De directeur van de toekomst?

In de Nota “Werken in het onderwijs”” staat: “Goede directeuren en schoolleiders zijn van groot belang voor een professionele school. Zij spelen een centrale rol bij het personeelsbeleid op een school. Zij moeten zorgen voor een omgeving waarin docenten optimaal tot hun recht kunnen komen. Scholen in het primair onderwijs hebben de laatste jaren nogal moeite om vacatures voor
directiepersoneel te vervullen.”

De taken van de schoolleider / directeur in het primair onderwijs van nu zijn ook niet meer te vergelijken met die van ‘het schoolhoofd’ van vroeger. Het beroep van schoolleider / directeur is in de loop van jaren veranderd en complexer geworden en vraagt dus om andere competenties van schoolleiders. Er zijn momenteel twee stromingen binnen onderwijswereld om het directeuren te kort op te vangen. De eerste stroming zegt dat een schoolleider een onderwijskundige achtergrond moet hebben en dus krijt aan zijn handen moet hebben. Een tweede stroming zegt dat een schoolleider management en leidinggevende capaciteiten moet hebben. Vanuit de 1e stroming komen dus waarschijnlijk leerkrachten die zich laten upgraden als directeur door bijscholing. De vraag is dan natuurlijk of zij ook beschikken over management vaardigheden. De 2de stroming bied dus mogelijkheden voor mensen met leidinggevende ervaring buiten het onderwijs om directeur in het basisonderwijs te worden. Het nadeel is dat deze mensen geen krijt aan handen hebben gehad en dus de praktijkervaring voor de staan klas missen. Hierbij wil ik graag een vergelijking maken met het voetbal met de vraag of iedere goede voetballer ook een goede coach is? Gullit was een geweldige speler maar hij is gigantisch gezakt als coach. Leo Beenhakker kwam zelf niet verder als voetballer dan amateur bij Zwart Wit ’28 of Xerxes maar is wel een van de meest succesvolle trainers van Nederland. Als Leo nooit de kans had gekregen dan had Trinidad en Tobago nooit deel genomen aan een wereldkampioenschap bijvoorbeeld

Stel, je hebt management en leidinggevende ervaring buiten het onderwijs, werkt niet in onderwijs maar voel je enorm betrokken bij onderwijs en opvoeding aan kinderen en je wilt directeur van een basisschool worden. Je vind dit een belangrijke switch in je carriere en neemt het vak “directeur basisschool” zeer serieus en vind het belangrijk dat je een goede basis hebt binnen de “nieuwe” functie alvorens te gaan solliciteren bij een bassisschool, dus kies je voor kwaliteit en voor een opleiding die geregistreerd is bij NSA (Nederlandse Schoolleiders Academi).

Je zoekt op internet naar opleidingen voor directeur primair onderwijs en vind een grote warboel aan opleidingen. Veel van deze zijn gericht op mensen die al in het onderwijs werken (vaak dus de leerkracht) en je vind enkele opleidingen voor zij-instromers. Ook hier zit een behoorlijk verschil tussen opleidingen. Er zijn er van 5 dagen (kosten rond 3000 Euro) en een volledige opleiding met doorlooptijd van een jaar, compleet met werkstukken en stage. (kosten rond 7000 Euro).

Zoals ik al schreef, je kiest voor een gedegen opleiding inclusief werkstukken en stage en vind dit een goede investering in tijd om je goed voor te bereiden op het directeurschap maar nu komt het vreemde aan dit verhaal.

Als je leerkracht bent en wilt doorgroeien naar directeurschap dan krijg je de opleiding volledig vergoed door de school waar je werkt want als gevolg van lumpsum krijgt de school geld welke ze kunnen gebruiken voor scholing medewerkers, dit betekent dat het de “nieuwe” directeur van de 1e stroming zelf geen geld kost maar als je “niet” werkzaam bent binnen school /onderwijs dan kun je nergens aankloppen en heb je geen recht op enige vorm van vergoeding. Dit betekent dat de drempel voor de 2de stroming veel hoger is dan voor de 1ste stroming. Je moet dus wel heel erg gemotiveerd zijn om deze stap te gaan maken want wie heeft er in tijden van crisis zo een paar duizend euro op de plank liggen? Deze “nieuwe” directeuren van de 2de stroming vallen dus tussen wal en schip voor wat betreft vergoeding voor opleiding. Ondertussen wordt er vanuit de overheid geroepen dat er meer behoefte is van instroming vanuit bedrijfsleven om het te kort aan directeuren op te vangen maar er is een verschil tussen roepen en doen.

De school van de toekomst gaat die geleid worden door Leo Beenhakker of door Ruud Gullit?

O ja Leo Beenhakker werd als trainer 3x kampioen van Nederlands, 3x kampioen van Spanje en won 1x supercup in Nederland en 1x de Spaanse beker.

PS: Sponsors voor Leo zijn natuurlijk altijd welkom ;-)

NOTE: Excuses voor de spelfouten, een blog is een snel medium en deze blog kwam uit het hart en was iets te snel geschreven, maar hopelijk is de essentie overgekomen :-)

4 comments november 8, 2009

Wat betekent “Het Nieuwe Werken” in het onderwijs? voor de leerling? de school? de leerkracht?

Is “Het Nieuwe Werken” is een modewoord, net zoals we nu alles 2.0 noemen? Ambtenaar2.0, Werken2.0, Adviseur2.0, Bibliotheek2.0, Onderwijs2.0……..

Het Nieuwe Werken is een term die nu door partijen als Microsoft flink wordt gepusht. Volgens Microsoft vraagt “Het Nieuwe Werken” om een flexibel technologisch platform, inspiratie, een flexibele organisatie en een cultuuromslag.

Er is een ware hype ontstaan over Het Nieuwe Werken. Zo ontstaan er verschillende communities omtrent het nieuwe werken, zijn er verschillende nieuwe werken events en springen adviesbureaus hierop in met een diversiteit aan modellen.

Maar wat is nu eigenlijk “Het Nieuwe”? Persoonlijk word ik een beetje moe van die “HNW” (Het Nieuwe Werken) experts die allemaal veel praten over wat Het Nieuwe Werken is, zoekend naar een definitie. Krijg hier een beetje een déjà vu-gevoel van, toen eind jaren negentig kennismanagement hot was. Allemaal kennismanagement experts, die allemaal zochten naar de definitie ervan, wat kennismanagement is, kennis? “tacit” knowledge?……..…toen dacht ik al: “jongens zoek het lekker uit, ik hoor het wel wat jullie onder kennismanagement verstaan, ik ga het gewoon doen”.

O ja HNW, ik werk al jaren anytime, anyplace, anywhere. Dit begon voor mij al in mijn Unilever tijd begin van deze eeuw. Ik kwam wel op kantoor in Rotterdam, maar mijn directe collega’s en mijn lijnmanager zaten in Londen en mijn interne klanten zaten overal in de wereld. Dit betekende dat ik om de week een dag of meerdere dagen in Londen was, stapte net zo makkelijk in het vliegtuig als in de trein. Soms was ik sneller in Londen dan met de auto naar Amsterdam. Regelmatig zat ik ’s avonds in een telefoon conference met New York. Communiceren gebeurde via telefoon, mail, MS communicator, online communities…….Eigenlijk groeide ik langzaam in het nieuwe werken en dat beviel prima, zeker als je thuis 2 kleine kinderen hebt. Na mijn besluit om Unilever te verlaten en op reis te gaan “Back2School” ben ik gaan werken bij Proven Partners en ook hier was “Het Nieuwe Werken” niet nieuw. Collega’s ontmoet ik één keer per maand, spreek ik regelmatig per telefoon of bij klant en gebruiken we naast alle social media sites, yammer als digitale koffiecorner. Waar is jullie kantoor? Goh wat een mooi gebouw, Zurichtoren Den Haag. O sorry, maar dat is slecht ons postadres, we hebben nl. geen kantoor. Het Nieuwe Werken is dus eigenlijk een verschuiving naar een andere en meer flexibele manier van werken.

Heb je een “9 to 5” baan en denk je dit is wel allemaal ver van mijn bed? Sorry maar wordt snel wakker! Het bedrijfsleven neemt het heel serieus. De Rabobank gaat de komende zes jaar het nieuwe werken invoeren. Ben je niet blij als Rabobank medewerker met deze nieuwe methode dan wordt je dringend verzocht het pand te verlaten voor 2015. Het bedrijfsleven maakt zich op voor “Het Nieuwe Werken” en het onderwijs?

Waar ik vooral in geïnteresseerd in ben is de vraag: “Wat betekent Het Nieuwe Werken voor het onderwijs, de school, de leerkracht en de leerlingen……?”

Tijdens mijn gastcollege “van 9 to 5 naar Het Nieuwe Werken”“op de Haagse Hogeschool sprak ik met studenten over dit onderwerp. Als kapstok gebruikte ik verschillende invalshoeken: de mens (de leerkracht, de leerling, de directeur), de organisatie (de school, de klas), de virtuele omgeving (het intranet, internet, de ELO) en de fysieke omgeving (het schoolgebouw).
HNW Kompas

De discussie begon over lestijden. Kinderen op de basisschool kennen geen 9 tot 5 maar 9 tot 3 en daarna zijn ze vrij en gaan ze leuke dingen doen, spelen, sporten……Waarom begint het “leuke” pas na 3? Een werkdag voor een kind is dus van 9 tot 3, blijkbaar. Dit doen we al jaren, maar sluit dit dadelijk nog aan bij de manier zoals ze dadelijk ook gaan werken. Hoe zou een dag in het leven van een kind eruit kunnen te zien? Opstaan, ontbijt, naar school (de ontmoetingsplek), taalles (natuurlijk gebruik maken van ICT leermiddelen), naar sporttraining, rekenles, buiten spelen, project samen met andere organisaties (denk hierbij aan thuiszorg, middenstand……..), naar huis, online huiswerk (juf is online bereikbaar)………..Een dag kan er dus anders uit gaan zien, de grenzen tussen school en maatschappij gaan verder vervagen.

Wat betekent dit voor de leerkracht? Hierbij kun je denken aan meer specialisaties, niet zo ver doorgevoerd als in het VO maar wel meer dan nu. Het geven van taal en rekenonderwijs is voor mij een voorbeeld van specialisme. Ik ben ervan van overtuigd dat de kwaliteit in het taal en rekenonderwijs hierdoor omhoog kan gaan. Leerkrachten die goed zijn in reken en taalonderwijs kunnen zich dan veel beter ontwikkelen door de focus die dan wordt aangebracht. Nu wordt er alleen specialisme toegepast als een kind buiten de boot dreigt te vallen, dan krijgt een kind remedial teaching. Sommige leerkrachten zijn een kei om thema’s van de grond te krijgen en kinderen te enthousiasmeren en mee te nemen in een proces en project matig denken. Waarom gebeurd dit nu veel op klasse niveau? Als ouder hoop je dat je de beste leerkracht heb, maar tref nu een iets minder creatieve leerkracht dan zit je wel daar het hele jaar mee opgescheept en heb je geen keuze.

De virtuele omgeving? Er zijn meerdere manieren om te communiceren, om in contact te komen met anderen, kennis te vergaren dan alleen naar school te gaan en in de klas te zitten. Nu gaan kinderen ook al op hyves na schooltijd, de ELO wordt gebruikt binnen schooltijd. De virtuele omgeving zou een prima plek zijn om al deze platformen te integreren en te koppelen aan elkaar. Kinderen zouden dus niet alleen lid kunnen zijn van een fysieke school in de buurt maar ook van een virtuele school, welke dan naadloos aansluit op de school in de buurt. De school in de buurt is dan eigenlijk niets anders dan de ontmoetingsplek. Ongetwijfeld sta ik ver van de huidige realiteit maar graag wil ik mensen en organisaties aan het denken zetten over het feit dat er een verschuiving aan het plaatsvinden is en dat men gaat nadenken wat dit voor hen zou kunnen betekenen.

Voor mij gevoel zitten we nu op een breekpunt in de samenleving waar oude waarden opnieuw herijkt gaan worden. Het Nieuwe Werken komt er niet aan, nee het is er al! Iedereen gaat in zijn eigen tempo hier naar toe, de één sneller dan de ander, de ene organisatie sneller dan de ander, de ene branche sneller dan de ander. Een mooi initiatief in het onderwijs is bijvoorbeeld De Sterrenschool, een nieuw denkconcept voor het primair onderwijs. In het bedrijfsleven vind ik de manier van denken van KPN wel heel sprekend (bekijk de film over de visie van KPN op HNW). Het is een andere kijk op de wereld, een andere mindset.

Ik zeg niet dat alles zo moet gaan veranderen maar voor mij is wel duidelijk dat bedrijfsleven en onderwijs beter op elkaar moeten aansluiten, juist omdat grenzen aan het vervagen zijn en dat er vanuit de verschillende hoeken moet worden nagedacht over de verschuiving naar een andere en meer flexibele manier van werken en onderwijs.

Add comment oktober 14, 2009

Voor de klas: Gastcollege “van 9 to 5 naar Het Nieuwe Werken”

Vanuit mijn netwerk werd ik geattendeerd op een oproep van de Haagse Hogeschool voor gastsprekers. Deeltijd studenten Communicatie & Multimedia Design hebben de opdracht gekregen om Het Nieuwe Werken, of het werken in 2019, te visualiseren. In dit kader zocht men sprekers die aangeven waar zij mee bezig zijn en wat de veranderingen zijn of worden.

Dit leek mij een leuke mogelijkheid voor mij om me in te leven in het vak docent. Hoe het is om voor een klas te staan en te praten vanuit mijn eigen expertise en ervaringen, dus maar contact gezocht met de betreffende leerkracht.

De voorbereiding
Eerst maar even via LinkedIn een afspraak gemaakt met de leerkracht om te kijken wat hij nu precies verwacht zodat ik mijn verhaal kan afstemmen op zijn verwachtingen. Binnen een paar dagen zaten we samen aan tafel om te praten over het onderwerp “Het Nieuwe Werken”. Al snel was ik er al uit en besloot ik het gastcollege te gaan doen. Okay, ik had ja gezegd en ging ervan uit dat ik een paar slides zou hergebruiken en snel mijn verhaal had. Oeps dat viel toch even tegen, want wat wilde ik nu uit de groep halen en bereiken Wat is het gewenste resultaat? Ik kan kennis overbrengen en vertellen wat ik onder Het Nieuwe Werken versta maar ja dan kom je in de theoretische discussie (die al veel op het internet wordt gevoerd) maar dat kunnen ze ook gewoon van het internet af halen. Ik heb hier een paar dagen meegelopen, wat wil ik bij ze bereiken? En de tijd begon te dringen, ik had dus weer te snel ja gezegd. Toen draaide ik het om “Wat zou ik willen leren als ik in hun schoenen sta?”. Hun opdracht is het visualiseren van het nieuwe werken van 2019. Prima, dan kan ik ze toch inspireren en hun meenemen in een visie of samen praten over een visie. Wat betekent Het Nieuwe Werken voor de verschillende sectoren en beroepen. Maar dat is leuk, dan vertel ik alleen hoe ik nu werk en ga dit koppelen aan mijn eigen reis “Back2School” en aan mijn visie ontwikkeling op onderwijs. Okay, het geraamte staat voor de presentatie, nu nog de inhoud, wat foto’s en wat leuke filmpjes en dan online zetten met slideshare. Zelf wil ik ook een backchannel opzetten om twitterazzi ook te laten deelnemen aan de discussie. Mijn doel is dat ik de studenten moet blijven boeien ook in 2.0 wereld, de uitdaging dus om voor het college al toegang te geven tot de presentatie, ze te laten twitteren, MSN, bloggen…..in de klas en ze toch te blijven boeien. Als ze na een uur nog in de klas zitten, en geïnspireerd worden door het verhaal dan is mijn doel bereikt.

Het college
Maandagavond. Ik stap voor het eerst sinds 15 jaar weer een hogeschool binnen. In tegenstelling met mijn ervaring in basisonderwijs is er bij de hogeschool wel wat gebeurd de afgelopen 15 jaar. De school lijkt al veel meer de ontmoetingsplek dan alleen de plek waar les wordt gegeven. Toen naar het lokaal. Okay, stoeltjes, tafeltjes in een rij, dus toch niet veel veranderd. Nu laptop aansluiten, geluid testen, even twitteren dat ik er ben. Laat ze maar komen. Langzaam druppelen de studenten binnen, gaan achter tafel zitten, sommige pakken een boek, 1 student pakt laptop (? wat weinig), een ander zit te SMS of hyven met mobiel. Vraag student: “Vind je het erg als ik twitter?”. Nee hoor, als ik je niet kan boeien, ga lekker iets voor jezelf doen of loop lekker weg. Ik begin met een filmpje van een klein meisje dat zingt over “9 to 5”. De tegenstelling in dit filmpje spreekt mij aan. Een meisje van 7-8 jaar zingt op YouTube (haar tijd) over “9 to 5” (het oude werken). De vraag is dus ook: “Gaat dit meisje echt ooit 9 to 5 werken? Vervolgens, begin ik met vertellen waar ik gewerkt hebt en hoe het nieuwe werken mij bij erop natuurlijke manier is ingeslopen als gevolg van een internationale baan, vertel dus over de lokaties en het feit dat ik nu geen kantoor heb en vertel vervolgens over hoe ik werk, welke tools ik gebruik maar dus niets over wat ik doe. De afgelopen week heb ik mijn kinderen gevraagd of zij dit misschien kunnen vertellen. Goede poging maar pappa schijnt iets met computers te doen en zijn kantoor is zijn werkauto. Okay, ik ben adviseur en ondertussen reiziger “Back2School”. Mijn reisverslag is te lezen op deze blog ;-) . De discussie eindigt vandaag met stof tot denken voor de studenten en ook voor mij over de impact van het nieuwe werken op het basisonderwijs, maar hier wil ik een aparte blog over gaan schrijven. Einde les, studenten nog in lokaal. Dus missie geslaagd!

Ook gezien de reacties na afloop via twitter, LinkedIn:

“Je college was heel nuttig voor de groep waar ik in zit, heeft wat muntjes doen vallen!”
“Mooi gastcollege gisterenavond: Het onderwijs kan wel wat frisse moed gebruiken, succes!”

De ervaring is mij uitstekend bevallen en zou ik zeker nog wel een keer willen doen. Hierbij alvast de presentatie, het gaat tenslotte om hoe het verhaal verteld wordt ;-)

PS: waar ik wel een beetje van baal is het dat ik niet kan presenteren en een backchannel voeden 

4 comments september 30, 2009

Lifehacking in het onderwijs

Back2School staat ook open voor gastbloggers. Mensen, vanuit onderwijs sector (leerkrachten, beleidsmakers, adviseurs, innovators……..) die hun pleidooi kunnen houden voor of tegen het onderwijs. Ik stel ze enkele vragen en hun antwoorden worden gepubliceerd in de rubriek “Aan het woord…..”.

FrederickVanGyselIk ben benaderd door Frederick van Gysel met het verzoek een blog te publiceren over Lifehacking in het onderwijs. Frederick studeerde in februari van dit jaar af als leerkracht Nederlands, geschiedenis en aardrijkskunde en is nu werkzaam in het Dominiek Savio Instituut in Gits, Vlaanderen.

Je wil ons graag iets vertellen over “Lifehacking in het onderwijs”, verklaar je nader?

Mijn eindwerk heb ik al een hele tijd geleden ingediend, Workflow en lifehacking in het secundair onderwijs. Lifehacking omvat alle hints, tips en trucs om dingen sneller te doen, beter te organiseren en alledaagse problemen op slimme, misschien niet zo voor de hand liggende manieren op te lossen. Mijn eindwerk was echter meer dan zomaar een opsomming van trucjes voor leerkrachten. Die lifehacks werden ingebed in een vloed van informatie over planlast, werkdruk in het onderwijs, over creativiteit en organisatie, enzovoort. “Big deal,” hoor ik je denken, “er is al zoveel geschreven over planlast.”

Sorry maar wat versta je onder planlast en wat betekent dat nu voor jou?

Planlast, kort, is al het papierwerk dat de schoolorganisatie met zich meebrengt. Planlast ontstaat wanneer de schriftelijke neerslag niet meer functioneel is en wordt ervaren als het louter vastleggen van ‘bewijsstukken’. Er is al veel over geschreven, maar echte oplossingen op individueel niveau worden nauwelijks aangereikt. Zulke oplossingen vind je nu op www.lifehackinginhetonderwijs.be, de online versie van mijn eindwerk. Leerkrachten die bereid zijn om hun eigen workflow in vraag te stellen, te verbeteren of helemaal te veranderen, die vinden er, onder andere, een volledige uitleg over de Getting Things Done-methode van David Allen, speciaal herwerkt voor leerkrachten.

Wat is de Getting Things Done methode voor leerkrachten?

De GTD-methode is een ondertussen wereldberoemde methodiek die vooral in de privésector, in zowel grote als kleine bedrijven, meer en meer aanhang vindt, een feilloos systeem dat toelaat dat je, ondanks hopen werk, je geest vrij kunt houden en vrij van stress kunt werken. Een ongewoon onderwerp voor een eindwerk in de lerarenopleiding, maar toch, er bleek heel wat interesse voor te bestaan.
Het maken ervan heeft me heel wat tijd en moeite gekost, wat normaal is voor het maken van een eindwerk, maar gelukkig kon ik rekenen op de welwillende medewerking van heel wat leerkrachten. Uit de gesprekken die ik met hen voerde, kon ik besluiten dat de combinaties van organisatiemiddelen en de toepassingen daarvan legio zijn. Iedereen werkt en organiseert zichzelf op een andere manier. Om organisatiesystemen op te bouwen, vertrekken mensen namelijk vanuit een bepaalde visie. Sommigen vinden gebruiksgemak belangrijk, anderen willen dat hun systeem extreem betrouwbaar is, nog anderen hebben er nog niet zo veel over nagedacht. Sommige leerkrachten beschouwen zichzelf als heel goed georganiseerd, maar hebben in de vakanties bijvoorbeeld helemaal geen nood aan een organisatie-instrument als een agenda. Daar is op zich geen bezwaar tegen, maar zo’n systeem lijkt voor anderen dan weer ondenkbaar. Bij de meeste mensen zijn die systemen gegroeid uit denk- en handelspatronen waar ze al heel hun leven mee vertrouwd zijn, in plaats van uit beredeneerde organisatieschema’s. Die systemen werden dan in de loop van de jaren aangepast aan de veranderende eisen van hun omgeving, maar dat maakt het nog geen ‘goede’, allesomvattende, sluitende methodieken.

In de afgelopen decennia wordt van werknemers, niet alleen van leerkrachten, steeds vaker verwacht dat ze meer taken op zich nemen. Gewoon taken uitvoeren is een zeldzaam iets geworden. In tijden waarin computers leerkrachten de mogelijkheid bieden om planlast de kop in te drukken, wordt zelforganisatie, niet alleen ver weg van, maar ook voor de computer, steeds belangrijker. Zulke zaken worden echter nauwelijks aangeleerd. In de lerarenopleiding kreeg ik weliswaar een goed idee van met welk administratief werk ik geconfronteerd zal worden, maar nergens, ook niet in het secundair onderwijs, heb ik geleerd hoe ik mezelf moet organiseren, hoe ik mijn agenda moet gebruiken om te plannen, hoe ik een archief maak, enzovoort. Een schoolagenda in het secundair onderwijs wordt bijvoorbeeld niet echt als een planinstrument gebruikt, maar eerder als een verslag-/verzamelinstrument. Toch wordt van iedereen verwacht dat ze kunnen plannen. Meestal wordt er pas gestructureerd lesgegeven over ‘hoe het moet’ wanneer de examens eraan komen of wanneer bepaalde leerlingen leermoeilijkheden hebben. Vaak beperkt zich dat dan tot het opstellen van een blokrooster. Iedereen redt zich nu wel, of dat lijkt toch zo, maar toch moet iedereen zelf uitdokteren hoe ze bijvoorbeeld het best een agenda gebruiken of hoe ze hun papierwerk moeten organiseren. Dat is echter allesbehalve vanzelfsprekend, als je het goed wil doen.

Je spreekt over “zelf organiseren” maar hoe verhoud dit dan tot timemanagement?

Jezelf organiseren heeft alles te maken met timemanagement. De meeste mensen proberen te werken volgens het principe ‘zoveel mogelijk gedaan krijgen met zo weinig mogelijk moeite’, i.e. in zo weinig mogelijk tijd. Om dat te doen, moet je plannen. Misschien is het wel een goede zaak dat er zoveel verschillende manieren zijn om te plannen. Iedere leerkracht kan zo een systeem uitbouwen dat perfect aansluit bij diens levensstijl. Individuele authenticiteit wordt niet alleen in het onderwijs, maar in heel onze maatschappij hoog in het vaandel gedragen. Toch geven alle geïnterviewden toe dat hun systeem niet sluitend is. Er kan altijd nog iets verbeterd worden.

Wat moet er volgens jou nu gebeuren? Moet er een vak “Lifehacking” komen in lerarenopleiding? of in VO onderwijs?

Een verplicht organisatiesysteem zou niet in goede aarde vallen. Er worden al zoveel eisen gesteld aan leerkrachten en vernieuwingsgezindheid is niet overal gemeengoed. Je kunt niemand dwingen om iets op een bepaalde manier te doen, maar het is wel degelijk belangrijk, vind ik, om na te denken over hoe je jezelf het best kunt organiseren, met of zonder computer. Het kan dus zeker geen kwaad om eens na te denken over je eigen organisatie en open te staan voor nieuwe ideeën. De GTD-methode kan daar als leidraad voor dienen. Bijna alle elementen die daarin aan bod komen, werden door de geïnterviewde leerkrachten vermeld, maar geen enkele leerkracht gaf te kennen een sluitend systeem te hebben om al die elementen aan elkaar te linken. Een vak ‘Lifehacking’ lijkt me geen goed idee. Een site voor geïnteresseerde leerkrachten die ervoor open staan, dat leek me wel een goed idee. Ik ben wel al een paar keer uitgenodigd om er hier en daar een woordje uitleg of een workshop over te geven, maar voorlopig houd ik de boot af. Het schooljaar is net begonnen – mijn eerste opdracht in het onderwijs – en daardoor heb ik het nu redelijk druk. Er moet zoveel gebeuren in die eerste weken.Voor het eerst word ik nu echt geconfronteerd met planlast, maar ik vind dat ik het er goed vanaf breng, vooral dankzij die Getting Things Done methode, denk ik. Werkdruk is er altijd, maar nu heb ik alles onder controle, zonder al te veel stress.

Je hebt de lifehacks op je website gezet, heb je al veel feedback of lifehacks van leerkrachten gekregen?

Behalve een klein aantal e-mails heb ik nog niet veel feedback en lifehacks van leerkrachten gekregen. De site staat dan ook nog niet zo lang online en voorlopig kunnen er nog geen reacties bij de blogteksten geplaatst worden. Een puur technisch probleem hoor, maar voorlopig heb ik nog lifehacks genoeg. De lifehacks op www.lifehackinginhetonderwijs.be zijn eigenlijk niet-noodzakelijke aanvullingen op de GTD-methode, maar wanneer je ze toepast, kunnen ze een wereld van verschil betekenen. Elke week mag je je verwachten aan nieuwe tips, hints en trucs om het jezelf gemakkelijker te maken. Bij deze nodig ik dan ook iedereen uit om zelf ook lifehacks door te sturen (funkyfre@gmail.com). Feedback is uiteraard altijd welkom.

Frederick bedankt!

Heb je vragen over “Lifehacking in het Onderwijs”, plaats een reactie en Frederick zal ze beantwoorden.

Add comment september 17, 2009

Ontmoetingen van de reiziger in het onderwijs

Als reiziger “Back2School” ontmoet ik leuke, interessante mensen met een passie voor het onderwijs. Dagelijks heb ik via twitter contact met verschillende twitteraars, zoals @karinwinters, @DieterM, @EdduB , @siavogel, @trendmatcher, @dirkpaul, @florinablokland, @ellenelemans, @jeroenbottema, @wytze, @wilfredrubens en vele anderen…………. en lees ik prachtige blogs van @wauwel, @wiswijzer, @koobus…… Verhalen vanuit de praktijk en gesprekken met een boodschap van vernieuwing en innovatie, ideeën, verhalen en opmerkingen die eigenlijk te goed zijn voor een tweet of een blog en gewoon een breder publiek verdienen. Stuk voor stuk mensen met een groot hart voor onderwijs. Allemaal met een kijk op het onderwijs van de toekomst. Als reiziger ben ik blij dat ze allemaal heb leren kennen met twitter als communicatiemiddel.

Naast deze virtuele ontmoetingen zijn er natuurlijk ook verschillende “in real life” ontmoetingen. Zo had ik afgelopen week een afspraak met Fons van den Berg (@helikon, en TeachMeet) en Chris Sigaloff (Kennisland).

Het eerste contact met Fons van den Berg was vorig jaar per mail. Ik was nog echte “newbie” in onderwijs, was aan het googleen en stuitte toen op “TeachMeet” – een informele bijeenkomst voor iedereen die nieuwsgierig is naar technologie, onderwijs, innovatie en creativiteit. Iedereen kan deelnemen en zijn coole ideeën of geweldige ervaringen uit zijn onderwijspraktijk met anderen delen. Ik dacht dat is een leuke manier om me meer te gaan verdiepen in onderwijs. Later zag ik pas de NOT, welke op dezelfde dag was. De NOT? Daar had ik nog nooit van gehoord. Zo gebeurde het dat ik getuige was van de allereerste TeachMeet met de NOT als bijprogramma. Het concept van TeachMeet spreek mij heel erg aan, lekker informeel, chaotisch en inhoudelijk sterk. Ik hoop dat er nog vele TeachMeets volgen. Fons, een “Apple lover” spreekt vol passie over zijn ideeën van de school van de toekomst en ik zie het er wel van komen, misschien niet vandaag maar de omslag gaat komen. Het was een goed gesprek waarin van alles op tafel kwam, over nieuwe type leerkrachten, dus niet alle leerkrachten op een hoop gooien maar ze laten doen waar ze goed in zijn, sommige zijn gewoon goed op de inhoud maar ontberen creatief vermogen voor een musical of klassenkrant en waarom heb je 1 leerkracht voor de hele dag in basisonderwijs? Ik zou zeggen voor meer over Macs, onderwijs en technologie, Follow @Helikon en lees zijn blog.

Kennisland heb ik leren kennen door Onderwijs Pioniers, een stimuleringsprogramma voor docenten die denken dat hun dagelijkse werkomgeving anders kan en zelfs vinden dat het anders moet. Het mooie van deze opzet is dat er gekozen is voor een bottom-up verandering, dus concrete actie direct op school. Deze aanpak spreekt mij ook erg aan en gelijk dacht ik aan het boek “Hemelbestormers”van Stan Boshouwers.

Weer de stoute schoenen aangetrokken en gewoon Chris Sigaloff van Kennisland benaderd voor een gesprek, want hier wilde ik meer van weten voor mijn reis “Back2School”. Keizersgracht, Amsterdam, een leuk pandje is de thuishaven van Kennisland. Als je schrijft: “Slimme oplossingen worden vaak elders bedacht en dan ‘over de schutting gegooid’. Het probleem hierbij ligt meestal niet in de kwaliteit van de oplossingen, maar in de manier waarop innovaties geïmplementeerd worden.” Tja, dan spreken we snel dezelfde taal.
Wat ik me niet realiseerde was dat ze nog veel meer interessante projecten, onderzoeken doen. Ze richten zich op vier thema’s: creatieve economie, open innovatie, slimme overheid en slimme scholen. Ik denk dat belangrijk is dat initiatieven als Onderwijs Pioniers blijven plaatsvinden. Men is nog op zoek naar sponsoring voor een Onderwijs Pioniers in het VO. Het zou toch jammer zijn als dit niet zou gaan lukken, dus welke organisatie wil zijn expertise, geld beschikbaar stellen in het kader van MVO?

Van deze ontmoetingen krijg ik energie, vul ik mijn koffer en wordt alleen maar bevestigd in mijn reis.

1 comment september 3, 2009

Langs de lijn bij Wikiwijs

Wikiwijs blijft mij boeien zoals ik ook onlangs schreef in mijn blog “Hoe krijgen we leerkrachten aan de Wikiwijs?”. In de vakantie periode werd ik aangenaam verrast door de publicatie van het programmaplan Wikiwijs. Verrast omdat ik niet gewend ben dat dit soort programma plannen openbaar worden gemaakt. Vol interesse ben ik het plan gaan lezen en zag dat er een flink programma team is opgetuigd door Kennisnet / Open Universiteit als teken dat dit toch wel heel serieus project is waar resources achter gezet zijn.

Mijn eerste reactie op Programmaplan was, nee het is vakantie ik ga er niet weer een blog aanwijden, maar na het lezen van de blog van Wilfred Rubens “Mijn aarzeling bij het Wikiwijs-plan” wil ik toch wel een reactie geven. Hij schreef dat er twee manieren zijn om ervoor te zorgen dat onderwijsontwikkelaars ontwikkeld digitaal leermateriaal met elkaar delen. De “bottom-up” aanpak, vanuit intrinsieke motivatie ontwikkelaar en een de “top-down” aanpak vanuit sturing instituten. Wilfred geeft aan dat Wikiwijs noch het ene, nog het andere manier hanteert. Nu kan ik daar zelf nog niet echt een oordeel over geven omdat ik dit niet vanuit een programma plan kan afleiden, zonder de strategie van Kennisnet / Open Universiteit te weten. Ik weet wel vanuit mijn eigen ervaring dat je niet moet schipperen tussen sturing (top-down) of ruimte (bottom-up), en dat dit geen kwestie is van of-of maar een kwestie van en-en. Ik geloof in beide werelden, want intrinsieke motivatie is prima maar zonder een vorm van sturing ontstaat er chaos en wordt de wildgroei groter. Ik heb niets tegen wildgroei maar dan moet dit een bewuste strategische keuze zijn en als ik het goed begrijp zou Wikiwijs juist alle ontwikkelingen willen omarmen en hier structuur in willen brengen.

Aansluitend op mijn vorige blog over Wikiwijs gaat mijn interesse ook naar “het laten landen” van Wikiwijs. In het programmaplan staat dat één van de risico’s voor het slagen is dat docenten de meerwaarde niet zien en dus niet gebruiken. Er wordt aangegeven dat de kans 4 is (gemiddeld) maar de impact vrij hoog (9). De maatregelen die er getroffen worden zijn: Grote nadruk op goede communicatie en uitleg, open inbreng docenten 24×7, goede ondersteuning, zowel fysiek als online, brede ondersteuning op alle aspecten rondom digitaal leermateriaal. In mijn ogen zijn deze maatregelen niet toereikend en gaat de leerkracht hierdoor echt nog niet aan de Wikiwijs maar moet er veel meer worden aangesloten op de belevingswereld van de docent en zijn leerdoelen. Er moeten voorwaarden worden geschapen, blokkades worden weggenomen zoals tijdgebrek leerkrachten. Het gaat er niet om of de leerkracht weet wat Wikiwijs is en hoe hij dit moet gebruiken. Nee, om het echt een succes te maken moet je in het hart van de docent zien te komen, zoals ik eerder aangaf “What makes them tick”. Ik lees door het programma plan heen dat er een communicatieplan wordt opgezet met daarin gebruik makend van verschillende kanalen. Persoonlijk vind ik dit vanuit een traditionele corporate communicatie gedachte. Sorry, maar dit moet geen communicatieplan zijn maar een activatieplan en dus meer vanuit brand communicatie. We willen toch leerkrachten activeren, in beweging krijgen, toch? Het activeren van doelgroepen is een vak apart, daarvoor moet je snappen wat mensen beweegt en weten op creatieve manieren hen te bereiken (en dat is niet via posters, campagnes, banners…..) en in sommige gevallen werken spiegeltjes en kraaltjes nog steeds maar vaak niet. Dit betekent dus niet alleen maar bijeenkomsten organiseren en dan maar hopen dat er mensen komen. Nee het gaat juist om de mensen die niet op die bijeenkomsten komen. Waarom komen ze niet?

In het programma team zie ik de rol die dit zou moeten oppikken niet terug, de rol van bruggenbouwer, de boodschapper van sturing (top-down) EN de stem van de werkvloer (bottom-up). Geen idee waar ik het over heb? Neem gerust contact op!

5 comments augustus 24, 2009

Sponsorloop voor een nieuw digitaal schoolbord?

Afgelopen week werd er aangebeld bij ons. Geen collecte, nee een kereltje van jaar of 10. “Meneer wilt u mij sponsoren? Ik loop een sponsor loop voor school”. Nou leuk, dacht ik, als marathonloper en sportminded ben ik altijd blij dat er aan sport wordt gedaan door de jeugd, die het toch al zwaar te verduren heeft voor wat betreft beweging omdat ouders liever de auto pakken in plaats van stukje lopen of fietsen.

Ik heb zelf een aantal jaren geleden een aantal sponsorlopen georganiseerd op scholen. Wat mij hierbij op viel was de bijzonder slechte conditie van de kinderen. Deze sponsorloopjes werden gelopen voor de ROPARUN – Een loopevenement waarbij mensen, in teamverband lopen van Parijs naar Rotterdam en door verschillende acties geld op halen voor kankerpatiënten. “Voor welk doel loop je?” vroeg ik geïnteresseerd. “We lopen voor een nieuw digitaal schoolbord” zei hij verlegen. Een digitaal schoolbord? Tja, wat moet ik hier nu van denken?

Ik snap het gewoon niet meer. Onlangs las ik dat scholen veel geld oppotten. Basisscholen hadden 2,5 miljard euro aan eigen vermogen vorig jaar. In totaal bezitten basisscholen, middelbare scholen, het beroepsonderwijs (roc’s), hogescholen en universiteiten 9,8 miljard euro.

Bijna 10 miljard en dan gaan leerlingen geen geld ophalen voor een maatschappelijk goed doel maar voor een nieuw digitaal schoolbord – wat toch wel tot de standaard uitrusting van een school zou moeten behoren. Waarom heeft een school hier geen geld voor over? En moet het bedelen in de buurt?

Hieruit concludeer ik uit dat een digitaal schoolbord blijkbaar niet tot de hoogste prioriteit van de schoolleiding is, want anders had men dit allang aangeschaft.

Ik ben me wat gaan verdiepen over het gebruik van digiborden. Gelukkig is er op internet veel goede informatie beschikbaar.


  • Hoe kun je een digitaal schoolbord inzetten? (Wilfred Rubens)
  • Kennismaken met het digitale schoolbord…(Computers in de Klas)
  • Voorbeelden rondom het gebruik van digiborden in het …(Computers in de Klas)
  • Hoe kan het digitale schoolbord een rol krijgen bij de vernieuwing van het onderwijs? (Kennisnet)
  • Het Klokhuis – Digitaal Schoolbord

  • Bij navraag in mijn netwerk kwam ook boven dat in de lagere klassen men zich nog vaak vasthoud aan het “ouderwetse” gebruik van het schoolbord en de leerling participatie daarmee. Ook hoor ik regelmatig dat een digitaal schoolbord enkel gebruikt wordt als een projectiescherm. Kortom, vele mogelijkheden onbenut zijn.

    Als ik nu de vergelijking maak vanuit mijn marketing ervaring, dan zou je kunnen zeggen dat fase 1 goed is afgerond. In de eerste fase wil je ervoor zorgen dat je potentiële users het product leren kennen en gaan proberen (bewustwording & trial). Hierbij probeer je ze te verleiden met als doel zoveel mogelijk mensen binnen je doelgroep te benaderen (increase penetration). Vervolgens weten ze van het bestaan en wil je het gebruik gaan verhogen, verhogen frequentie (loyaliteit) en dus gebruik verder gaan stimuleren. In deze fase zit veel training, uitleg, veel oefenen….. In Fase 3 is het digibord volledig ingeburgerd. Alle leerkrachten, leerlingen zeggen dan “Ik kan me niet voorstellen om te werken zonder digibord”.

    Het verleiden is al aardig gelukt, men wil een digibord maar ik heb wel grote twijfels bij deze school. Het is toch wel heel vreemd dat het kopen van digibord afhangt van een sponsorloop en dus blijkbaar niet onderdeel is van een meerjaren plan, visie, strategie van deze school. Ik raad deze school aan om eerst een visie te bepalen en dan te kijken welke middelen er nodig zijn, en dus ook de financiën.

    Ik schat in dat de grootste groep nu zit in fase 2 (loyaliteit) maar dat er veel tijd en energie moet worden gestoken om ervoor te zorgen dat het maximale uit een digibord wordt gehaald. Hierbij is veel begeleiding nodig en veel ruimte voor het experiment, dus maximaliseren van sturing en ruimte.

    Terug naar de jongen aan de deur. Moet ik dit nu WEL of NIET sponsoren?

    Wat zou jij doen?

    Add comment juni 17, 2009

    Aan het woord……..Lex Hupe

    Back2School staat ook open voor gastbloggers. Mensen, vanuit onderwijs sector (leerkrachten, beleidsmakers, adviseurs, innovators……..) die hun pleidooi kunnen houden voor of tegen het onderwijs. Ik stel ze enkele vragen en hun antwoorden worden gepubliceerd in de rubriek “Aan het woord…..”.

    Lex HupeIk heb Lex leren kennen tijdens een TeachMeet, waar hij zonder voorbereiding spontaan zijn verhaal ging vertellen en was onder de indruk van zijn lef. Lex Hupe ontwikkelt lesmateriaal o.b.v. Nieuwe Media en is gastdocent Nieuwe Media aan de Weekendschool. Lex is momenteel bezig met opstarten van een eigen bedrijf.

    Meer weten over Lex: LinkedIn en Education Autocatalysis of volg hem via Twitter

    Hoe ziet het klaslokaal er uit in 2025?
    Veel verschillende ruimtes. De school is een plek om te ontdekken, te leren, samen te werken. Er zijn aparte rustige hoekjes; zitjes om even te kletsen; speelplaatsen om lekker te bewegen; computerlokalen, leerrruimtes waar projectgroepen bezig zijn; maar ook echte klaslokalen voor de ‘harde’ vakken zoals rekenen en grammatica. Een leeshoek. Kinderen maken zelf de omgeving leuker door kunstwerkjes te maken en op te hangen. Er zijn practika-ruimtes waar kinderen praktische vaardigheden leren: koken, naaien, schei- en natuurkunde, een observatorium voor de sterrenhemel. De buurt houdt club-bijeenkomsten in het gebouw.

    De uitstraling is er een van het absolute plezier in leren, en de kinderen voelen zich welkom en uitgenodigd om zichzelf te zijn. Het gebouw moet absoluut in de natuur staan, geen compromissen. Een park of landelijke omgeving is een must.
    Er moet ook een (moes)tuin zijn, en kleine dieren. Ook de buurt mag het gebouw vaak bezoeken en met activiteiten meedoen. Kinderen moeten ook leren hoe je een vuurtje maakt bv. of een boomhut bouwt. Er is een zaal die voor allerlei creatieve uitingen als toneel, zang, dans geschikt is. Een deel van het terrein is voor nieuwe ideeën, die de kids zelf kunnen realiseren.

    Hoe kunnen we onderwijs beter aansluiten op het bedrijfsleven van morgen?
    Dat is broodnodig. Door ze elkaar te laten ontmoeten, letterlijk. Nodig mensen uit het bedrijfsleven en overheid uit om aan te geven wat ze graag willen zien van de nieuwkomers. En ik denk dat vooral de communicatieve vaardigheden erg belangrijk gevonden zullen worden, en zelfstandigheid en het durven nemen van initiatieven, bv. de buurt verbeteren etc. Ik zou wel eens willen weten hoe zwaar de zaakvakken daarin wegen! Ik vermoed minder zwaar dan we denken. Maar.. dan loop ik al op de zaak vooruit.

    Het bedrijfsleven snapt heel goed dat ze ook een actieve rol daarin moeten vervullen, dat willen ze ook graag. Bv. korte cursussen en workshops. Of een rondleiding door je bedrijf, er is veel mogelijk.
    Ook moeten we de kinderen leren zich goed voor te bereiden op hun toekomst door ze een adequater beeld te geven wat er eigenlijk verwacht wordt als je echt gaat werken. Perspectief op de beroepspraktijk al in de school opbouwen.

    STELLING: ICT ondersteunt het leerproces optimaal
    Niet per sé. Je kunt 2 kanten op: nog verder verfijnen van het ‘oude’ systeem door het nog efficiënter te maken, of juist gebruiken om zelfstandigheid, creativiteit en samenwerken te stimuleren. Wordt het een tool in handen van het reguliere onderwijs? Of geef je het mee aan de kinderen, zodat deze hun (lerende) leven meer handen en voeten kunnen geven?

    Is de kennis over web2.0 voldoende aanwezig binnen het gehele onderwijs? Zo niet, wat zou er moeten gebeuren?
    Naar mijn stellige indruk niet. Er is een enorme digi-kloof in het onderwijs. Afgezien van lokale, door enthousiaste leerkrachten opgezette, initiatieven. In feite is dit een keuze voor het ‘nieuwe’ onderwijs, het moet meer zijn dan een aanvulling op het huidige onderwijs.

    Ze moeten eerst hun angst voor computers, web, wikipedia etc. overwinnen! Laat leerlingen de leraar maar eens leren hoe die nieuwe wereld in mekaar zit. Heel gezond!

    Waarom zouden professionals te stap moeten maken van bedrijfsleven naar onderwijs?
    Omdat deze 2 partijen in de samenleving elkaar enorm goed kunnen aanvullen……
    Omdat dit een enorme maatschappelijke vooruitgang betekent….
    Omdat ook veel specifieke kennis in het onderwijs vruchtbaar gebruikt kan worden….
    Omdat het aan kinderen een veel adequatere overgang geeft van school naar werk….
    Omdat dit halverwege je eigen carrière een mooie stap is als je een nieuwe impuls zoekt met een maatschappelijk tintje…..

    Add comment juni 10, 2009

    Hoe krijgen we de leerkrachten aan de Wikiwijs?

    Eind vorig jaar was ik getuige van de lancering van Wikiwijs tijdens de bijeenkomst “Boven het Maaiveld” van het Innovatieplatform in de Van Nelle Fabriek te Rotterdam.

    Minister Plasterk lanceerde Wikiwijs met als einddoel om al het lesmateriaal op deze manier aan te bieden, van basis tot en met hoger onderwijs, gebaseerd op het Wikipedia-principe van ‘wisdom of crowds’. Nadat Minister Plasterk toen vol trots de lancering ’s ochtends vertelde kwamen zijn medewerkers van Min OCW en Kennisnet hevig onder vuur in de middag en werden zij stevig aan de tand gevoeld door een zeer kritisch publiek van innovators, beleidsmensen vanuit de praktijk.

    Ik was en ben nog steeds van mening dat Wikiwijs een geweldig goed initiatief is. De afgelopen maanden volgde ik op afstand voor zover mogelijk de ontwikkelingen van Wikiwijs. Echter werd ik pas echt getriggerd door de blog van Willem Karsenberg . (hiervoor dank!).

    Willem schrijft: “Had je een half jaar geleden je bedenkingen bij het initiatief van Plasterk, spreek die nu dan uit… of zwijg voor immer!!!”

    En vooral de opmerking: “Maar… het staat of valt allemaal natuurlijk wel met de reacties die al dan niet binnenkomen.”

    En dat is inderdaad precies mijn punt, want hoe gaan we de mensen bewegen om Wikiwijs te gebruiken en content toe te voegen?

    Ik denk zeker dat de “innovators” content gaan toevoegen en het project team gaat voorzien van goede input bij de ontwikkeling van Wikiwijs en dat hierdoor een geweldige tool wordt ontwikkeld gezamenlijk. Echter, denk ik dat de grootste uitdaging is om een verandering van mindset te krijgen bij de doelgroep, zodat zij dit ook daadwerkelijk gaan gebruiken. Spontane crowdsourcing zal niet ontstaan bij leerkrachten1.0. Het succes van Wikiwijs gaat afhangen de manier van laten landen in onderwijswereld. Een wereld waar leerkrachten zeggen geen tijd hiervoor te hebben. Sorry leerkrachten maar het is een andere manier van denken en een nieuwe manier van werken. Een belangrijke stap hierin is dus ook het “bewust onbekwaam” maken. Een simpel communicatie plan is hier niet voldoende. Het gaat om een veranderingstraject met als doel leerkrachten te helpen hun leerdoelstellingen te behalen, het gaat dus NIET om de tool.

    Laten landen – Top Down
    Niet alleen het onderwijs maar ook vele organisaties worstelen nog steeds met het laten landen van bijvoorbeeld een bedrijfsportaal, website, wiki of website. Deze Portals/websites worden “top-down” gelanceerd in een organisatie. Ook wel logisch omdat dit ook behoorlijke investeringen zijn. Vaak zijn er alle veel calculaties gemaakt op “return of investment” en moet het wel een succes worden. Ze worden meestal gelanceerd met grote interne campagnes. Er wordt een communicatie plan gemaakt en vervolgens veel geld uitgegeven aan muismatten, posters, folders, filmpjes, demo’s en uiteindelijk valt toch het gebruik van de tool tegen. Waarom willen mijn mensen niet dagelijks inloggen op de portal? Sommige organisaties proberen dit te forceren door verplicht intranet te laten starten als men de pc opstart. Maar gaat door deze manier van sturen een website een blijvend succes worden?

    Laten landen – Bottom-Up
    Bij het uitrollen van een social media platform gaat men vaak uit van groei die ontstaat door intrinsieke behoefte van users. Community Managers worden aangesteld om nieuwe users aan te trekken en bestaande users te blijven boeien en binden en vooral te blijven stimuleren. Social Media Platforms worden vaak “bottom-up” gelanceerd en moeten de tijd krijgen te rijpen. “Return of investment” is dus moelijk tastbaar te maken, misschien moet er meer worden gesproken over “Return of Expectations”. Web2.0 lijkt in handen “believers” , maar hoe lang krijg je de tijd voor het rijpen?

    Onderzoeksbureau Forrester bracht eind vorig jaar een onderzoeksrapport ‘Social Technographics’ , welke ik gretig gebruik bij implementatie van portals, websites……..

    Via de zogenaamde Participation Ladder maakt men een onderverdeling in zes clusters van activiteiten.
    Inactives – mensen die helemaal niet actief zijn op het gebied van social media
    Spectators – mensen die blogs lezen, video’s bekijken en dus passief handelen
    Joiners – mensen die al iets actiever worden en zich aansluiten bij networking sites als Hyves en LinkedIn
    Collectors – de verzamelaars die veel aan te taggen zijn, veel RSS feeds hebben. Voor organisaties zijn deze mensen in het bijzonder interessant omdat zij kennis identificeren en kunnen ontsluiten ten behoeve van de gehele organisatie
    Critics – mensen die reageren op anderen door reactie op blogs of ratings geven op bijvoorbeeld video’s. Het is niet verwonderlijk dat deze groep in Nederland groter is dan in andere europese landen.
    Creators – mensen die blogs schrijven, webpagina’s bijhouden, foto’s of video’s toevoegen op bijvoorbeeld YouTube of Flickr.

    Alhoewel mensen niet 1 op 1 in te delen zijn op de participation ladder, geloof ik wel dat je deze classificatie van doelgroepen kan gebruiken bij het opzetten en uitrollen van bv. Wikiwijs. Ik denk zelf dat in het onderwijs het percentage inactives vrij hoog is (gebaseerd op observatie), maar ook de groep creators en critics (alle Edubloggers en twitteraars). De uitdaging is om een sneeuwbal effect te krijgen bij lancering van een web2.0 tool en hiervoor de creators en critics ook inzetten om de spectators over de streep te trekken.

    Als ik er nu vanuit gaat dat een organisatie (lees OCW) dat een “puzzelstuk” uit gehele informatie landschap wil gaan lanceren op basis van een MDS (Missie, Doelen, Strategie), dan wil je natuurlijk graag dat “het puzzelstuk” wordt gebruikt door de medewerkers (lees leerkrachten), ofwel hoe laten we het landen?

    Laten we als voorbeeld “puzzelstukje” het laten landen van een portal, maar je zou het woord “portal” ook kunnen vervangen door “wiki” of een andere 2.0 tool.

    Maar stel dat deze portal moet ervoor zorgen dat marketeers efficiënter gaan werken, beter gaan samenwerken en meer kennis krijgen over hun product.

    Hoe ga ik ervoor zorgen dat mijn doelgroep (in dit geval marketeers) weet van het bestaan van de portal en dat zij gaan inloggen en uiteindelijk de portal gaan integreren in hun werkproces?

    In feite ga je marketing principes toepassen op een eigen organisatie. Je wilt namelijk eerst dat men je product kent (penetratie), gaat gebruiken (penetratie), meer gaat gebruiken (loyaliteit).

    1. BEPAAL DOELSTELLING
    Wat wil je bereiken? Hoe meet je succes?
    2. VOOR WIE
    Wie is doelgroep?
    3. KRUIP IN DE HUID VAN
    Wat denken ze nu en wat wil je dat ze gaan denken?
    Wat beweegt je doelgroep? “what makes them tick?”
    4. SLUIT AAN BIJ BELEVINGSWERELD DOELGROEP
    Bedenk creatieve manier om gat te overbruggen en zoek quick wins (bv. Tijdwinst)
    5. SPREAD THE WORD
    Meet resultaat en maak gebruik van verschillende kanalen om resultaat te verspreiden

    Terug naar Wikiwijs. Het einddoel is dus om al het lesmateriaal op deze manier aan te bieden, van basis tot en met hoger onderwijs, gebaseerd op het Wikipedia-principe van ‘wisdom of crowds’.

    Dit is inderdaad een organisatie doelstelling maar wat is het doel voor de users? Allereerst vraag ik me af voor de leerkracht “What’s in for me?”.

    De vraag waar het project team hopelijk mee bezig is: “Hoe ga ik ervoor zorgen dat mijn doelgroep (leerkrachten) weet van het bestaan Wiki’s – Wikiwijs in het bijzonder en dat zij gaan lurken en uiteindelijk Wikiwijs gaan integreren in hun werkproces?

    Ik vind het prachtig hoe de “innovators” mee mogen denken over de tool Wikiwijs maar ik zou toch graag willen meedenken over het daadwerkelijke gebruik en de verandering van mindset.

    Nogmaals ik geloof in Wikiwijs en denk dat dit inderdaad de weg vooruit is maar het valt en staat met de implementatie. Sleutelwoorden voor succes Wikiwijs zijn: Integratie in Werkproces

    Ik kan helaas niet in de keuken van het project team kijken, maar ben beschikbaar ;-)

    Lees ook vervolg blog: Langs de lijn bij Wikiwijs

    7 comments juni 3, 2009

    Ik zie een heel andere wereld ……..Working on a dream

    Noem me dom of naïef
    Te onnozel, te lief
    Of nog niet van illussies beroofd
    Ik heb een heel andere wereld
    Een heel andere wereld in mijn hoofd

    Ik heb een heel andere wereld in mijn hoofd
    Een heel andere wereld
    Duizend keer mooier
    Waar de mensen proberen
    Om het niet te verklooien
    Ik heb een heel andere wereld
    Een heel andere wereld in mijn hoofd

    Vervolg op ik zie een heel andere wereld…….working on a dream

    Als ik naar de onderwijs wereld van de toekomst kijk, dan zie ik leerkrachten die het niet meer hebben over werkdruk en niet meer hebben over ICT als iets van de ICT coördinator maar dan zie ik leerkrachten die in staat zijn hun leerlingen te binden en boeien en aan te sluiten bij de belevingswereld van hun leerlingen. Leerkrachten die web2.0 en nieuwe technologie inzetten om hun leerdoelstellingen te behalen en dit dus niet zien en voelen als weer iets extra’s maar als een verrijking voor hun vak. Hebben we het hier over leerkrachten2.0, meester2.0, juf2.0?

    Als ik naar de onderwijs wereld van de toekomst kijk, dan zie ik een beleid dat niet om de 4 jaar (als we geluk hebben) veranderd maar dat we een koers inzetten voor de volgende generaties. Dan zie ik een minister van onderwijs en wetenschap, een minister die zich dus focus op onderwijs en zich dus niet hoeft te bemoeien met het mediabeleid, welke omroepen op welke zenders komen. Dan zie ik ook een regering die ervoor zorgt dat de basis voorzieningen worden gecreëerd, een regering die zorgt dat de rails er ligt. Hiermee bedoel ik dat ze ervoor zorgen dat de infrastructuur er ligt op het gebied van ICT en faciliteiten, hierdoor kunnen de verschillende treinen gaan rijden en hoeven scholen zich niet meer druk te maken over hun ICT beheer en support. Dit levert grote besparingen op door de schaalvergroting, wat we weer kunnen gebruiken voor de professionalisatie en herwaardering voor de leerkracht.

    Als ik naar de onderwijs wereld van de toekomst kijk, dan zie ik een schoolbestuur die erkent niet alle kennis in pacht te hebben maar de expertise van buiten naar binnen haalt en de expertise van ouders benut om hun school te leiden. Maar dan zie ik ook grotere instroom vanuit bedrijfsleven in bestuursfuncties.

    Als ik naar de onderwijs wereld van de toekomst kijk, dan zie ik een klas die slechts dient als fysieke ontmoetingsplek. Onderwijs zal minder binnen de muren van de school gaan plaats vinden maar dus ook meer op locatie, thuis…..dus anywhere. Onderwijs zal niet meer alleen plaats vinden binnen schooltijden, nee een leerling kan ook via bv. MSN ook advies krijgen van leerkracht in de avond, dus anytime. Grenzen vervagen, net als werk en privé dus ook school en privé. Leerlingen werken dus ook samen anywhere, anytime.

    Als ik naar de onderwijs wereld van de toekomst kijk, dan bestaat de PSU (persoonlijke standaard uitrusting) van een leerling uit een laptop met internet, nintendo ds (voor onderbouw PO), mobieltje met camera en dan bestaat de PSU voor de leerkracht ook uit laptop met internet, mobieltje met camera……dan bestaat een standaard uitrusting voor een klas uit een goede video camera, digitaal schoolbord, wireless internet, een WII……….

    Als ik naar de onderwijs wereld van de toekomst kijk, dan zie dat goede praktijkcases snel worden verspreid en worden hergebruikt door veel meer leerkrachten.

    Als ik naar de onderwijs wereld van de toekomst kijk, dan zie leveranciers die educatieve content ontwikkelt voor massa medium zoals nintendo ds, WII maar ook meer educatief beeldmateriaal ontwikkelen……..

    Als ik naar de onderwijs wereld van de toekomst kijk, dan zie ook dat we van ver moeten komen en dat we nog een lange weg te gaan hebben. Het is mijn reis, maar hopelijk ook voor velen anderen die het onderwijs een warm hart toedragen.

    I’m working on a dream, though sometimes it feels so far away
    I’m working on a dream, and I know it will be mine someday

    Bruce Springsteen, Video.

    TIP: Thuria’s Story.

    Add comment mei 21, 2009

    Previous Posts


    De reiziger

    "I'm an idealist. I don't know where I'm going, but I'm on my way." Carl Sandburg

    Categorieën

    Recent Post

    1356

    Best Gelezen Blogs

    Persoonlijk

    Tip

    Twitter Stream

    Tag Cloud

    4 in balans Aan het woord....... acot2 ambtenaar2.0 apple AVS babyboomers bedrijfsleven CITO-Toets digitaal schoolbord e-learning ESH europe in future forrester fountains gisdo het nieuwe werken hyves Interview Jan Cees Rutgers kennisnet kijkoponderwijs klasvanprem kwaliteit NOT OCW onderwijsraad onderzoek plasterk Pleidooi plugg prem primaironderwijs profiel proven partners richard kolster TeachMeet twitter unilever vergrijzing web2.0 web3.0 wikiwijs youtube zijinstroom

    Gelezen?

    Archief

    Meta

    Back2School RSS

    RSS Feed RSS - Posts

    RSS Feed RSS - Comments