ze zes manieren beschrijven om het doelmatigheidsbesef binnen scholen te vergroten, met name het onderwerp “Tijdschrijven” wordt er uitgelicht. Ook hier weer felle reacties op diverse kanalen lees bijvoorbeeld de opinie van Ferry Haan (Opinie Volkskrant) of de reactie van Beter Onderwijs Nederland. Ja, maar de school is geen bedrijf…….ja, maar…..

En dan start “De OnderwijsAgenda” met de vraag aan iedereen: “Wat zijn de grootste problemen in het Nederlandse onderwijs?”. Deze website wordt per direct de klaagmuur of de schandpaal van het onderwijs. Wat gebeurd er? Leraren schieten gelijk weer in de verdediging en in de slachtoffer rol zoals te lezen in deze reactie:

“Natuurlijk, geef de leraren maar weer de schuld. Niet gehinderd door enige kennis van zaken walsen deze nep-deskundigen over de feitelijke oorzaak van de malaise in het onderwijs heen. De Nederlandse leraar ‘geeft te weinig les’ (maar liefst 25% meer lesuren dan in vergelijkbare Europese landen aan gemiddeld 30% grotere klassen), ‘heeft te weinig vakkennis’ (dat moet je niet de leraar aanrekenen maar degene die hem aanstelt) en wordt voor ieders politieke karretje gespannen (hoogbegaafden, moeilijk lerende en gehandicapte kinderen, multiculti-toestanden) en mag het allemaal zelf uitzoeken onder bedreiging van POP en PAP en een eeuwig pover salaris (hoe hoger opgeleid, hoe minder marktconform)”.

De vele stuurlui aan wal roepen hard dat het allemaal niet goed is en dat het anders kan en de bemanning kruipt in de slachtoffer rol. Drempels, drempels en drempels…….Kortom, het lijkt een negatieve spiraal te worden met veel weerstand, waarin alleen maar wordt gesproken over de problemen in plaats van oplossingen. Je zou er moe van worden, of niet? Hoe zou een drempelvrij onderwijs eruit zien?

Ik denk dat we allemaal best wel weten hoe we ervoor staan met het onderwijs in Nederland, dus laten we stoppen met “Ja, maar………” en laten we beginnen met “Yes, we can!”

Dan denk ik ook gelijk aan Marc Lammers, die tijdens “De Onderwijsdagen” vol passie een geweldig inspirerend verhaal vertelde over hoe je de allerbeste wordt. Een zesjescultuur is niet voldoende, ga dus niet werken aan de onvoldoendes, maar richt je uitsluitend op die acht: dat moet een tien worden. Hoe worden we winnaars? Winnaars hebben een plan, verliezers een excuus. Winnaar zeggen mogelijk, verliezers zeggen moeilijk. Winnaars laten iets gebeuren, verliezers wachten tot er iets gebeurd.

Dat klinkt toch meer als “Yes, we can!””

En dan denk ik terug aan de TeachMeet PO, waar Lex Hupe het podium opstapte met een hele simpele boodschap voor allen: “Ik start een actie om kinderen in het zonnetje te zetten. Elk kind mag zijn zon laten stralen in de wereld! Daarom verdienen ze een 10, ook al hebben ze er niet eerst iets voor moeten “doen”. Hoe werkt het? Ik kom langs op school met m’n camera. Een kind dat het leuk vindt, mag plaatsnemen achter de “10″ en ik vraag waarom hij/zij een 10 verdient. Het filmpje zet ik dan op Internet.”Dat klinkt toch ook als “Yes, we can!”.

En jij dan Marcel?

Ja, ik heb een plan! Afgelopen jaar heb ik goed gebruikt om me breed te oriënteren op het onderwijs, maar wat zijn onderwijsmensen goed in het bouwen van muren, verhogen van drempels en beren op de weg te zetten en eigenlijk word ik daar alleen maar gemotiveerder van. Telkens als ik een stap richting onderwijs ging stapje voor stapje kwam ik steeds dichter bij mijn doel. Er kwamen kansen voorbij om als een missionaris langs scholen te gaan en te vertellen hoe het anders zou kunnen. Maar wie ben ik? Ook weer zo’n stuurman aan wal zonder praktijkervaring die het allemaal wel even zou vertellen hoe het anders kan. Nee, ik ga het anders doen en heb besloten om met mijn voeten in de aarde te gaan staan in het onderwijsveld. Niet praten en adviseren maar DOEN!

Ja, ik ben met de opleiding “Directeur van Buiten” gestart om me te laten omscholen tot directeur van een basisschool – “De Nieuwe Schoolleider”.

Mijn reis “Back2School” zal ook in 2010 verder gaan. In deze blog kun je dus ook de reisverslagen van “De Nieuwe Schoolleider”.

Tot volgend jaar! YES, WE CAN!

Tonight I’m gonna have myself a real good time
I feel alive and the world it’s turning inside out Yeah!
I’m floating around in ecstasy
So don’t stop me now don’t stop me
‘Cause I’m having a good time having a good time

BRON: Queen, Don’t Stop me now